|
Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen |
Treffers 1,251 t/m 1,300 van 5,383
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 1251 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I24884)
|
| 1252 | Geboren in het jaar 1458 want op 3 november 1517 was Frank van Alckemade ongeveer 59 jaar (bron: http://www.wintersteijn.nl) en in 1494 was hij 36 jaar oud (bron: R.Fruin "Enqueste ende informatie" Leiden 1876). Hij woonde in Haarlem. Frank van Alckemade was een bastaardzoon van Floris Hugensz van Alkemade (bron: dr J.C.Kort "Van Alkemade 1200-1782 III in NL 115 (1998) 343-360) en werd in 'd'oude Chronijcke van Holland' (1636) van Gouthoeven: "Franco B.sone van Floris (van den Woude) voorsz." genoemd. In maart 1487 trad "Vranck de bastaert van Alckemade" op uit naam van (zijn halfzus) jonkvrouwe Beatrijs van Alckemade, vrouw van Jan van Heemstede; bij verkoop van een huis in de Grote Houtstraat te Haarlem naast Geertruida en Ermgard (dochters van IJsbrand Gaal), achter strekkende tot aan Floris van Adrichem (bron: NHA transp.reg.Haarlem inv.nr 76.3, fol.64) en in mei 1487 werd een schuldbekentenis opgetekend van Frank de bastaard van Alkemade (bron: HNA transp.reg.Haarlem 76.3 fol.78v). In september 1491 lijdt Pieter van Leeuwarden schuld aan Frank de bastaard van Alkemade (bron: NHA, transp.reg.Haarlem 76.4 fol.120v) en in maart 1492 lijden Dirk de Weent en Frank de bastaard van Alkemade gezamenlijk schuld aan Katharina wed. van Pouwel Arentsz van Noyen (bron: NHA transp.reg.Haarlem 76.4 fol.151v). In 1494 was Frank van Alckemade Baljuw van Zwammerdam en Rietwijk (bron: R.Fruin:"Enqueste en informatie" Leiden 1876). Hij was tussen 1510 en 1523 rentmeester van Kennermerland en pachtte de Sluisvisserij te Spaarndam en Halfweg tussen 1510 en 1513, terwijl hij deze in eigen beheer had 1509-1510 en 1517-1518 (bron: P.J.E.M. van Dam "Vissen in Veenmeren" Hilversum 1998, pag.260 en 255). In 1511 verkocht Frank van Alckemade een huis in de "Coninckstraet" te Haarlem voor 350 Rijnse guldens (bron: NHA, Stadsarchief Haarlem Thesaurierrek. inv.nr.394). Op 15 februari 1535 werd Frank van Alckemade, zalicher gedachten, vermeld als oudoom van Roeland van Heemstede (bron: NHA Archief Heerl.Heemstede inv.nr.419). Frank de bastaard van Alckemade was hoogheemraad van Rijnland tussen 1518 en 1524 (bron: S.J. Fockema Andreae "Het Hoogheemraadschap van Rijnland", Leiden 1934, blz 401). Frank van Alckemade bezat in het rekenjaar 1540 een losrente op de stad Haarlem: "Vranck van Alckemade, van een jair losrenten... betaelt bij quytancie van Jan van Alckemade, zijn zoon... XXX lb.). | van Alckemade, Frank (I2327)
|
| 1253 | Geboren omstreeks 1555, woonde in Udenhout waar hij een brouwerij aan de Molenstraat bezat (1606-1619), was met broer Boneventura eigenaar van 'De Hesseldonck' (1606-1610, vertrok in 1619 naar Loon op Zand waar hij schepen (1627) en schout (1634) werd. Zijn zegel vertoont het volle wapen van Arkel (1627). Hij testeerde 17-1-1631, overleed 15-6-1635 en werd begraven in de kerk van Loon op Zand. De scheiding en deling zijner goederen vond plaats op 17-1-1637, waaruit blijkt dat hij gehuwd was geweest met Anna van der Schoor, die reeds op 16-10-1625 te Loon op Zand was overleden. Anna was de dochter van Corstiaen Peterszn. van der Schoor. Van Schijndel 1959, blz. 126. (website www.kareldegrote.nl reeks 97) | van Grevenbroeck, Dirck Raessen (I17728)
|
| 1254 | Geboren womöglich als Sohn des sieghardinischen Grafen Sieghard V. vom Chiemgau erbte er dessen Grafschaftsrechte im Riesgau, zu welchem er ab dem Jahre 1030 bestellt wurde. Durch seine um 1015/20 geschlossene Ehe mit der Erbtochter des Grafen Walther vom Filsgau erbte er Gebiete um Fils und Rems, Göppingen, Staufen, Lorch und Gmünd, behält daneben ausgedehnten Altbesitz seines Geschlechts zwischen Alpen und Donau. Im Jahre 1053 wurde er Pfalzgraf in Schwaben; diese Funktion hatte er wahrscheinlich bis in das Jahr 1069 inne. Im Jahre 1070 wurde Friedrich vielleicht als ein (Laien?-)Mönch in einem süddeutschen Benediktinerkloster genannt. Begraben liegt er in seiner Stiftung, dem Stift Lorch („in pago"), später übertragen in das Kloster Lorch („in monte"). Translationsverzeichnis/Fragment der um 1140 aus dem Stift im Dorf in das Kloster auf dem Berg Umgebetteten: „Fridericus palatinus Frid. junioris pater, Frid. ducis avus, Cuonr. regis proavus, fundator necnon monachus, in pago, deinde in monte sepultus" [wikipedia] | van Staufen, Friedrich (I20676)
|
| 1255 | Gebruikt een stuk land van zeven morgen in het ambacht van den Indijk, liggende aan de Breudijk; strekkende van den dijk tot aan de molenvliet. Het land is eigendom voor een vierde gedeelte van den Weledele Heer Mr. Wiecker Onno Gerard Lokman [Schepenakten Harmelen (gerecht Indijk), 1762; inv. 830 folio 97v] Huurt een stuk land van de erfgenamen van Sr. Gerrit Glimmer op de zelfde locoatie [Schepenakten Harmelen (gerecht Indijk), 1769; inv 830 folio 145] [Schepenakten Harmelen (gerecht Indijk), 1771; inv 830 folio 151v] | van Dijk, Pieter Crijnsz (I400)
|
| 1256 | Gedetineerde in het huis van bewaring van Goes op een politieovertreding van 14 juli 1863 tot 15 juli 1863. Wonende in Goes maar geboren in Bergen op Zoom [254 Strafinrichtingen Zeeland, 1809-1973 inschr. 593] | Touw, Cornelis (I343)
|
| 1257 | Gedetineerde te Middelburg 1817 (zeeuwengezocht; toegang 254 inv 366 en 367) | Kelder, Susanne (I22098)
|
| 1258 | Gedoopt 't dogt. van Jan Mannen en Jennigjen Bartels op't R.V. genaamd Jennigjen | Mannen, Jennigje Jans (I24940)
|
| 1259 | Geertruid d. van Gerrit Henricsen en Grietjen Jans | Geertruyt Gerrits (I17787)
|
| 1260 | Geertruid, dogter van Johannes Rapholm en Katrina Pieters; getuigen: Laurens Rapholm, Kornelia Rapholm en Hermina Pieters | Rapholm, Geertruid (I25096)
|
| 1261 | Geertruida werd in 1061 weduwe. Korte tijd na het overlijden van Floris, nam bisschop Willem van Cuijck van Utrecht, het Rijnland en Kennemerland in bezit. Dit werd door de keizerin bevestigd, de minderjarige Dirk had toen alleen nog de monding van de grote rivieren en een paar eilanden in het noorden in bezit. Geertruida besefte dat ze een sterke bondgenoot nodig had en ze trouwde in 1063 met Robrecht I van Vlaanderen, de broer van de graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Robrecht gaf zijn aanspraken in Vlaanderen op (ten gunste van zijn neef Arnulf) en wijdde zich aan zijn Friese belangen, daaraan ontleent hij in Vlaanderen zijn bijnaam "de Fries". Dirk ontving Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde (o.a. Walcheren), als apanage. Robrecht en Boudewijn wisten het Rijnland en Kennemerland weer terug te veroveren maar keizer Hendrik IV gaf hertog Godfried III van Lotharingen van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop te verdedigen. Godfried werd op 26 februari 1076 vermoord in Delft. Toen bisschop Willem een paar maanden later ook overleed, verzamelde Dirk een Vlaams leger en probeerde opnieuw zijn graafschap te heroveren. De nieuwe bisschop Koenraad verschanste zich in het kasteel van IJsselmonde. Toen Dirk het kasteel wist te veroveren was de strijd beslist: Koenraad sloot vrede en gaf daarbij het Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk. [wikipedia] | van Saksen, Geertruida (I20949)
|
| 1262 | Geertruijt d. van Gerrit Hendricks en Grietien Jansen | Geertruyt Gerrits (I17785)
|
| 1263 | Geertruyt d. van Gerrit Moeren en Grietie Jans | Moeren, Geertruyt Gerrits (I17788)
|
| 1264 | Gehoort het rapport van de Heeren van Middelburgh en Goes, op de requeste van Pieter Marinissen Mesoeck, beenhacker tot Goes, breeder gemeld in de notulen van den 31. Meert 1683. Is goegevonden en verstaen, alvorens op de versoecken ten principalen te disponeren, dat de goederen en effecten, door Maerten Jansse van Noorwege gemaeckt aen de twee weesen van Maria Meertens van Noorwege, des testateurs dochter, en des suppliants gewesen hysvrouw, sullen werden overgebracht ter weeskamer der stadt Middelburgh, om aldaer ten profijte van de voorsz. weesen verseeckert, ende geadministreert te werden, volghens de ordonnantie op de selve kamer gearresteert. | Mesoeck, Pieter Marinus (I22662)
|
| 1265 | Gelegerd te den Helder | Ambachtsheer, Jan (I17998)
|
| 1266 | Gelet op de requeste van Pieter mesouck, beenhacker tot Goes, te kennen gevende hoedat Maerten Janssen van Noorwegen, (in sijn leven) meester kuyper tot Middelburg, disponerende van sijne tijdelijcke goederen, aen Maria en Marinus Mesouck, sijne suppliants twee kinderen, verwecht bij Maria Maertens van Noorwegen, des testateurs dochter, gelegateert heeft eenighe obligatien tot laste van dese provincie en de Banck van Leeninge tot Middelburg, mitsgaders de nombre van 3 gemeten 10 roeden lants, ende eyndelingh noch eene somme van 500 pond vlaems, met de clausule dat de voornoemde kinderen uyt den inkomen vandien yder niet meer als hondert guldens jaerlycx souden mogen verteeren; en alsoo den suppliant onmogelijck is de voornoemde kinderen daervoor te onderhouden, versoeckende uyt den inkomen van sijne voornoemde kinderen goet, soodanigen jaerlycxsen toelegh, als haer Ed. og. sullen oordeelen tot der selver opvoedinghe en andere nootsaeckelijckheden te werden vereyscht, mitsgaders den suppliant te authoriseren, om de 500 pond vlaems aen gelt, op behoorlijcken intrest te mogen besitten, onder cautie; is goegevonden en verstaen, de voornoemde requeste te stellen in handen van de Heeren van Middelburgh en van der Goes, om het gedaen versoeck nader te examineren, de geineresseerde bij het fidecommis, oock de vooghden van des suppliants kinderen daerop te hooren, en daervan rapport te doen. | Mesoeck, Pieter Marinus (I22662)
|
| 1267 | Genoemd als pachter van ene helft van het goede Dingstede van 1594-1610 [NL 1974 col 116] | Gezin F223749178
|
| 1268 | Geplaatst bij het korps genietroepen te Tjimahi, 2e luitenant WRH van Aalderen uit Nederland verwacht wordende [24 dec 1904; https://resolver.kb.nl/resolve?urn=dts:2947053:mpeg21:0008 ] | van Aalderen, Willem Rutger Henri (I12419)
|
| 1269 | Gerard Onder de Linde van Dordrecht boekverkoper oud 28 jare in de Langebrughsteeg ouders doot geassissteert met Willem Fredrik van der Willip en adriana van Dakenburg van A. oud 28 jare op de Leprosenburgwal geassisteert met haar vader Abraham van Dakenburgh | Gezin F223749376
|
| 1270 | Gerard kwam in 897 in conflict met koning Zwentibold van Lotharingen. Die ontnam hem eerst zijn positie maar Gerard en Zwentibold verzoenden zich weer. Het conflict was echter niet opgelost en Gerard en zijn broer Matfried (graaf van de Eiffel) namen de leiding op zich van een opstand, en versloegen en doodden Zwentibold in 900 in een veldslag bij Susteren. Gerard trouwde direct met Zwentibolds weduwe Oda (ca. 880 - na 952), een dochter van Otto I van Saksen, maar het lukte Gerard en Matfried niet om hun gezag over Lotharingen te vestigen. In 903 werd Gebhard van Franconië tot hertog van Lotharingen benoemd. Gerard was in 906 in conflict met een graaf Koenraad, vermoedelijk Koenraad I van Franken (een neef van Gebhard) die door Koenraad de Oudere (een broer van Gebhard) met een leger was gezonden om Gebhard te ondersteunen. Gerard sneuvelde in 910 in gevecht met een Beiers leger. Gerard was zoon van Adelhard van Metz (ca. 850 - 2 januari 890), graaf van Metz en lekenabt van Echternach, die zoon was van Adalhard de Seneschalk, en van een dochter van Matfried van de Eifelgouw (ca. 820 - na 18 september 882). Matfried wordt in 843 al genoemd als graaf van de Eifelgouw en in 877 staat hij op een lijst van edelen die de koning van West-Francië zullen bijstaan als die de Maas zou oversteken. [wikipedia] | van de Metzgau, Gerard (I20606)
|
| 1271 | Gerard van Auvergne was een hoge Frankische edelman. Gerard was een lid van de keizerlijke entourage van keizer Lodewijk de Vrome en verbleef aan het hof. Hij was getrouwd met Rotrude, dochter van keizer Lodewijk de Vrome en Ermengarde van Haspengouw. Na Rotrudes overlijden hertrouwde hij met haar zuster Hildegarde. Gerard was graaf van Aquitanië en werd in 839 door keizer Lodewijk de Vrome benoemd tot graaf van Auvergne en Poitiers. Hij sneuvelde op 25 juni 841 in de Slag bij Fontenoy (841). Na zijn dood werd Hildegarde abdis van de Abdij van Onze Lieve Vrouwe en van Sint-Jan te Laon [wikipedia] | von Auvergne, Gerhard (I20672)
|
| 1272 | Gerard volgde in 1047 zijn broer Adalbert op als graaf van de Elzas, Metz en Châtenois, toen die hertog werd van Opper-Lotharingen. Adalbert werd tot hertog benoemd in plaats van de opstandige Godfried II van Lotharingen maar werd in 1048 al door Godfried gedood. Gerard volgde toen zijn broer op als hertog maar werd al snel door Godfried gevangengenomen. In 1049 bemiddelde paus Leo IX een vrede in Lotharingen en werd Gerard vrijgelaten. Met steun van keizer Hendrik III wist Gerard zijn positie te versterken ten koste van Godfried en zijn bondgenoten. In 1053 kwam Gerard op zijn beurt paus Leo IX te hulp tegen de Italiaanse Normandiërs. Gerard leidde een klein Duits contigent in het pauselijke leger dat zich in dat jaar wilde verenigen met een Byzantijns leger om de Normandiërs aan te vallen. Die wachtten echter niet af maar onderschepten het pauselijke leger op 18 juni 1053 bij Civitate (bij Foggia). Er werden besprekingen gevoerd maar de Normandiërs vielen ondertussen aan en hun rechtervleugel verjoeg een overmacht aan Italiaanse troepen van de paus. Ondertussen wisten de Duitsers, die ongeveer 2:1 in de minderheid waren tegen de resterende Normandiërs, hun tegenstanders in het nauw te brengen maar ze verloren de slag toen de rechtervleugel van de Normandiërs op het slagveld terugkeerde. Paus Leo IX werd gevangengenomen. Gerard was voogd van de abdijen van Sint Pieter te Metz, Sint Maarten bij Metz, Sint Evre te Toul, Remiremont, Moyenmoutier en Saint-Mihiel. Deze voogdijschappen leidden tot conflicten met de bisschoppen van Metz, Verdun en Toul. Gerard bouwde kastelen in Prenay en Nancy (het begin van het middeleeuwse Nancy) om zo de verbinding tussen zijn noordelijke en zuidelijke bezittingen zeker te stellen. Tegen het einde van zijn leven kwam Gerard in conflict met lokale edelen. Hij overleed op een veldtocht tegen opstandelingen, volgens geruchten was hij vergiftigd. Hij werd begraven in de abdij van Remiremont. Met zijn bewind kwam een einde aan de turbulente geschiedenis van Opper-Lotharingen, zijn nageslacht regeerde tot 1755. [wikipedia] | van Lotharingen, Gerard (I20942)
|
| 1273 | Gerard was graaf van Wassenberg van 1085 - 1129. In 1096 werd hij, als Gerard I, ook graaf van Gelre. Hij werd in 1096 ook als landgraaf geattesteerd in een keizerlijke oorkonde: MGH Diplomata Henrici IV nr. 459: Gerardus lantgrave, waarschijnlijk met betrekking tot een rijksleen in de Teisterbant. Daarnaast was hij voogd van Erkelenz, Roermond en Utrecht. Gerard was een van de machtigste edelen van Neder-Lotharingen en probeerde zijn bezit vooral ten koste van de bisschop van Utrecht te vergroten. Dit leidde tot conflicten met Utrecht maar ook met de aartsbisschop van Keulen en de graven van Holland. Op rijksniveau was Gerard een trouw bondgenoot van Hendrik IV (keizer). Samen met zijn neef/broer Gosewijn I van Valkenburg dwong hij de benoeming van Hendriks kandidaat af, als abt van Sint-Truiden. Van Gerard is ook een schenking bekend aan Sint-Servaas te Maastricht. Gerard was een zoon van graaf Gerard III van Wassenberg of van Diederik van Wassenberg. Gerards eerste vrouw is onbekend. Hij hertrouwde met de weduwe van Koenraad I van Luxemburg, Clementia van Poitiers of Clementia van Gleiberg. (Zie artikel over Clementia van Poitiers voor de discussie over haar identiteit) [wikipedia] | van Gelre, Gerard I (I20311)
|
| 1274 | Gerberga werd begraven in de abdij van Stavelot. [wikipedia] | van Boulogne, Gerberga (I20830)
|
| 1275 | Gerit Teunissz Schut wijnkuyper Wonende in Steversloot tegenover den doel Mayken Sibert Wor dr. woonende bij haeren vader, beyde van Dordrecht | Gezin F223749154
|
| 1276 | Gerrit Davidsz Stougje wednr. van Martijntje Korsd van der Meulen en Mijntje Dirksd van Bliek wed. van Jan Florisz van der Stoep beiden geb. en won. in OB, hier getrouwd op 3 april | Gezin F223749072
|
| 1277 | Gerrit Dierickss j.m. van Segwart, ooc aldaear woonachtigh Neeltge Cornelis, j.d. van Segwart, ooc aldaer woonachtigh Diric Geritss vader van de bruijgom Cornelis Claeijss vader der bruijt getrout den 19 in Soetermeer | Gezin F223749060
|
| 1278 | Gerrit Henricks j.m. van Goor ende Margrieta Jans j.d. beijde in de Walstrate | Gezin F223747110
|
| 1279 | Gerrit Heyndrickson van Leeuwen wed. van Linschoten Dirckjen Gerrits j.d. van Oudewater | Gezin F223749052
|
| 1280 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Arien Cornelis Rootbaert, gedaagde ende gedeclareerde, omme te zien overleveren declaratie te dienen van costen. Schepenen gesien hebbende de declaratie van costen bij Gerrit Janse trijumphant overgelevert ende daerop gehoort het debat van Arien Rootbaert, gecondemneerde, mede daerop gedaen, hebben de costen die tot meerdere somme waren bedragende, gemodereert op eene gld 16 stuijvers. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1281 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Arien Cornelisse Rootbaert ged. omme als noch te zien nieuwe letteren van exceptie. Schepenen decerneeren nieuwe letteren van exceptie. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1282 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Arien Cornelisse Rootbaert ged. omme als noch te zien nieuwe letteren van exceptie. Schepenen decerneeren nieuwe letteren van exceptie. | Waert, Theunis Gerritsz (I21929)
|
| 1283 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Arien Cornelisse Rootbaert, gedaagde omme te zien decerneeren nieuwe letteren van executie, van een verjaert vonnisse, gewesen bij mijn Ed Heeren alhier, wesende van data den 11 sept 1622, daerop betaelt te zijn, mitten costen daeromme gedaen ende noch gedaen soude mogen werden. Schepenen decerneeren nieuwe letteren van executie mitten costen. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1284 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Arien Mathijsse gedaagde omme betaling van 1-2-0 bij hem van wege de eijser ontfangen, spruijtende van geleverde rijss, cum expensis. Schepenen wijsen parthijen bij malcander op hope van accoort ist doenlick ende comme zij niet accordeeren, zullen ten naesten wederom te recht comen. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1285 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Cornelis de oude Root- baert, gedaagde omme betaling te hebben van 8 gld van coop van zeeckere hoeikge steechs. Int eerste default ende een ander citatie, volgens ordonnantie. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1286 | Gerrit Janse Waert eijser. Contra Cornelis de oude Rootbaert, het tweede default te begeeren. Schepenen ordonneeren de eijser te dienen van interdict ten naesten, omme als noch sententie te begeeren naer behooren. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1287 | Gerrit Janse Waert, bekent schuldich te wesen Jan Pieterse van Heemert, de somme van 9-7-0 van gehaelde waren, ende bekende daervoor met recht verwonnen te sijn, zurcheerent dexecutie tot grote vastelavont eerst comende, actum in juditio | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1288 | Gerrit Janse Waert, bekent schuldich te wesen Jan Pieterse van Heemert, de somme van 9-7-0 van gehaelde waren, ende bekende daervoor met recht verwonnen te sijn, zurcheerent dexecutie tot grote vastelavont eerst comende, actum in juditio | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1289 | Gerrit Janse Waert, eijser. Contra Cornelis Cornelisse de oude Rootbaert gedaagde te antwoorden. Bullick mitten eijser present, versocht dat de ged. zijn versoeck ofte conclusie zal willen doen of nemen zal teijtkenen ofte anders versteck. De ged. persisteert bij zijn verbaal, dat hij. alhier in juditio van de Heeren Schepenen heeft gekomen ende gedaen. Schepenen ordonneeren parthijen haren zaeck datelick te bepleijten ten principaelen ende dat de ged. ofte zijne procureur, zijn versoeck ende conclusie pertinentelick zal doen teijckenen. Eeuwout Ariense als procureur voor de ged. versoeckt, dat parthij geordonneert zaI werden, mit malcanderen te reeckenen voor de 1e rechtdach in bij wesen van Schepenen. Schepenen appointeeren tusschen parthijen bij malcander, omme mit malcander te reeckenen. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1290 | Gerrit Janse Waert, eijser. Contra Cornelis Cornelisse de oude Rootbaert gedaagde te antwoorden. Bullick mitten eijser present, versocht dat de ged. zijn versoeck ofte conclusie zal willen doen of nemen zal teijtkenen ofte anders versteck. De ged. persisteert bij zijn verbaal, dat hij. alhier in juditio van de Heeren Schepenen heeft gekomen ende gedaen. Schepenen ordonneeren parthijen haren zaeck datelick te bepleijten ten principaelen ende dat de ged. ofte zijne procureur, zijn versoeck ende conclusie pertinentelick zal doen teijckenen. Eeuwout Ariense als procureur voor de ged. versoeckt, dat parthij geordonneert zaI werden, mit malcanderen te reeckenen voor de 1e rechtdach in bij wesen van Schepenen. Schepenen appointeeren tusschen parthijen bij malcander, omme mit malcander te reeckenen. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1291 | Gerrit Janse Waert, eijser. Contra Cornelis de oude Rootbaert gedaagde, tot condemnatie van 15 gld, spruijtende van coop van zegenwater, leggende op Snackert int Heere schip, affslaende solutum, cum expensis. Int eerste default. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1292 | Gerrit Jansse Waert, ende Wouter Jansse Cock, requiranten. Contra Jan Huijbertsse ende Bastiaen Ariensse, gereqd. versoeck doen. Versoecken interpretatie opt vonnisse van dato de 12e sept lestleden tusschen parthijen gewesen, off zij nijet gemogen volstaen, mits betaling hare portien van de rente int vonnisse verhaelt, twelck zij bij dese zijn presenterende. Schepenen persisteren bij voorgaende vonnisse. Compareerde Ghijsbert Ghijsbertsse, ende hij heeft bij dese borge gestelt voor Wouter Jansse Cock, ende Gerrit Jansse Weert, voor de voldoeninge van de sententie tusschen Jan Huijbertsse ende Bastien Ariensse ter eene ende de voorn. Wouter Jansse ende Gerrit Jansse met Pieter Jansse ter andere zijde bij schepenen van Ammers op den 12e sjaers 1611 gewesen, voor zoo veel de voorn. Wouter Jansse ende Gerrit Jansse aengaet. Actum voor Joost Cornelisse ende Arien Bruijnen, schepenen den 26e sept 1611. | Waert, Gerrit Jansz (I21931)
|
| 1293 | Gerrit Pouwelsz, in 1684 jongeman van Lente (-- een gehucht bij Wijthmen en niet ver ten noorden van de Alerdink!), trouwde Zwolle 20 april 1684 met Hendrikje Aloffs, jongedochter van Zwolle, | Gerrit Pouwelsz (I12469)
|
| 1294 | Gerrit de Haan, Elisabeth Mase; Ida | de Haan, Ida Gerritsdr (I24526)
|
| 1295 | Gerrit de Haen en Elizabeth Maessen; Elizabet | de Haen, Elizabet Gerritsdr (I24531)
|
| 1296 | Gerrit de Haen j.m. van Dordrecht geassisteert met Mattheus de Haen desselfs vader met Lijsbeth Maessen j.d. van Stockum beijde wonende aen de Sluijspoort geassisteert met Jenneken Francot desselfs nighte den 12e junij hier getrouwt | Gezin F584
|
| 1297 | Gerrit de Haen, Elizabeth Maessen; Marijke | de Haen, Marijke Gerritsdr (I24530)
|
| 1298 | Gerrit de Haen, Lijsbet Mase; Abraham | de Haen, Abraham Gerritsz (I24527)
|
| 1299 | Gerrit woonde op jonge leeftijd al bij de familie van der Staay. | Bestebreurtje, Gerrit (I65)
|
| 1300 | Gerrit zijn naam kwam voor op het opschrift van de torenklok, door H. Petit was geleverd.De klok is in 1943 door de Duitsers in beslag genomen en naar Duitsland overgebracht. | de Zeeuw, Gerrit Ariesse (I852)
|