Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen
Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Stamboom:  

Treffers 1,551 t/m 1,600 van 5,383

      «Vorige «1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 108» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
1551 In de doopboeken van Princenhage is geen achternaam Patroonse te vinden. Wel vind je op ... 1725 een Catharina dochter van Petrus Anthonii. De achternaam Patroonse zou een samensmelting van Petrus en Antoon kunnen zijn.
Echter er zijn bij de zelfde ouders 2 Catharina's gedoopt de tweede in 1729 dus dit lijkt niet onze Catharina te zijn.
Een betere match is de dochter van Jan Cornelisse Christiaen en Ariaantje Hendrixe Bax. Ook hier zijn echter twee Catharina's gedoopt maar slechts 14 maanden uit elkaar.
Omdat de oudste dochter Ariaantje en de tweede zoon Johannes wordt gedoopt (dan dus naar de moeder en vader van Katrina) lijkt dit gezin als ouders het best te passen. Raadselachtig blijft dan wel waar de achternaam Patroonse vandaan komt. 
Patroonse, Katrina (I5264)
 
1552 In de huwelijkse bijlage gebruikt Cornelis het extract van het huwelijk van Dirk Nieuwede en Gerarda Gesina Ligtrink met de notitie naar het vonnis van de rechtbank dat Gerarda toestemming tot het huwelijk verleent Gezin F448
 
1553 In de index Transporten Zevenhuizen 1617-1732 komen de volgende naamen voor;
Arien Maertense, Corn. Arien Maerts, Maarten Ariens, Pouwels Maertens en Tonis Maertens. (akte 91v 19-12-1618). In de weeskamer archieven komen we tegen rond 1618. Marritgen Inggensdr weduwe van Maerten Adriaensz Ambachtsman en kinderen Adriaen Maertensz, Claesgen Maertensdr gehuwd met Willem Cornelis Schortecleet, Marritgen Maertensdr, Cornelis Maertensz, Thonis Pouwels Maertens.

f. 138v d.d. 6-1-1619: Comp. Marritgen Inggensdr. weduwe van Maerten Ariensdr.
Ambachtsman geassisteerd met de schout voorsz. [= Claes Jansz. van Alphen] ter eenre en
Arien Maertensz. zoon en Willem Cornelisz. Schortecleet getrouwd hebbende Claesgen
Maertensdr. en zulks elk voor haar zelf, mitsgaders Arien Ariensz. Moijman den Ouden
provisioneel voogd van de vier nog ongehuwde en meest onbejaarde, alle kinderen van de
voorsz. Maerten, en in die kwaliteit ter andere zijde, en bekenden veraccordeerd te zijn
nopende het alimenteren der voorsz. vier onbejaarde kinderen.
(ORA zevenhuizen; bewerking van 
Ambachtsman, Maerten Adriaensz (I18781)
 
1554 In de index van Staten van Goed van het Ambacht Assenede vierschaar Wachtebeke vragen de 3 wezen Jan, Joos en Lieven van Jacobus Winne en Anna Herdewels toestemming voor de verkoop van land in Stekene Gezin F223748640
 
1555 In de kohier van slagturven van Zegwaart uit 1544 staat Dirck Claesz Schoudt borg voor ene Arent Claesz. Beiden stamvaders hebben ook een dochter Brechgen. Schoudt, Dirk Claesz (I23549)
 
1556 In de publicatie "Genealogie Alblasserwaard" door J E Heijns vinden we in de stamboom van Huysman een vermelding van Pieter Cornelis alias Ambachtsheer. In de collectie van de heer Bruin vinden we in de bestanden aangaande Bleskensgraaf:

Wk.nr.1 f33 3-3-1641
c. Neeltgen Goossen, won. dorp Bleskensgraaf, wede van Pieter Cornelisz alias Ambachtsheer, geass. met Goossen Theunisz haar vader, ter eenre en Hendrick Cornelisz won. Bleskensgraaf als gerechte bloedvoogd van het weeskind Cornelis Pietersz oud 20 weken. Uit vaders versterf 3 mrg land in Nieuw Lekkerland in een weer van 12 mrg ten oosten Lauwen Hoff, ten westen Phillips Pietersz; nog een ½ mrg in Nieuw Lekkerland in een weer van 10 mrg gen. Maet lant, ten oosten Jan Cornelisz, ten westen Vop Jansz. Een obligatie op Cornelis Gielen tot Ridderkerck 300 gld. Neeltgen Goossen houdt de boedel met huis hof en erve en overig land, paerden, koeien, rentebrieven enz. Zij zal het kind opvoeden (de Bruin collectie; Bleskengraaf dt)

Wk nr1 24.11.1653 (collectie de Bruijn)
178 Cornelis Michielsz Legendijck (wonende Rydderkerck) voor de helft en Hendrick Cornelisz, wonende Bleskensgraeff, oom en bloedvoogt van moeders zijde, Aelbrecht van Breevelt, schout tot Rydderkerck, oppervoogt van de twee weeskinderen van Cornelis Giellen voornoemt, namelijk: Dirck 18, Michiell 13, waarvan moeder was Barbara Cornelis, voor 'd andre helft dragen over aan kinderen van Hendrick Cornelisz voorschreven, gehuwd met Grietgen Pieters (overleden), genaemt: Cornelis,Aryen, Jan, Theunis en Pieter; mitsgaders: Hendrick Huybertsz gehuwd met Adriaentgen Hendricks, wonende Streefkerck, de gifte van: 4 mrg. 225 r in drie weren [N17-19] gemeen en onverdeelt met de landerijen van Hendrick Cornelisz voornoemt uitgezondert sijn huysinge metten buytenwerff. Oost en West de weduwe en kinderen van Cornelis Cornelisz.
178v Vader Cornelis Michielz Legendijck is aan zijn twee kinderen Dirck en Michiel 1225 kar. gld. schuldig. 4%; stelt pand: zijn goederen. 
Legendijck, Cornelis Michielsz (I11072)
 
1557 In de tijd van Gotfried waren de Alemannen in naam nog een onafhankelijk volk, hoewel ze werden gedomineerd door Austrasië. Het bewind van Gotfried werd gekenmerkt door voortdurend conflict met de Franken om die onafhankelijkheid zoveel mogelijk te behouden. Hoewel ook de Elzas tot het gebied van de Alemannen hoort, was dat onder Eticho I in feite een onafhankelijk hertogdom geworden.
Van Gotfried is verder bekend dat hij te Cannstatt (er worden meerdere data genoemd tussen 700 en 708) Biberburg aan de Abdij van Sankt Gallen schenkt. In Cannstatt (tegenwoordig een wijk in Stuttgart) ligt een oud Romeins fort, dat vermoedelijk door Gotfried als residentie werd gebruikt.
Lantfrid en Theudebald (twee van zijn zonen) bleven zich verzetten tegen de Frankische overheersing. Dit leidde tot meerdere oorlogen waarin de Alemannen werden verslagen. Na de dood van Theudebald (745) hielden de Frankische overwinnaars onder leiding van Carloman te Cannstatt, nu een deel van Stuttgart, een hofdag. Tijdeze deze zogenaamde Bloedraad van Cannstatt werd het grootste deel van de adel van de Alemannen gearresteerd, beschuldigd van hoogverraad, veroordeeld en geëxecuteerd. Hun posities werden door Franken ingenomen. Hnabi wist zijn vooraanstaande positie echter te behouden en was zelfs grootvader van Hildegard, de derde vrouw van Karel de Grote en moeder van Lodewijk de Vrome.
[wikipedia] 
van de Allemannen, Gotfried (I20808)
 
1558 In de veronderstelling dat Jan Florence van den Worde gelijk is aan Jan de Klerk van Dordrecht van den Worde, Jan Florence (I24026)
 
1559 In een onbekende periode was Godfried een tijd lang als paltsgraaf de vertegenwoordiger van de hertog van Lotharingen. Het ambt werd van 911-915 door Reinier I van Henegouwen (als markgraaf) en aansluitend door Wigerik uitgeoefend. Aangezien Wigerik voor 922 is overleden en Karel III in 923 is afgezet, blijft er slechts een kort tijdsvenster over, waarin Gottfried (ondanks zijn jeugd) als plaatsvervanger van zijn schoonvader in Lotharingen als paltsgraaf kan hebben gefunctioneerd.
Aangezien Gotfried gelijktijdig echter nauw verwant was met Hendrik de Vogelaar en Otto I de Grote en tevens een broer was van Otto I's belangrijke adviseur en latere kanselier Wigfried, is het ook mogelijk dat hij deze positie na 923 ondanks zijn betrekking met de afgezette Karel III, wist te behouden. Het feit dat zijn zoon Godfried I van Neder-Lotharingen in 959 zelf hertog van Neder-Lotharingen werd, in eerste instantie nog als plaatsvervanger van aartsbisschop Bruno van Keulen, de broer van Otto I de Grote en de opvolger van Wigfried in beide posten, spreekt er voor dat relaties met de Saksische dynastie belangrijker waren dan relaties met de West-Franken.
[wikipedia] 
van Gulik, Godfried (I20750)
 
1560 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F223748643
 
1561 In een testament van 20 augustus 1719 worden Cornelis Ambagtsheer en Catharina Claes van Alphen met name genoemd (Akte uit Groene Hart Archieven geen verdere referentie bekent)

Wordt genoemd in het testament van Claes Pieters de Rij (als zijn zijn dienstmaagd) en krijgt hier in een legaat van 800 gulden en 2 obligaties ter waarde van 600 gulden toegekend (Archief Gouda; akten van notaris Bontebal dd 10 mei 1716)
Claes Pieters de Rij is de oom van Catharina Claes van Alphen wie naar het lijkt zijn enige erfgenaam is. In dit testament wordt Abraham Crijn van Alphen als administrateur van het testament genoemd. Merkop dat dit dus 6 maanden voor het huwelijk van Abraham en Aagje plaats vindt. 
Ambagtsman, Aagje Maartense (I18685)
 
1562 In einer genealogischen Aufstellung des 12. Jahrhundert ist als Herrschaftssitz Friedrichs benannt eine „Burg Büren", die vermutlich auf dem „Bürren" nördlich des Ortes Wäschenbeuren im heutigen Landkreis Göppingen lag.
[wikipedia] 
van Büren, Friedrich (I20674)
 
1563 In geboorteakte van dochter Willemina staat aanvankelijk Hermina Gerritsen. In de kantlijn staat de gecorrigeerde naam Hermina Harmsen Harmsen, Hermina (I379)
 
1564 In haar eerste huwelijk was zij getrouwd met Gebhard van Supplinburg. Deze sneuvelde op 9 juni 1075 in de Slag bij Langensalza. Hij vocht in een coalitie van Saksen en Lotharingers tegen keizer Hendrik IV en zijn bondgenoten. Enige weken hierna werd hun zoon Lotharius III van Supplinburg geboren. Deze zou ruim 50 jaar later keizer van Heilige Roomse Rijk worden. Al eerder was zij de moeder geworden van een dochter, Ida, die zou huwen met graaf Sieghard van Tengling.
[wikipedia] 
van Formbach, Hedwig (I20928)
 
1565 In haar tweede huwelijk trouwde Gisela met Ernst I van Zwaben. Na diens dood werd zij in 1015 regent van het hertogdom Zwaben.
Zij huwde ten slotte in 1016 met Koenraad, graaf van Speyer en Worms. Koenraad was afkomstig uit de hoge adel maar had slechts een bescheiden positie geërfd. De beide echtelieden waren familie in de achtste graad (ze stammen allebei af van Hendrik de Vogelaar, de moeder van Gisela, Gerberga van Bourgondië, en de grootvader van vaderskant van Koenraad, Otto I van Karinthië, waren achternicht en achterneef van elkaar). Dit was volgens de regels van die tijd een legaal huwelijk (verwantschap in de zevende graad was verboden) maar keizer Hendrik II de Heilige, die bloedverwantschap graag gebruikte om de huwelijkspolitiek van de adel te frustreren, maakte bezwaar tegen het huwelijk. Koenraad en Gisela werden verbannen en Gisela verloor haar functie als regent van Zwaben. In 1020 verzoenden Koenraad en Hendrik zich weer en konden Koenraad en Gisela terugkeren.
Koenraad werd in 1024 tot koning gekozen, en gekroond door de aartsbisschop van Mainz. Die weigerde echter om Gisela te kronen waardoor die op 21 september 1024 te Keulen apart tot koningin werd gekroond. Op 26 maart 1027 werden Koenraad en Gisela te Rome ook tot keizer en keizerin gekroond. Op de terugweg gaf ze schenkingen aan de abdij van Sankt Gallen, voor het lezen van missen voor zichzelf en voor haar zoon Hendrik.
Gisela was politiek zeer actief. Ze nam deel aan meerdere synodes. In 1027 wist ze te bereiken dat haar neef, Rudolf III van Bourgondië, bij testament zijn koninkrijk aan Koenraad naliet. In 1034 kwam Bourgondië, na twee jaar verzet door een groep weerspannige edelen en bisschoppen, daarmee definitief bij Duitsland. In 1039 zou Bourgondië een verregaande autonomie krijgen van Hendrik III. Ook wist zij in 1033 te Merseburg een vrede met Mieszko II Lambert van Polen te sluiten. Ze bemoeide zich volop met benoemingen van bisschoppen en abten. En ook bemiddelde Gisela regelmatig tussen Koenraad en haar zoon Ernst II van Zwaben, die herhaaldelijk in opstand kwam tegen zijn stiefvader. Uiteindelijk gaf ze op en liet ze Ernst vallen, die in 1030 dan ook om het leven kwam (en dan kan die nog niet ouder dan 15 zijn geweest!). Ernst II zou voortleven in de literatuur: hij is de inspiratie voor het middeleeuwse epos "hertog Ernst". Herman, de tweede zoon uit het huwelijk van Gisela met Ernst, werd hierdoor later hertog van Zwaben. In 1037 bezocht Gisela de graven van de apostelen in Rome. Na het overlijden van Koenraad steunde Gisela haar zoon Hendrik III maar dit leidde tot spanningen en haar invloed nam snel af. Gisela werd begraven in de dom van Speyer, waar het lichaam van Koenraad al eerder was begraven.
[wikipedia] 
van Zwaben, Gisela (I20258)
 
1566 In het archief Langstraat Heusden Altena wordt melding gemaakt van een borgbrief uitgegeven door het kerkbestuur hervormde gemeente Goes dd 5-6-1791 gelicht door Ida Johanna Swaen en haar tweede man Martinus van der Mout (gedateerd op 4-5-1813 maar dat lijkt niet te kloppen) Gezin F223748661
 
1567 In het boek "De Amsterdamse Boekhandel 1680-1725 IV" van Isabella Henriëtte van Eeghen is te lezen hoe Adriana van Daakenburg van haar eerste man de boekhandel van Gerard Onder de Linden heeft geërfd en Adriaan Wor als haar man hier samen met de andere erven Onder de Linden controle over kreeg.

Na zijn dood zette zijn neef ook Adriaan Wor geheten de boekhandel voort vanuit Rotterdam. 
Wor, Adriaen (I24426)
 
1568 In het testament van Hendrik Pouwels wordt gesproken over broers. Dit impliceert naast Gerrit nog minstens 1 andere broer die hier als naamloos is opgenomen. Mogelijk is dit Hermannus Pouwels die getrouwt met Gesien Alberts op 9 aug 1698 een zoon Jan laat dopen. Deze Jan zou het mystery van de naam Jannes van Alderich ophelderen als ook een Jan van Aalderen ruiter van Doesburg die rond 1730 in Den Haag wordt vermeldt. Tevens wordt er in kampen een Jannes van Aalderink genoemd die rond deze tijd geleefd moet hebben. Bij geen van de broers Gerrit en Hendrik komt bij de kinderen of kleinkinderen de naam Jan voor. NN Pouwels (I12480)
 
1569 In het verpondingskohier der 1000e penning van Kijfhoek over 1626 is Wouter Gerrits geboekt voor 6 gld.26 In dat der 200e penning over 1638 is hij vermeld voor 30 gld.,27 dus steeds voor een vermogen van 6000 gld. Zie voor hem verder De Nederlandsche Leeuw jaargang 1984, 1985 en 1987.30

1595, j.g. van Ridderkerk (1618), boer op vermoedelijk een hofstede genaamd 'de hoogerwerf te Kijfhoek (zeker al in 1626), kerkmeester (1633, 1643), diaken (1660) van Kijfhoek, dijkgraaf van de Hoge Nes (1653),29 overl. tussen 21-6-1660 en 10-6-1669, zoon van Gerrit (Gerard) Gillisz. (Jillisz.), leenman van de Lek en Polanen te Oud-Lekkerland, en N.N., weduwnaar van (tr. Barendrecht 9-9-1618) Neeltgen Adriaensdr. (j.d. van Oost-Barendrecht, overl. voor 1626). 
van Gameren, Wouter Gerritsz (I1658)
 
1570 In sommige plaatsen begon het nieuwe jaar op 1 maart vandaar 1 januari 1722 getrouwd terwijl 30 november 1722 de ondertrouw is ingeschreven Gezin F190
 
1571 In voorjaar 1739 vermeldt in de lijst van inwoners van Hulster Ambacht in de polder Dullaart. Leeftijd Pieter 41 en Lisabet Weevers 36, Pieter woont al 28 jaar in Hulster Ambacht. Zijn kinderen zijn geboren in Lamswaarde en er zijn in 1739 4 kinderen.

Als Pieter in 1739 al 28 jaar in HA woont moet hij hier dus in 1711 zijn gearriveerd als hij 15 jaar oud is. Als hij in 1739 41 jaar oud is zou hij dus in 1698 zijn geboren.
De teruggevonden doop is uit 1696. Dat betekent dat Pieter dus tussen 1709 en 1711 in HA moet zijn gearriveerd  
Thorens, Pieter (I4379)
 
1572 In zijn jonge jaren volgde hij de politiek van zijn vader, die een van de leiders was van het verzet tegen Hendrik IV (keizer). Nadat zijn vader in 1086 was overleden, koos Hendrik al snel de kant van de keizer. Hendrik stichtte het klooster bij Bursefelde (bij Hann. Münden) als familieklooster. Hij volgde zijn vader op als graaf van Northeim, de Rittigau (bij Northeim (stad)) en Eichsfeld. Tevens was hij heer van het Werradal en voogd van de kloosters van Bursefelde en Helmarshausen (bij Bad Karlshafen).
Hendrik was zwager van Egbert II van Meißen. Egbert verloor al zijn titels omdat hij volhardde in de opstand tegen keizer Hendrik. Het markgraafschap van Friesland werd door de keizer aan bisschop Koenraad van Zwaben (bisschop) van Utrecht toegewezen. Toen die in 1099 werd vermoord claimde Hendrik de functie, op grond van de aanspraken van zijn vrouw. Dit werd door de keizer gehonoreerd en Hendrik werd benoemd tot markgraaf van Friesland. Toen Hendrik naar Friesland trok, werd hij daar gedood terwijl zijn vrouw ternauwernood ontkwam. Hierover bestaan meerdere lezingen:
Hendrik is gesneuveld in een veldslag bij Norden.
Hendrik werd feestelijk ontvangen in Staveren door een gezelschap van Utrechtse ministerialen en voorname inwoners van Friesland en Staveren. Tijdens de ontvangst probeerden ze Hendrik te vermoorden. De aanslag mislukte en Hendrik en zijn vrouw vluchtten per schip naar Deventer maar ze werden door de Friezen ingehaald. Hendrik werd neergestoken en vervolgens door de Friezen overboord geworpen, zodat hij verdronk.
Hendrik is begraven in de abdij van Bursefelde.
[wikipedia] 
van Northeim, Hendrik de Vette (I20913)
 
1573 In zijn jonge jaren was hij een gevangene aan het hof van Otto I de Grote die zijn vader en zijn grootvader had verslagen. In 982 werd hij paltsgraaf van Bourgondië en door zijn huwelijk graaf van Mâcon. In 986 werd hij graaf van het gebied dat zijn ouders voor hem rond Dole hadden gevormd. Na de dood van zijn stiefvader in 1002, wierp hij zich op als hertog van Bourgondië, maar in 1004 annexeerde koning Robert het hertogdom Bourgondië bij Frankrijk. Zijn andere titels en bezittingen wist hij echter te behouden. In 1004 deed hij een schenking aan de abdij van Saint-Bénigne (tegenwoordig de kathedraal) te Dijon, voor het zieleheil van zijn moeder, zijn stiefvader en zijn vrouw. In 1006 nam hij deel aan een opstand tegen keizer Hendrik II de Heilige toen die door Rudolf III van Bourgondië tot zijn erfgenaam was benoemd. Otto-Willem is begraven in de abdij van Saint-Bénigne.]
[wikipedia] 
van Bourgondië, Otto Willem (I20680)
 
1574 Ingeltrude van Friuli is de ontbrekende schakel tussen de Karolingische en de Ottoonse dynastie.
Het is niet helemaal zeker dat Ingeltrude van Friuli de moeder van Hedwig was, het kan zijn dat de vader van Hedwig, Poppo I van Grabfeld, met een andere Ingeltrude, een dochter van Berengarius I van Neustrië, getrouwd was 
van Friuli, Ingeltrude (I20733)
 
1575 Ingeschreven den 5. july
Brand Cornelissen weduwenaar van Cornelia Wouters wonende in Leusbroek met
Maria Jans j.d. onder Scherpenzeel op Wittenberg
getuige haar vader Jan Cornelissen
afgeroepen 7/7, 13/7 en 20/7
getrouwt alhier den 27 july 
Gezin F223749073
 
1576 Ingram (ook: Ingelram) was getrouwd met Rotrud. Behalve hun dochter Irmgard die in 794 trouwde met Lodewijk de Vrome, zijn er verder geen kinderen van hen bekend.
Van zijn vader is alleen bekend dat hij een broer was van bisschop Chrodegang van Metz. Daardoor zijn Sigramnus en Landrada zijn grootouders. Verwantschap met de Robertijnen wordt vermoed maar is niet aangetoond.
[wikipedia] 
van de Haspengouw, Ingram (I1927)
 
1577 Int jaer XVC XXVIII opeten XVen dach van octobri soe wordt bij den borgermeester, scepenen ende raedt
ende bij guetduncken van den naeste vrienden ende magen van Joost ende Coentge Pouwels Roosten
onmondige kinderen bevolen Daenen Roosten ende … Oem die vochdie van den scluen kinderen omme
alle hoen goeden omal te bewaren te regeren ende te hantplichten hoeden oirboir te doen ende scae te scussel
ende al te doen dat een goet vocht schuldich is te doen behoudelic dat hij gehouden wordt goede
rekeninge ende bewijs te doen van zijnre voechdie ende hantringe totter naesten vrienden ende ‘s borgermeester …
borch Jacop Wors Cornelisz. Adriaen Roosten van den … … ende dit wordt bevolen in de stederegister
te teykenen.
 
Wor, Jacob Cornelisz (I24090)
 
1578 Int jair LXXIII opten twaelfsten dach in Augusto quamen in der camer van den burghermeyster
ende goeden luyden van den gerecht meester Pieter Govertsz. dartoe in mede.. ende Jan Wor Jacoopsz[oen]
ende bekenden aldair van der mueren tusschen huerre beyder huysen soe meester Pieter die alleen
heeft becosticht ende geleyt is op Jans voirs[egde] erve hoe sall die muer voirs[egd] hem beyden
voirn[oemd] halff en[de] halff toebehoren ende sullen die gemeen gebruycken van meesters Pieters voirn[oemd]
stenen camer off streckende tot voir an die straete toe ende dit wort bevolen in der stede register
te teykenen.
 
Wor, Jan Jacopsz (I23939)
 
1579 Int jair LXXV opten twaelfsten dach in Aprille is een vorspraeck gegeven in die camer
bij den goeden luyden van den gerecht van der raede die mit recht getoge[n] wort, bij scepenen
ende raet, als meester Jan Boem Pieter Hen[rick] … en[de] Damas Jacopsz[oen] en[de] bij den
gezwore[n] retreckers namelike[n] Jacop Wor Aertsz., Doe Paeterszoe[n], Bouwen Aertszoen
en[de] Claes Roelofszo[en] tusschen Coenen Jan Jacobzoe[n] an die een zijde en[de] Jacob Heynnrix
zoen an d’andr zijde, tusschen huere beyder huyssen staende an malcandren opten houck
van den Hoppenbierstegaert in deser manieren te meten weten dat Coenen Jan voirn[oemd]
te recht staet ende den voirs[egde] Jacop niet so nu en is ende die gelijx staet Jacob voirs[egd]
sijn huys oick t3 recht .. gezet dat hij sal doen ruymen die looze balck die hij
in Coenen Jans muer heeft doen steken int afterhuys ende voirt soe sal Jacob voirs.
ruyminge doen van alsulcken oversteck als hij onder sijn opzen over gesteken heeft
ende dese overstekinge sal hij ruymen als Coenen Jan Voirs. .. .. … ende
dat wordt bevolen in die stede register te teykenen.
 
Wor, Jacop Aertsz (I23940)
 
1580 Int jair XVC endesestiene opten Xen dach in aprili, soe compareerden voir den goede luyden
van de gerechte in der camer van Dordrecht, Cornelis Cornelissen, tresorier der stede van Dordrecht
voirnoemt die rechtelycke hadde doen roepen Aert Pieter Huygenz zoon ende oick die re-
treckers namelijcken Jan Wors Jacopsz., Jacob van Nes Willemsz., Jan Florissen ende Herman Wor Aertsz.
ende begheerde van hem verclaert te hebben bij haren eede oft zij t’ anderen tijden die raede getogen
ende gewesen hadden navolgende der cedullen hier nae gescr[even]. Opten XVIIen dach in septemberi
anno XVC endeelff soe hebben Jan Wors Jacobsz. die metzelaer, Jacob Cleissen de metselaeir
binnen der stede van Dordrecht rechtelycke gescheiden ende gewesen tusschen Pieter Huygen zoen
an d’een zijde ende Cornelis Cornelissen an d’ander zijde in desen manieren hie nae gescr[even],
te weeten als dat Cornelis voirn[oem]t die nyeuwe muyer voir in sijn huys strycken ende
leggen sal op sijn selffs cost den geheelen steen op sijn erff ende den halven steen op Pieter
Huygensz. erff behoudelycken dat Cornelis Pieter gonnen zal nu bij gebruech dat die oude
stantbyncken die nu ter tijt in die oude muyer staen zullen beneden saen halve nyeuwer steen comen
op Pieters erff ende boven onder den nedersten selver te niet gaen ende sullen soe .. staen totter
tijt toe dat Pieter voirs. tymert oft datse van ouderdom zullen vergaen ende niet langer ende en sal
houwen ten zij dat hij desen halven steen van Cornelis coopt ende zijn gemoede dair off heeft
noch zoe hebben die selve reetreckers voirs. rechtelycke gewesen dat die oude muyer die afster
an dese nyeuwe muyer totter hairen toestrect Cornelis alleen toebehoort ende geheel op sijn erff
staet maer den halven steen die an dese achtermuyer staet die staet op Pieters Huygensz.
erff niet hoert den voirn. Cornelis toe ende en zal Pieter voirs. den halven steen oick niet
mogen roeren noch betymmeren oft eyt dair in zetten houwen offt gebruycken ten zij bij coope oft
bij gemoede van Cornelis voirs. oft zijnen erffgenamen. Welcke cedulle voirs. alsoe
in den cameren hemluyden gelesen zijndt hebben gekent ende bij haren eede verclaert all ‘t seve
bij hem soe gweesen ende geschieet te sijne ende dit wert bevolen aldus in den stede register
te teyckenen.
 
Wor, Jan Jacopsz (I23939)
 
1581 Int jair XVII opten thienden dacht van februario quam die schout Saris van Slinglant voer scepenen
Adriaen die Groot Jacopsz. ende Jan van Overstege Vastenz. ende Jan Ockersz. ende calengierde alsulcken
coep ende vercopinghe van enen huyse ende erve staende int Vriessestraet tusschen meester Pieter
Heysers tuyn an die een zijde ende desselfs Saris van Slinglants cameren an die ander zijde
als Cornelis Wor Jacopsz. die metzelaer onlanx bynnen jairs vercoft heeft Dirck van Gorinchem
‘s heeren knecht ende dit dede hij met enen scepenen brieff houdende van vijff per gulden ‘sjaers
die de voirs[egde] Cornelis Wor van voern[oemde] Saris Jan die Ding ende Ott van Slinglants kinderen
tot andren tijden bekent ende verleden heeft ende dit wort bevolen in der stede regyster
te teykenen.
 
Wor, Cornelis Jacobsz (I23942)
 
1582 Int jair voirscr[even] opten XXIXen dach in Marcio wort bij den schout Dirc Thmeysten scepen[en] en[de] … geoorloft
en[de] geconsenteert Jacop Wor Aertszoe[n], Ermgaert sijnre dochter goede[n], soe sij cennik van sinne[n] is, te
beware[n] en[de] te iegiere[n], te roepe[n] en[de] vercoepe[n] bij hare[n] naesten vriende[n] tot hare[n] .. en[de] p[ro]fijt en[de]
dit wort bevole[n] in de stede register te teykene[n].
 
Wor, Jacop Aertsz (I23940)
 
1583 Inwoner, heemraad en schepen van Sandelingenambacht. Sebastiaen Jacobsz (I5940)
 
1584 In’t jair LXIX opten lesten dach in Julio, so wordt by den burg[en]meyster en[de] guede[n] lude[n] van den gerechte ende achte[r] in der camer
bevolen, Jacop Wor Airnte soen te iegie[re]n en[de] te bewa[r]en Ermgerts sijne dochter guode hen stede te stutten en[de] onban te
doen te beropen oft van noede wair stulde[n] te mane[n] en[de] te enfange[n] recht dair of te geve[n] en[de] te neme[n] also scepen[en] kenlic
was gemaect dat Ermgert vonsen op dese tijt haere zynne[n] niet wel machtich en was in hae[re]n iegmie[n]t dat sij een
wijl tijts hair jegiert en hadde en[de] dit wort Jacop Wors te doen tot der stede widersegge[n] en[de] hier in te teykene[n]
 
Wor, Jacop Aertsz (I23940)
 
1585 In’t jair XCVIII opten VIIIen dach van februario, quam die schout Saris van Slinglant in die camer
voer scepenen Willem Willem Zegersz sz[oen], Adriaen die Groot Jacopsz. ende Bartout Dircxz. ende
calengierde alsulcke coep ende vercoepingee van ene huyse ende erve staende int Vriessestraet
tusschen meester Pieter Keysarsz tuyn an die een zijde ende des selfs Saris van Slinglants
cameren an die ander zijde als Dirck van Gorinchem ‘s heeren knecht bynnen jairs vercoft
heeft Rombout Willemsz oeck ‘s heeren knecht ende Cornelis Wor die metzelaer den selven Dirck
daer van vercoft hadde, welcke coep die schout voirs. int lijcxrechtlicke gecalengeert
heeft gelijck ‘t regyster voer uuytwijst ende dit dede hij met enen scepenen brieff houdende
van vijff r[ijks] guld[en] ‘sjairs, die de voirs. Cornelis Wor den voirn[oemde] Saris, aan die ding ende
Ott van Slinglangs ‘s anderen tot audren tijden, bekent ende verleden heeft ende hier
heeft ter seker tijt present ende tegenwoirdich geweest ende bijgestaen die voirs. Rombout
Willemsz als die voirs. schout dese calengerdge dede ende den scepenen brieff thoonde ende dede
oplesen, ende dit wort bevolen in der stede regyster te teykenen.
 
Wor, Cornelis Jacobsz (I23942)
 
1586 In’t jair XVC ende vier opten VIIIen dach in Junio, quamen Claes Roelofsz., Jan Wor Jacopsz.,
gesworen retreckers, heer Cornelis Socfrersz., p[ri]ester, en[de] Govert Willemsz. die houthaker
in die camer voer scepen[en] Pieter Hugensz., Aert Jong Adriaensz. en[de] Adriaen van Eemskerck
Tielmansz., ende bekenden aldaer en[de] affirmeerden te weten heer Cornelis voirs[egd] bij sijn p[ri]esterscap
en[de] die ander elcx bij hae[re]n eedt, hoe dat sij tot anderen tijden t’ samen daer bij an ende over
geweest sijn daer Damas Danielsz. in den hout gegont en[de] geconsenteert heeft, Pieter Zymo[n]sz.
die houtaker uut vrientscappe en[de] van goeder buerscappe en[de] nyet om enich gelt off gifte
daeroff te neme[n], als dat hij in die immer van den huyse van Damas voirs[egd] leggen sal moge[n]
twee balcken off drie een halve steen in die selve muer ende niet dieper en[de] dat eerlicke
en[de] galicke wederom doen stoppen sonder hem scade te doen met voirwair den ondersproken
dat Pieter Zymo[n]sz. voirs[egd] en[de] zijn nacomelingen uut desen tot ghenen tijden enich toeseggen
tottie selve muer hebben noch p[re]tenderen sulle[n] moge[n] alsoe die Damas voirs[egd] alleen toebehoert
ende dit wordt bevolen in der stede register te teykenen.
 
Wor, Jan Jacopsz (I23939)
 
1587 In’t jair XVC ende vijff opten XXIIen dach in decembri wort bevolen bij der camer dese nae gescreven
edalle hier in te teykenen, alzoe questie ende geschille geresen sijn tuschen Pieter Hughenz. om die een zijde ende
Barthout Dircxz. an die ander zijde roerende van alsulcken waer drop als dat huys genoemt Henegouwen Barthout
Dircxz. voirs[creven] toebehorende gehadt heeft op die keur after den huysse genoemt Roedenborch toebehorende
Pieter Huygenz. voirs[creven] wair off sij hem selven an beyden sijden gesubnuteert hebben an Claes Roeloffsz., Jan Wor
Jacopsz., Jacop van Nesch Willemsz. ende Jacop Claesz. als gesworen redetreckers, ende voirt an Jan van Overstege
Bastiaensz. ende Jacop Boll heeren Jansz., bijden goeden luyden van den gerechte dairtoe gecommiteert om dairbij van
hairen voirs[creven] geschillen vereffent te mogen worden ende geloeft te all ‘t gheen te aftervolgen dat bij hem op die voirs[creven]
geschillen uuytgesproken sall worden op die verbonnisse van vijff ende twintich gouden nubeley te gaen een dordendell
tot sheeren behoeff een dordendeell totter Groete Kerck behoeff ende een dordendeell totten redetreckers behoeff. Soe is
aftervolgende desen bij den voirn[oemde] Jan van Overstege Bastiaensz., Jacop Boll heeren Jansz. ende die voirs. redetreckers opten XVen
dach in Octobri int jair XVC ende vijff een uutspraeck gedaen opte voirs. geschillen in deser manieren hier nae volgende
weten dat men een gock leggen an die zijdellmuer ende oeffen drop van Henegouwen over die voirs. love ende die vestighen in
die muer van Hendegouwen die begraven sall van die aftergevell van Roedenborch ende halven steen ghevesticht in die selve gevelt
streckende doir die gevell van den bonker staende after Rodenborch des soe en sall dat loot van der goete nyet vorder strecken
dan totten binnencant van der gevell toe ende sullen Pieter Hugenz. ende Barthout Dircxz. die costen van der voirs. goete
metten loot tottergevell toe voirs. betalen halff ende halff ende die selve goete met malkanderen onderhouden ende die repareren
als sij van ouderdom vergaen is ende sall Barthout Dircxz. voirn[oemd] gehouden wesen dat waer uuy die voirs. goete te leyden
tot sijnen coste op sijnen selfs erve ende sullen dese voirs. goete van stonden aen doen maken sonder enich langer vertreck
Item soe sullen alle gemaeckte werken die leggen on die muer van Henegouwen .. gelijck die nu sijn … sall Pieter
Hugenz. mogen timmeren nu sie selve meuer ende vestigen daer an niet clauwieren off hoffvasten soude in die muer vorder
te breken ende sall oeck Pieter Hugensz. sijn flyering van der loostse mogen nvestighen in die voirs. muer van den
spijken ende halve steen diep. Item sall Barthout Dircxz. gehouden wesen op sijn dach van Henegouwen
voirn. die vors. goete te leggen waervorden twee hoech dattet snee van den huysse van Henegouwen nyet en valt
in die goete ende dit op zijnen selffs costen. Item soe sullen Pieter Hugenz. ende Barthout Dircxz. aen een heynningen muer
tuschen Henegouwen ende Rodenborch ende haer beyder erven boven den kellnair doen maken ende die met malkandren
betalen half ende halff. Item sall Barthout Dirckz. gehouden nwesen nden selver boven den kellennair
van Roedenborch te doen maken dobbelt met plancken off met steen als behoirt ende dat tuschen dit ende
Sint Andries dach naestcomende.
 
Wor, Jan Jacopsz (I23939)
 
1588 Is deze Assuerus de zelfde als hij die op 27-10-1751 te Kampen is getrouwd met Geertrui van der Veen van Aalderink, Ahasuerus (I12893)
 
1589 Isaac Jansen metselaer met zijn husf. Martje Jacobs met belijdenis 4 juli 1641 Droogsteen, Isaak Jansz (I1340)
 
1590 Isaack is driemaal gehuwd geweest.
Wordt genoemd in kohier verponding van huizen in 1635 en 1638 te Strijen. 
Bestebreurtie, Isaack Pietersz (I1523)
 
1591 Isaak Janssen Bott, bakker, weduwnaar woonende in de Kannekoperbuert en
Annetje Jans Wor weduwe van Antony de Witt woonende in de Wijngaardtstraat beijde van Dordrecht 
Gezin F223749351
 
1592 Item Jan Jans op Dingsteen een kind laten doopen n. Timen. Dingstede, Tijmen Jans (I16988)
 
1593 Item eijser. Contra Gerrit Janse Waert, gedaagde tot condemnatie van 14-8-0 van verleende penn. als
verdroncken gelach.
Schepenen gehoort de dingtalen van parthijen, doende recht, condemneeren de ged. te betalen, mits
bij de eijser verclarende de schult deuchdelick.te zijn ende condemneeren in de costen.  
Waert, Gerrit Jansz (I21931)
 
1594 Item op den 18 junij heeft Adrijean Houbrechts ende Lijsken Stoffels hen sone ten doope gebracht genaemt Pheeter.
De getuijgen sijn Williboor Arjaens Goes, Melen Corlis 
Peeter Adriaens (I25341)
 
1595 Item op den 7den meije heeft Adrijaen Huijbrechts ende Lijsken Stoffels dochter een dochter ten doope gebracht genaempt Soetken.
De getuijgen sijn Merte Franse van den ??? 
Soetien Adriaens (I21903)
 
1596 Item voor kerckrechten van Lenaert Cornelis van Erfrente 'tstads van raeden, mr Metser ende Erffscheyder in Sint Joos kerck begraven sijnde ontfangen X r.gl. XVI s. van Erffrenten, Lenaert Cornelis Lenaerts (I22159)
 
1597 J Ambagtsheer schoolmeester ..betaalt voor 6 weken onderwijs an armen f 2.8.6 en voor 3/4 jaar f 15.15.- en nog voor acht weken 8 weken f 3.4.8 en nog voor onderwijs aan kinderen van Korstiaan Brussart en van wed Wouter van Cittere f 9.10.6 GA Mynschland Ambagtsheer, Jacob (I3322)
 
1598 J.M. geboortig en woonacgtig onder Ridderkerk
J.D. geboortig van Oost-Barendrecht en wonende onder Ridderkerk 
Gezin F1995
 
1599 Jacob Adriaensen ene Barbar Adriaens Adriaen Adriaen Jacobs (I24417)
 
1600 Jacob Adriaensen van Biestraeten en Barbara van Dijck Judick Wor, Judith Jacobsdr (I24311)
 

      «Vorige «1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 108» Volgende»