| Naam |
Cornelis van Voorst |
| Geboren |
8 okt 1795 |
Maartensdijk,,Utrecht,Nederland [1] |
| Gedoopt |
11 okt 1795 |
Maartensdijk,,Utrecht,Nederland [1] |
|
|
 |
|
| Geslacht |
Mannelijk |
| Vermelding |
12 mrt 1841 |
Nederlandsche Staatscourant [2] |
In den jare 1800 een en veertig, den tienden Maart. ten verzoeke van mejufvrouw Gerarda Gesina Ligtrink , huisvrouw van Cornelis van Voorst, vroeger gewoond hebbende te Delft, thans zich bevindende aan de Meern (provincie Utrecht), ten deze domicilie kiezende ten kantore van den heer Hermanus Lambertus Troost, Procureur bij den Arrondissements-Regtbank te 's Gravenhage, wonende aldaar, wijk (), nr. 182, die in deze voor de requirante zal occuperen; en uit kracht van een vonnis door evengemelde Regtbank den tweden dezer maand, op de requeste van de requirante gewezen, houdende verlof tot het doen van deze dagvaarding, --
heb ik Benjamin Léon, Deurwaarder bij genoemde Regtbank, wonende mede te 's Gravenhage, wijk () nr. 118,
ten eerste male gedagvaarde:
voornoemden Kornelis van Voorst, laatstelijk zijne woonplaats gehad hebbende te Delft, doch thans afwezig, en dien ten gevolge mijn exploit doende bij aanplakking aan de voorname deur der vergaderplaats van voornoemde Regtbank en aan het Huis der Gemeente te Delft, terwijl ik een ander afschrift heb overgegeven aan den Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij evengemelde Regtbank die tot oorspronkelijke voor gezien heeft geteekend, en eindelijk nog bij plaatsing in de Nederlandsche Staats-Courant;
om te verschijnen ter teregtzitting van de voormelde Arrondissements-Regtbank te 's Gravenhage op Dinsdag den vijftienden Junij 1800 een en veertig, des morgens ten tien ure, ten einde:
aangezien de requirante op den twintigsten november 1800 dertig, met gemelden Kornelis van Voorts, te Vleuten gehuwd zijnde, met denzelven slechts korten tijd te Delft heeft gewoond, terwijl hij reeds op den derden Januarij 1800 een en dertig, het gemeenschappelijk domicilie verlaten heeft, zonder dat de requirante ooit iets verder van hem heeft vernomen, - het zij in persoon, het zij door iemand voor hem van aanwezen te doen blijken; zullende ingeval van niet verschijning, daarvan door de requirante worden gevraagd akte, als mede verlof tot het doen van eene tweede gelijksoortige dagvaarding.
Afschrift dezes, is door mij Deurwaardeer aangeplakt, overgegeven en in de Staats-Courant geplaatst, zoo als hier boven is gezegd.
De kosten zijn F 10,63 1/2. (get.) B. Léon, Deurwaarder, voor afschrift conform, D Léon, Deurwaarder. |
| Vermelding |
5 jul 1841 |
Nederlandsche Staatscourant [3] |
| In den jare 1800 een en veertig, den derden Julij, ten verzoeke van Mejufvrouw Gerarda Gesina Ligtrink, huisvrouw van Cornelis van Voorst, vroeger gewoond hebbende te Delft, thans zich bevindende te Utrecht, ten deze domicilie kiezende ten kantore van den Heer Hermanus Lambertus Troost, Procureur bij de Arrondisscments Regtbank te 'sGravenhage, wonende aldaar, wijk O, n°. 182, die in deze voor de requirante zal occuperen, en uit kracht van een vonnis door evengemelde Regtbank den twee en twintigsten dezer maand op de requeste der requirante gewezen, houdende verlof tot het doen dezer dagvaarding. Heb ik Benjamin Léon , Deurwaarder bij gemelde Regtbank, wonende mede te 's Gravenhage , wijk O, n°. 118, ten tweedemale gedagvaard, voornoemden Kornelis van Voorst, laatstelijk zijne woonplaats gehad hebbende te Delft, doch thans afwezig, en dien ten gevolge mijn exploit doende bij aanplakking aan de voorname deur der vergaderplaats van de voornoemde Regtbank, en aan het Huis der Gemeente te Delft, terwijl ik een ander afschrift heb overgegeven aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij evengemelde Regtbank, die het oorspronkelijke voor gezien heeft geteekend, en eindelijk nog bij plaatsing in de Nederlandsche Staats-Courant, ten einde: aangezien de requirante op den twintigsten November 1800 dertig, de gemelden Cornelis van Voorts, te Vleuten gehuwd zijnde, met denzelven slechts korten tijd te Delft heeft gewoond , terwijl hij reeds op den derden Januarij 1800 een en dertig het gemeenschappelijk domicilie verlaten heeft, zonder dat de requirante ooit iets meer van hem heeft vernomen; in persoon of door iemand van zijnentwege vóór of uiterlijk op den tienden October aanstaande ter griffie der bovengemelde Regtbank van zijn aanwezen te doen blijken; zullende ingeval van niet-verschijning daarvan door de requirante worden verzocht akte, en wijders verlof tot het doen eener derde gelijksoortige dagvaarding. Afschrift dezer is door mij Deurwaarder aangeplakt, overgegeven en in de Staats-Courant geplaatst, zoo als hierboven is gemeld. De kosten zijn ƒ 8.94_ (ge'o B. Léon, Deurwaarder. Voor eensluidend afschrift. B. Léon , Deurwaarder |
| Vermelding |
11 nov 1841 |
Nederlandsche Staatscourant [4] |
| In den jare 1800 één en veertig, den achtsten November, ten verzoeke van Mejufvrouw Gerarda Gesina Ligtrink , huisvrouw van Kornelis van Voorst, vroeger gewoond hebbende te Delft, thans zich bevindende te Ulrecht, domicilie gekozen hebbende len kantore van den heer Hermanus Lambertus Troost, Procureur bij dc Arrondissements- Rcgtbank te 's Gravenhage, wonende aldaar Wijk O. n°. IS2, die bij voortduring voor de requirante occupeert, en uit krachte van een vonnis door evengemelde Regtbank den tweeden November laatstleden oj) de requeste der requirante gewezen, houdende verlof tot het doen dezer dagvaarding , — heb ik Benjamin Leon , Deurwaarder bij genoemde Regtbank , wonende te 's Gravenhage , Wijk O. n°. 118. ten derdemale opgeroepen en gedagvaard, voornoemden Kornelis van Voorst, laatstelijk zijne woonplaats gehad hebbende te Delft, doch thans afwezig; doende ik dien tengevolge mijn exploit bij aanplakking aan de voorname deur der vergaderplaats van de voornoemde Regtbank , en aan het Huis der Gemeente te Delft , terwijl ik een ander afschrift heb overgegeven aan den Ambtenaar van het openbaar Ministerie bij evengemelde Regtbank , die het oorspronkelijke voor gezien heeft geteekend; zullende deze dagvaarding wijder» w0r.:«.,. g< aisl in de Nederlandsche Staats-Courant ; ten einde : aangezien de requirante op den twintigsten November 1800 dertig met gemelden Kornelis van Voorst te Vleuten gehuwd zijnde, met denzelven slechts korten tijd te Delft heelt gewoond, terwijl hij reeds op den derden Januarij 1800 een en dertig het gemeenschappelijk domicile verlaten heeft, zonder dat de requirante immer iets meer van hem heeft vernomen ; in persoon of door iemand van zijnentwege, vóór of uiterlijk op den vijftienden Februarij aanstaande, ter Griffie der bovengemelde Regtbank van zijn aanwezen te doen blijken; zullende ingeval van niet verschijning daarvan door de requirante worden verzocht akte, en wijders worden geconcludeerd, dat, vermits de gerequireede gedurenden tien volle jaren van zijne woonplaats afwezig is, zonder dat eenige tijding van deszelfs leven of dood is ingekomen, en hij op de drie op een volgende openbare dagvaardingen niet is verschenen , noch iemand voor hem is opgekomen, die behoorlijk van zijn aanwezen doet blijken, aan de requirante bij vonnis derzelve Regtbank zal worden vergund een ander huwelijk aan te gaan, met veroordeeling van den gerequireerde in de kosten. Afschrift dezes en van genoemd vonnis is door mij Deurwaarder aangeplakt en overgegeven , gelijk hiervoor is gezegd. B Leon |
| Overleden |
27 jun 1880 |
Maartensdijk,,Utrecht,Nederland [5] |
 |
|
| Persoon-ID |
I386 |
Database Onze Voorouders | Al mijn voorouders |
| Laatst gewijzigd op |
25 dec 2025 |
| Vader |
Willem van Voorst, ged. 25 dec 1746, De Bilt,,Utrecht,Nederland , ovl. 12 apr 1814, Maartensdijk,,Utrecht,Nederland (Leeftijd ~ 67 jaar) |
| Moeder |
Maria Versteegh, ged. 14 mei 1758, Leersum,,Utrecht,Nederland , ovl. 11 apr 1830, Maartensdijk,,Utrecht,Nederland (Leeftijd ~ 71 jaar) |
| Ondertrouw |
27 jan 1781 |
De Bilt,,Utrecht,Nederland [6] |
 |
|
| Ondertrouw |
28 jan 1781 |
Leersum,,Utrecht,Nederland [7] |
 |
|
| Getrouwd |
15 feb 1781 |
De Bilt,,Utrecht,Nederland [6] |
| Gezins-ID |
F183 |
Gezinsblad | Familiekaart |
| Gezin 1 |
Margaritha van Dijk, geb. 3 jul 1798, Maasland,,Zuid-Holland,Nederland , ovl. 15 sep 1829, Delft,,Zuid-Holland,Nederland (Leeftijd 31 jaar) |
| Getrouwd |
30 jul 1825 |
Maasland,,Zuid-Holland,Nederland [8] |
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
| Kinderen |
| + | 1. Maria Hendrika van Voorst, geb. 27 nov 1825, Delft,,Zuid-Holland,Nederland , ovl. 5 dec 1881, Oud-Beijerland,,Zuid-Holland,Nederland (Leeftijd 56 jaar) |
| | 2. Arij Jan van Voorst, geb. 30 mrt 1827, Delft,,Zuid-Holland,Nederland , ovl. 28 dec 1827, Delft,,Zuid-Holland,Nederland (Leeftijd 0 jaar) |
| | 3. Margaritha van Voorst, geb. 15 sep 1829, Delft,,Zuid-Holland,Nederland , ovl. 6 feb 1830, Delft,,Zuid-Holland,Nederland (Leeftijd 0 jaar) |
|
| Laatst gewijzigd op |
13 jul 2019 |
| Gezins-ID |
F179 |
Gezinsblad | Familiekaart |
| Gezin 2 |
Gerarda Gesina Ligtrink, ged. 25 dec 1793, De Meern,,Utrecht,Nederland , ovl. 27 jun 1866, Nigtevecht,,Utrecht,Nederland (Leeftijd ~ 72 jaar) |
| Getrouwd |
20 nov 1830 |
Vleuten,,Utrecht,Nederland [9] |
 |
|
 |
|
| Aantekeningen |
- Kort na het huwelijk verblijft het echtpaar korte tijd in Delf waar Cornelis de bene neemt en niet meer terugkeert. Hij laat zijn jonge vrouw waarschijnlijk achter met zijn vijfjarige dochter uit zijn eerste huwelijk.
Zo blijkt uit een vonnis bij de huwelijkse bijlage van Gerarda's tweede huwelijk [10]
- Extract uit huwelijkse bijlagen van Gerarda Ligterink en Dirk Nieuwede
In naam des Konings.
De arrondissements regtbank te ‘s-Gravenhage heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van
Gerarda Gesina Ligtrink, huisvrouw van Kornelis van Voorst, vroeger gewoond hebbende te Delft, thans zich bevindende te Utrecht, eischeresse comparerende bij den procureur H. L. Troost tegen
evengemelden Kornelis van Voorst, laatstelijk zijne woonplaats gehad hebbende te Delft doch thans afwezig, gedaagde met comparerende.
De procureur der eischeresse heeft genomen de volgende conclusie;
Aangezien de eischeresse op den twintigsten november achtienhonderddertig met gemelden Cornelis van Voorst te Vleuten gehuwd zijnde, met denzelven slechts korten tijd te Delft heeft gewoond, terwijl hij reeds op den derden january achttienhonderdeenendertig het gemeenschappelijk domicile verlaten heeft zonder dat de eischeresse immer iets meer van denzelven heeft vernomen.
Aangezien van den tijd van dit heengaan onder anderen blijjkt uit eenen brief welke alle kenmerken draagt in dien tijd geschreven te zijn en waarbij aan de ouders van de eischeresse door den tegenwoordigen predikant S. Benneweg van dit vertrek wordt kennis gegeven.
Aangezien de eischeresse wenschende een ander huwelijk aantegaan van deze regtbank respectievelijk bij drie vonnisssen van den tweeden maart, tweeëntwintig juny en tweeden november achtienhonderdeenendertig vergunning heeft bekomen haren afwezigen echtenoot op te roepen ten einde binnen de daarbij bepaalde termijnen in persoon of door iemand van zijnentwege ter griffie dezen regtbank van zijn aanwezen te doen blijjken.
Aangezien de derde oproeping op de wijze bij het laatste vonnis bepaald tegen den vijftienden dezer maand february bij exploit van den achtsten november des vorigen jaars heeft plaats gehad, gelijk danook dit exploit in de staatscourant van den elfden november daaraanvolgende is geplaatst.
Aangezien echter ook dien vijftienden february is voorbij gegaan zonder dat der eischeresse echtgenoot is opgekomen of aan zijn aanwezen heeft blijk gegeven ter griffie dezer regtbank.
Aangezien er hier alzoo voldoende termen aanwezig zijn om het verzoek der eischeresse overeenkomstig artikel vijfhonderdvijftig van het burgerlijk wetboek, gelijkt hetzelve bij het laatst gemeld exploit van elf november is vermeld, toe te staan
Zoo verzoekt en concludeert Hermannus Lambertus Troost als procureur der eischeresse dat vermits het niet verschijnen op de drie achtereenvolgende plaats gehad hebben oproepingen van meer genoemden haren echtgenoot Kornils van Voorst ter griffie dezer regtbank om van zijn aanwezen te doen blijken aan haer bij vonnis dezer regtbank moge worden vergund een ander huwelijk aan te gaan met veroordeeling van den gedaagde in de kosten der genoemde procedure.
De regtbank de eischeresse gehoord;
Gehoord den officier en zijne conlusie daartoe strekkende dat aan de eischeresse hare vordering zal worden toegewezen en dat haar zal worden vergund een ander huwelijk aan te gaan.
Gezien de stukken;
Overwegende dat de eischeresse op grond dat haar man Kornelis van Voorst met welken zij den twintigsten november achttienhonderddertig te Vleuten is gehuwd, reeds sedert january achttienhonderdeenendertig de gemeenschappelijke woning te Delft zoude hebben verlaten zonder dat zij eischeresse immer iets van hem vernomen heeft, zich bij requeste tot deze regtbank heeft gewend ten einde verlof te bekomen om voornoemden haren man bij openbare dagvaardingen op te roepen.
Overwegende dat het door de eischeresse geposeerde onder anderen wordt bevestigd door eene verklaring van den burgemeester van Vleuten en de Meern en door een certificaat van policie te Utrecht beiden behoorlijke geregistreerd.
Overwegende dat de regtbank bij vonnissen van twee maart tweeëntwintig juny en twee november achttienhonderdeenenveertig de openbare oproepingen ingevolge de wet heeft bevolen op welke noch de gedaagde noch iemand van zijntwege van zijn aanwezen heeft doen blijken.
Overwegende dat alzoo voor bewezen moet worden gehouden dat de gedaagde meer dan tien jaren van zijne woonplaats afwezig is zonder dat er eenige tijding van deszelfs leven of dood is ingenomen.
Gezien artikel vijfhonderdnegenenveertig en vijfhonderdenvijftig van het burgerlijk wetboek.
Regt doende vergunt aan de eischeresse het aangaan van een ander huwelijk.
En veroordeelt den gedaagde in de kosten van den processe.
Claus gewezen bij de heeren mr. P. J. Elout fungerend president, mr. L Asser regter, mr A. H. van der Kemp regter plaatsvervanger en gepronunueerde in tegenwoordigheid van de heeren mr. B. van den Velden officier, mr. S. J. van Rhijn griffier geteekend.
[10]
|
| Laatst gewijzigd op |
5 mrt 2023 |
| Gezins-ID |
F444 |
Gezinsblad | Familiekaart |