|
Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen |
Treffers 1,801 t/m 1,850 van 5,383
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 1801 | Liutgard trad na de dood van haar man op als regent voor haar minderjarige kinderen. Zij schonk voor het zielenheil van haar gemaal het bezit Rugge aan de Sint Pietersabdij te Gent op 20 september 993. Zij riep de hulp van in van haar zwager, koning Hendrik II, die in het voorjaar van 1005 de West-Friezen met een vloot aanviel ("om haar woede te kalmeren" zoals Thietmar van Merseburg vermeldt). In juni 1005 verzoende zij zich vervolgens met de opstandige West-Friezen door toedoen van Hendrik. Liutgard is begraven in de Sint-Adelbertabdij te Egmond. [wikipedia] | van Luxemburg, Luthardis (I20958)
|
| 1802 | Locaties uit het leven van Catharina de Grave | de Grave, Catharina (I14919)
|
| 1803 | Lodewijkspolder valt onder Kattendijke | Wulfers, Anthonius Joannes (I4390)
|
| 1804 | Lotharius was een van de aanvoerders, die in opdracht vaan Hendrik de Vogelaar Lenzen probeerde te veroveren. In die tijd was dat een vesting van de Wenden aan de Elbe. Lotharius sneuvelde in een veldslag bij Lenzen. In deze slag werden de Redariërs, een Slavische stam, verslagen. Toen het Saksische leger na de slag verder oostelijk de burcht van de Redariërs bereikte, gaven die zich na een kort gevecht over. In ruil voor hun leven mochten de Redarische strijders ongedeerd de burcht verlaten, maar zij moesten hun wapens, slaven, vrouwen, kinderen en alle ander bezittingen achterlaten. Lotharius zoon van Lotharius van Stade (ca. 840 - Ebstorf, 2 februari 880) die was gesneuveld tegen de Denen. [wikipedia] | van Walbeck, Lotharius I (I20871)
|
| 1805 | Lotharius werd in 929 graaf van Walbeck, de Derlingau, de Balsamgau en het noorden van de Thüringgau, als opvolger van zijn vader Lotharius I van Walbeck. In 941 nam hij deel aan een samenzwering om Otto I de Grote te vermoorden. Het plan mislukte en Lotharius werd ter dood veroordeeld maar uiteindelijk op voorspraak van zijn vrienden van executie gered. Zijn bezittingen werden verbeurd verklaard en hij werd gevangengezet bij markgraaf Berthold van Schweinfurt. Lothar wist zich uiteindelijk met de keizer te verzoenen en kreeg een deel van zijn bezittingen en leengoederen terug, samen met een schadevergoeding voor gederfde inkomsten. Hij stichtte als boetedoening een aan Maria gewijde kapittelkerk in Walbeck. De verhouding met Berthold was zo goed geworden dat hij hem zijn dochter als vrouw gaf. [wikipedia] | van Walbeck, Lothar II (I20869)
|
| 1806 | Louwris Cornelisse | Maatje (I21044)
|
| 1807 | Lucas Hoochlander backer wednaer wonende op de nieuwe sluijs met Cornelia Jacobs van der Wor j.d. wonende aen de beurs beijde van Dordrecht sijn alhier getrout op 22en juni 1669 | Gezin F223749353
|
| 1808 | Lucrecia van Langen | van Aalderen, Aleijda (I13208)
|
| 1809 | Luitfried bracht zijn jeugd door op de residentie van zijn vader, de palts van Koeningshoffen. In 723 wordt hertog van de Elzas, als opvolger van zijn vader. Het hertogdom omvat naast de huidige Elzas ook de omgeving van Bazel (Zwitserland), de Breisgau en de Ortenau. Hij kiest Straatsburg als zijn hofstad en maakt zijn broer Eberhard graaf van de Sundgouw. In 734 doet hij de eerste van 7 schenkingen aan het klooster Wissembourg dat zijn vader heeft gesticht. Hij doet ook schenkingen aan Honau en Murbach (gesticht door zijn broer Eberhard). Vermoedelijk is Luitfried bondgenoot van Karel Martel en zijn zoon Carloman in hun pogingen om de Alemannen ten oosten van de Rijn te onderwerpen. Hij werkt ook nauw samen met bisschop Heddo van Straatsburg. Na zijn dood worden belangrijke familiebezittingen door Pepijn de Korte geconfisqueerd en wordt er geen nieuwe hertog benoemd. Het is waarschijnlijk dat Luitfried in zijn laatste jaren een tegenstander van Pepijns machtsstreven was. Zijn zoons mogen wel het bestuur van de Elzasser graafschappen voortzetten. Mogelijk is de beëindiging van het Elzasser hertogdom vooral veroorzaakt doordat de Elzas vanouds onderdeel uitmaakte van Alemanië en dat er na de definitieve onderwerping van de Alemannen in 745 geen behoefte meer was aan een apart hertogdom in de Elzas. [wikipedia] | van de Elzas, Luitfired (I20704)
|
| 1810 | Lukas Drinkvelt j.m. van Bergen op ten Zoom en alhier woonagtig met Berbel Dringers j.d. van Rosendaal en aldaar woonagtig De geboden moeten ook te Rosendaal gaan Hij is gereformeerd sij rooms gesint de zoonen zullen met hem en de dogter met haar gaan voorts is alles wel bevonden getrout op attestatie van Rosendaal den 19e meert 1729 | Gezin F223749719
|
| 1811 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Gezin F3175
|
| 1812 | Maart 4 zond Geertritje e.h. Berent en Derkje Tijmans onder Markelo | Tijmans, Geertruitje (I5099)
|
| 1813 | Maart 30 Geert Jans j.m. op't R.V. en Klaasjen Gerrits j.d. op N.L. hier getrouwd solvit | Gezin F223749560
|
| 1814 | Machinist op de stoomloc 4747 | van Aalderen, Johannes (I11338)
|
| 1815 | Maendagh op Goorsche kermisse na middagh omtrent 2 uren sterft int Craembedde Catharina Mullers huisvrou van Mr. Tij-Jan, out in den craem in die derde weke, dochter van Hermen Muller op Heeckeren. Bij de volgende inschrijving wordt vermeld dat 8 juli op een zaterdag was. Dat is dus volgens de juliaanse kalender. Dan valt de maandag er voor dus op 3 juli (juliaanse kalender) omgerekend naar de Gregoriaanse kalender is dat 13 julil. | Mullers, Catharina (I5044)
|
| 1816 | Maert 1618 Den 8en is gedoopt een kint van Theunis Dircxen genaemt Dirck Theunisen | Dirck Theunis (I23500)
|
| 1817 | Maerten Jacobs van Sprockenburch j.m. aen de Gasthuyslaen Hester Jans van Pijnacker j.d. attestatie gegeven op Soetermeer den 19en april 1653 | Gezin F223749041
|
| 1818 | Maertii Jacobssen Sprockenburg j.m. van Delft Hester Jans j.d. van Pijnacker met attestatie van Delft en Pijnacker alhier getrout den 20en april | Gezin F223749041
|
| 1819 | Mainz 1139, graaf van Rieneck 1155, voogd van Averbode, leenman van de hertog van Brabant, vermeld 1141-71 | van Loon, Lodewijk I (I20246)
|
| 1820 | Man: Ariaantie Ambagtsheer overledene liet na 2 minderjarige kinderen; Hoogstraat agter Vermeulen bij Dolhuijs | Michiels, Johan Adam (I3011)
|
| 1821 | Man: Cornelia Ambagsheer overleden 01-08-1792; overledene liet na 2 minderjarige kinderen; Zijl | Helderman, Johannes (I2998)
|
| 1822 | Man: Lambertie van Leeuwen overledene liet na 1 minderjarig kind; Grote Kerk. | Ambagtsheer, Teunis Baltensz (I2918)
|
| 1823 | Man: Marija de Groot overledene liet na 4 minderjarige kinderen. | Ambagtsheer, Leendert Arisse (I2920)
|
| 1824 | Man: Wouter Kant overleden liet na 2 minderjarige kinderen; St Jans kerkhof. | Ambagtsheer, Teuntje (I15946)
|
| 1825 | Manfred volgde zijn vader in het jaat 1000 op als markgraaf van Turijn en graaf van Susa, Auriate, Asti, Bredulo, Tortona, Piacenza, Fidenza, Parma en Vercelli. Hij voerde een actieve politiek om zijn macht en bezit uit te breiden waarbij hij er doelbewust naar streefde het centrale gezag aan de ene kant te vriend, maar aan de andere kant ook zo zwak mogelijk te houden. In 1001 nam Manfred deel aan de veldtocht van Otto III tegen Benevento. In 1002 werd Manfreds buurman Arduin van Ivrea gekozen tot koning van Italië. Manfred vermeed zorgvuldig om partij te kiezen tussen Arduin en Hendrik II. In 1007 had Manfred echter het kamp van Hendrik II gekozen. Zijn broer werd tot bisschop van Asti benoemd, als vervanger van een aanhanger van Arduin van Ivrea. Toen de aartsbisschop van Milaan zich tegen deze gang van zaken verzette liet Manfred zijn broer door de paus wijden. Manfred probeerde in 1015 tevergeefs het markgraafschap Ivrea te verwerven, dat hem al in 1001 door Otto III was beloofd. Toen hem dit leek te gaan lukken vonden de andere Italiaanse machthebbers en Hendrik II dat hij zo te machtig zou worden. Na enkele gevechten moest hij zich terugtrekken en probeerde hij zonder succes Ivrea aan Rudolf III van Bourgondië toe te spelen. Uiteindelijk zag Manfred af van Ivrea en verzoende hij zich met de keizer. In 1016 vocht Manfred nog een oorlog uit met hertog Bonifatius van Toscane. Manfred begon Hendrik II steeds meer als een bedreiging te zien. Uit angst voor confiscatie van zijn bezit verkocht hij grote landgoederen uit zijn privebezit (1 miljoen juk, dat is 3500 a 4000 km2!) aan een stroman, een zekere priester Siegfried, maar de keizer liet alle bezittingen en lenen van Manfred ongemoeid. Na het overlijden van Siegfried bleek Manfred zijn erfgenaam te zijn. Na het overlijden van Hendrik was Manfred een tegenstander van de keuze van Koenraad II de Saliër. Samen met andere Italiaanse edelen probeerde hij Franse edelen in de Italiaanse kroon te interesseren, maar uiteindelijk moesten ze toch Koenraad als koning erkennen. Manfred en zijn vrouw Bertha stichtten samen de kloosters Santa Maria di Caramagna en San Giusto in Susa. Ze herbouwden de Santa Maria Maggiore in Susa en het Petrus en Andreas klooster in Novalesa. Manfred ommuurdde de steden Exilles en Bardonecchia. Manfred werd begraven in de kathedraal van San Giovanni in Turijn. [wikipedia] | van Turijn, Manfred II Olderik (I20657)
|
| 1826 | Manfred volgde zijn vader op in 977 en werd markgraaf van Turijn, markgraaf van Susa en graaf van Auriate. Later werd hij ook graaf van Albenga, Asti, Alba, Bredelo en Ventimiglia. Manfred was in zijn tijd de grootste landeigenaar van Noord-Italië en een machtig feodaal heer. Hij liet zijn bezittingen vooral door verwanten en vazallen besturen. Manfred controleerde de handelswegen naar Bourgondië en de Provence, en werd rijk door tolheffing en muntslag. Hij was zeer actief in de ontginning van woeste grond, die in de tijd na het verval van het Romeinse Rijk was verlaten. Manfred stichtte daarbij een groot aantal kloosters en kastelen. Vooral de kloosters hadden een belangrijke rol en kregen grote hoeveelheden woeste grond als schenking, om te ontginnen. Manfred oefende als voogd een strakke controle over deze kloosters uit. Onder zijn bewind kwam Pavia tot grote bloei. [wikipedia] | van Turijn, Manfred I (I20735)
|
| 1827 | Marchien Willems wordt vermeld als doopgetuige bij de doop van 2 kinderen van kinderen van de broer van Teunis Teunissen Ambachtsheer. | Marichien Willems (I5470)
|
| 1828 | Maria ITEM 182 ROLE 134-10 GIVN Maria SURN van Oudenaarde | van Oudenaarde, Maria (I8929)
|
| 1829 | Maria Barendina (geboren alhier den 16e deezer) waarvan de moeder is Barendina Rapalm van de gereformeerde religie de vader niet genoetm. Getuige is Roderika Heddeman zijnde lidmaat deezer gemeente. | Rapholm, Maria Barendina (I25125)
|
| 1830 | Maria Batue weduwe van Pieter Wor in de Wittenvrouwenstraet laat na een gehuw zoon te Rotterdam | Bartheus, Maria Anna (I24435)
|
| 1831 | Maria Kornelia geb. den 12e deezer dochter van Frans Rapalm en Rieka van der Wiele get. Maria van Leeuwen | Rapholm, Maria Kornelia (I25120)
|
| 1832 | Maria Stolk | Helderman, Willem (I3081)
|
| 1833 | Maria dr. van Daniel van Rhie de moeder Annetje de Kriek door de vader self geheeven den 9. february | van Rhie, Maria Danielsd (I1381)
|
| 1834 | Marij op den Hullik | Marij Jansen (I2394)
|
| 1835 | Marijnus van Beeh j.m met Adriana Drinkvelt j.d. beijde geboren en wonende alhier | Gezin F223749722
|
| 1836 | Marijtie Herfst | Ambagtsheer, Neeltje (I10815)
|
| 1837 | Marijtje Wollebrants | Droogendijck, Bouwen Wollebrants (I1336)
|
| 1838 | Marinus Mesoeck vader van de bruydegom ende Marinus Hubrechtsen Boone vader van de bruydt consenteren het huwelick | Gezin F223748883
|
| 1839 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I10888)
|
| 1840 | Mark (1225), voogd van Werden en Cappenberg 1214-1249 | van Altena, Adolf I (I1762)
|
| 1841 | Marten Cornelissen Boefkens, seylmaecker weduwe Stynken Jan Wors dr. beyde van Dordrecht | Gezin F223749247
|
| 1842 | Martijntje Marijnisdr Lijdens | Nieuwenhof, Simon (I3181)
|
| 1843 | Martinus Pieter Wor en Neeltie de Vos op ent vant Haringvliet | Wor, Martinus Pieters (I24337)
|
| 1844 | Martinus van der Mout weduwnaar van Johanna de Moor geb. te Vlaardingen en Ida Johanna Zwaan weduwe van Gerardus Rapholm geb. te 's Gmoer en beide woonende alhier zijn in wettigen ondertrouw opgenomen ten overstaan van den ondergt. schouten schepenen van 'sGcappel dato ut supra | Gezin F223749593
|
| 1845 | Marytje Jongenengel | Ambagtsheer, Cornelia (I3204)
|
| 1846 | Mateus onder tekent zelfstandig een akte in 1577. In het algemeen betekent dit dat Mateus minimaal 25 jaar oud moet zijn geweest. Daarom is de geboorte van Mateus gezet voor 1552. In een lijst van weerbare mannen (van 17 tot 70 jaar oud) uit 1552 komt alleen een Andries Verbercmoes voor. We mogen daarom aannemen dat dit de vader is van dit gezin en dus geen van de kinderen de leeftijd van 17 jaar had bereikt op dat moment. Gestelt dat zoon Andries de oudste is (kan ook nog Adriaen zijn) moeten alle kinderen dus na 1534 zijn geboren. Het huwelijk zal mogelijk dus iets later dan 1520 zijn geweest. Een redelijke schatting voor vader Andries is in ieder geval dat hij is geboren voor 1509. In de penningkohieren van 1571 staan zowel Adriaen, Andries als Jan Verberckmoes als eigenaar of pachter vermeld. Hieruit mag je opmaken dat ze alle drie al 25 waren Dat zou het geboorte jaar van de oudste (Andries of Adriaen) brengen naar voor 1548. De vermelde Jan is mogeljk een broer van Andries de oude. Het geslacht Verberckmoes is terug te voeren op Vrouwe Maria die in 1180 trouwt met Hendrik van der Most. Een van hun zonen neemt de naam van der Bercmoest aan die later verbasterd naar Verberckmoes. Vrouwe Maria en haar nageslacht bewoonde vele generaties het 'Hof ter Cluse' dat rond Sint-Gillis-Waas moet hebben gelegen. Een straat in Sint-Niklaas is naar haar vernoemd. Voor de ouders van Andries lijkt een aansluiting naar Sint-Gillis-Waas gemaakt te kunnen worden maar ik heb deze nog niet met zekerheid kunnen vastleggen. De naam Verbercmoest of van der Bercmoes verwijst waarschijnlijk naar een stuk land met Berken in een braakliggende akker (moes). | Verberckmoes, Andries (I21725)
|
| 1847 | Matheus Oye en Martina de Hael | Wawelaer, Maria (I20531)
|
| 1848 | Matheus de Haan en jenneken Francot; Gerrit | de Haan, Gerrit Matheusz (I1436)
|
| 1849 | Matheus de Haen, Jenneke Francot; Abram | de Haen, Abram Matheusz (I24534)
|
| 1850 | Matheus van Gestel schoenmaker weduwnaar wonende in de Oudebreestraat met Barber Cornelis weduwe van Willem Maertenssen wonende in de Saresgangh zijn getrout in de Grote Linde den 29 april 1663 | Gezin F223749309
|