|
Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen |
Treffers 351 t/m 400 van 5,456
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 351 | 24 juni 1284: Jc Michiel Bacheleer van Rupelmonde portre in Antwarpen make kont ende kenleec alle den ghenen die desen brief sullen sien ende horen dat ic hebbe ontfanghen bi Janne den clerc van Dordrecht drie hondert pont Hollantse van sulker sculd alse mi die graue van Holland sculdech was, daer die van Dordrecht borghen of waren bi haren letteren, ende lye dat ic daer mede ghehel[.]ke ende al betaeld bem vander [...]seider* sculd. Jn orkonde desen bri[...] daer omme so biddic iou Willem vanden Steenhuse, die mijn ward sijt te Dordrecht, dat ghi den scepenen al daer hore letteren van dier sculd weder gheuet die onder iou lecghen. Jn orkonde minen seghele. Dese brief was ghegheuen jnt jaer ons Heren M° CC° viere tnde tachtich, sente Jans messe. | van den Worde, Jan Florence (I24026)
|
| 352 | Citaat uit "De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287": Hand II. Deze hand schreef bijna de gehele eerste Dordtse stadsrekening (te weten een post op blad 1, ende bladen 2-8 grotendeels; zie afb. 4). Daarnaast is hij bekend van 24 oorkonden uit de periode 1278-1290, van welke stukken er 23 uitgingen van of bestemd waren voor de stad Dordrecht; voorts schreef hij een grafelijke oorkonde bestemd voor de inwoners van Pendrecht. In een door II geschreven oorkonde zien we Janne de clerc van Dordrecht handelend optreden, reden voor Gysseling om te veronderstellen dat deze Jan identiek is met de hand. In de stadsrekeningen wordt deze Jan de klerk herhaaldelijk genoemd, zo onder andere in de rekening van de uitgaven van 1284-1285, in de posten die betrekking lijken te hebben op de uitvaardiging van een aantal door II gemundeerde oorkonden. In die posten wordt melding gemaakt van het uitvaardigen van voor de stad blijkbaar belangrijke stukken, die de hantvesten worden genoemd. Voor de bezegeling van de betreffende stukken diende men een reis te maken naar de grafelijke klerk meester Gerard van Leiden; deze hantvesten waren derhalve door Floris V uitgevaardigde oorkonden. De stukken werden echter in de stad geschreven, tijdens een feestelijke bijeenkomst in het huis Brandenborg, in aanwezigheid van een aantal magistraten en Jan de klerk. Het kan bijna niet anders of deze posten hebben betrekking op de reeks van zeven op 14 september 1284 door de graaf uitgevaardigde oorkonden, welke reeks bestaat uit negen stukkken (een oorkonden is in drievoud uitgevaardigd), waarvan er zeven zijn gemundeerde door hand II. Een en ander vormt een bevestiging van Gysselings veronderstelling dat hand II identiek is met Jan de klerk. Over Jan de klerk is verder wel het een en ander bekend. In deze tijd betekent het woord clerc nog steeds 'geestelijke', speciaal een met een lagere wijding: ook Jan zal zo'n wijding hebben ontvangen. Hij heeft in ieder geval Latijnse oorkonden geschreven, waaruit volgt dat hij die taal machtig was, wat weer wijst op een status als geestelijke, of in ieder geval op een opleiding vaan een kapittel- of kloosterschool. Hierboven is al melding gemaakt van de belangrijke positie van Jan de klerk in Dordrecht. Het door hem gebruikte dictaat, aantoonbaar vanaf 1277, oefende grote invloed uit op het dictaat van de andere Dordtse stedelijjke klerken, waaruit blijkt dat hij bovenaan stond in de in de 'ambtelijjke' hierarchie. Zijn taak beperkte zich niet louter tot het redigeren en schrijven van oorkonden en andere stukkken. Zo blijkt uit de rekeningen dat hij de graaf anchterna reiste voor het verkrijgen van stedelijke priivileges, dat hij financiele regelingen trof met betrekking tot schulden van de stad bij derden, en dat hij reizen maakte naar onder andere Nijmegen, Zeeland, Putten en Strijen. Jan bekleede een belangrijke functie in dienst van de stadsregering, als een pensionaris avant la lettre, in welke functie hij de eerste was in een lange reeks. Hij moet een aanzienlijk persoon zijn geweest, en was niet onbemiddeld. | van den Worde, Jan Florence (I24026)
|
| 353 | Aagtje dogter van Daniel van Rij en Annetje de Kroock, get. Lijsbeth Tuinraat gedoopt den 23 october 1729 | van Rij, Aagje Daniels (I1196)
|
| 354 | Aalderen, K. van geboren 17 april 1910, heeft de reis gemaakt met het schip Groote Beer, aangekomen in Australië op september 1951, emigratiekaart in kaartenbak Sydney (zie ook: http://proxy.handle.net/10648/76abe13c-e8eb-102c-b6de-005056a23d00 ) | van Aalderen, Klaas (I12669)
|
| 355 | Aangesteld tot (onder)koning in Beieren 814; bij de Ordinatio lmperii als opvolger aangewezen en door zijn vader tot keizer gekroond Aken juli 817; bestuurt Italië sinds de herfst van 822; wordt (als 'Festkrönung') nogmaals tot keizer gekroond door paus Paschalis I Rome Pasen (8.4.)823 en regelt het bestuur van de Kerkelijke Staat, als onderdeel van het rijk, via de Constitutio Romana; feitelijk mede-regent van zijn vader van 825 tot aug. 829 wanneer deze samenwerking door diens begunstiging van Karel de Kale abrupt eindigt en hij terugkeert naar Italië; keert zich (na diverse, kortstondige verzoeningen) echter samen met zijn broers Pippijn en Lodewijk tegen hun vader begin 833, die nadat zijn leger op het 'Leugenveld' bij Colmar naar hen is overgelopen zich door hen gevangen laat nemen en die hij nadien feitelijk laat afzetten (Compiègne; Sois-sons); houdt ook nadien zijn vader in Aken gevangen en beperkt (strevend naar volle uitvoering van de Ordinatio Imperii) invloed en machtsgebied van zijn broers, waarop deze alsnog de kant van hun vader kiezen; verliest een reeks gevechten tegen hen en wordt wederom op Italië beperkt herfst 834; verzoent zich opnieuw met zijn vader op de rijksdag van Worms juni 839 en wordt op diens sterfbed tot opvolger gedesigneerd; verlaat Italië en herneemt de suprematie over zijn broers naar de (nooit opgeheven) Ordinatio, maar verliest een uiterst bloedige veldslag tegen hen bij Fontenoy (bij Auxerre) 25-6-841, hetgeen als een godsoordeel voor een wezenlijke rij ksdeling wordt gezien ten gunste van zijn broers Lodewijk 'de Duitser' en Karel 'de Kale', die hun bondgenootschap bevestigen door in de wederzijdse talen voor hun aanhang afgelegde eden bij Straatsburg 14.2.842; sluit na langdurige onderhandelingen met hen het verdelingsverdrag van Verdun aug. 843, waarbij hij bij zijn langgerekte middenrijk wel de keizerstitel behoudt, maar daaraan geen suprematie over het West- en Oostfrankische rijk zal kunnen ontlenen; proclameert met beide broers in 'fraternitas' te zullen regeren Thionville okt. 844, maar krijgt een heftig geschil met Karel wanneer diens vazal Giselbert zijn dochter ontvoert 846, waarna pas vrede gesloten wordt (met legitimatie van het voltrokken huwelijk) Péronne jan. 849; verdeelt, ziek geworden, zijn rijk over zijn drie zoons; treedt in het klooster te Prüm 23.9, overl. 29.9.855 en begraven aldaar. [website Karel de Grote] | Lotharius I koning der Franken en Lombarden (I1928)
|
| 356 | Aangevinge gedaan door Pieter Crijnsz van Dijk als sullende trouwen met Maria Roeters woonende tot Delft | Gezin F186
|
| 357 | Aangifte als Cornelis Ambagtsheer zonder vermelding van vader | Hoogendoorn, Cornelis (I3093)
|
| 358 | Aangifte gebeurt door Johannes ter Burg deze is getrouwd met Arendje van Aalderink. Het ontbreken van een doop van een kind Arendje bij deze ouders doet vermoeden dat deze Arendje de 25-feb-1781 gedoopte buitenechtelijke dochter van Annegien Aarts is. Deze laatste is dan een vermoedelijke zuster van Johanna | van Aalderink, Azwerus (I15428)
|
| 359 | Aangifte gedaan door Erik Ambagtsheer oud 69 jaren | Ambagtsheer, Herman (I14758)
|
| 360 | Aanname dat Jacobus geboren 1723 de zelfde is als de met Jacomina Jacobs getrouwde op grond van naam eerste zoon en het feit dat leeftijd klopt met trouwdatum alsook dat er rond die tijd geen andere Jacob van Aalderen/Aalderink van deze leeftijd in Zwolle verbleef. 1 oct 1750; Jacob van Aalderink begraaft een kind 12 aug 1751; Jacobus van Aalderink begraaft een kind 19 aug 1760; Jacobus van Aalderink begraaft een kind 2 apr 1767; wed Jacobus van Aalderen uit 't Mannen Armenhuis begraven | van Aalderen, Jacobus (I12899)
|
| 361 | Aantje Arends van Lopik | Ambagtsheer, Ariaantje Jacobse (I10649)
|
| 362 | Abraham Aresteijnse en Ariaentge Phillips | van der Muijnck, Matheus Andriesse (I22661)
|
| 363 | Abraham Gilseman pasteybacker vader, moeder mayken sijn hysvrouwe 't kint Rebecka | Gilseman, Rebecka (I23861)
|
| 364 | Abraham Gilsemans j.g. van Antwerpen woont in de Lamsteeg met Mayken de Swart van Antwerpen wonende te Amsterdam attestatie op Amsterdam | Gezin F223749139
|
| 365 | Abraham Harmenssen van Leeuwen j.m. Emmerensje Jans j.d. beyde van Schiedam | Gezin F223749044
|
| 366 | Abraham Harmenssen van Leeuwen jongeman van Kadtwijck op Ruigh* Emmerensje Jans jongedochter van Schiedam beyde woonende alhier *) Kan ook als Ringh gelezen worden. Vermoedelijk is er echter Rijnh bedoeld | Gezin F223749044
|
| 367 | Abraham Toerlingh weduwnaer woonende in de Doelstraet ende Judith Adriaens van der Wor weduwe van Hendrick van Westerbrugge woonende aent Marckvelt beyde van Dordrecht sijn alhier getout den 1e octobri 1656 | Gezin F223749334
|
| 368 | Abraham Vonck Barentsz silversmit woont bij de Paterbrugghe ende Anneken Adriaens Wor dr woonende bij de Meelchentoersstraet beide van Dordrecht getrout den 31 july 1633 | Gezin F223749297
|
| 369 | Abram Adriaenssen van Biestraeten coperslager j.m. woonende opt Martvelt Eva Syberts Heyngsen j.d. woonende int Tolbrugstraetjen aen de landzijde beyde van Dordrecht sijn getrouwt den 20 october 1647 in Swyndrecht | Gezin F223749301
|
| 370 | Achternaam van bruidegom komt ook voor als Ambachtsheer, weduwnaar van Adriana van den Boat. Weduwe van Ruth de Kriek | Gezin F1540
|
| 371 | Acte den 9 januarij 1714 | ten Thij, Jan (I5043)
|
| 372 | Adalbert-Atto was een vazal van de bisschop van Reggio toen hij in 951 toevlucht bood aan koningin Adelheid. Koning Otto en Arduin van Auriate, markgraaf van Turijn, dwongen Berengarius II van Italië om het beleg op te heffen. Dit was het begin van Adalbart-Atto's opkomst, en van zijn verbondenheid met Arduin - zijn dochter zou later met Arduins zoon trouwen. In 958 werd Adalbert-Atto benoemd tot graaf van Canossa en in 961 stichtte hij daar het Sint Appoloniusklooster. In 962 is hij ook graaf van Modena en Reggio, en in 977 ook van Mantua. Dit waren allemaal graafschappen die daarvoor onder het gezag van de bisschoppen van die steden vielen. Voor Adalbert-Atto werd voor deze drie graafschappen een regeling getroffen waarbij de bisschoppen de grafelijke rechten over de steden behielden, en Adalbert-Atto de grafelijke rechten over de omliggende gebieden kreeg. Hij koos uiteindelijk Mantua als residentie en zou zich op grote schaal kerkelijke bezittingen hebben toegeëigend. Adalbert-Atto verbond zich met Hendrik II van Beieren (hertog) toen die in 984 probeerde om keizer te worden. Hendrik gaf hem de titel markgraaf, waardoor Adalbert-Atto ook macht kreeg over Parma, Piacenza, Bergamo, Cremona en Brescia. Hoewel het Hendrik uiteindelijk niet lukte om koning te worden lijkt het erop dat Adalbert-Atto tenminste een deel van zijn nieuwe bezittingen heeft kunnen behouden omdat ook zijn zoons daar later functies bekleedden. Adalbert-Atto is begraven in het Sint Appoloniusklooster te Canossa. [wikipedia] | van Canossa, Adalbert-Atto (I20737)
|
| 373 | Adalhard was een van de drie hooggeplaatste gezanten die in het jaar 842 door Karel de Kale en zijn broer Lodewijk de Duitser werden belast met buitengewone bevoegdheden om met hun derde broer Lotharius I te onderhandelen over de verdeling van de Frankische Rijk en om aan Lotharius het door hen bepaalde derde deel van het rijk aan te bieden (De andere twee gezanten waren graaf Koenraad I van Auxerre (de broer van keizerin Judith van Beieren) en graaf Cobbo de Oudere). Na de deling van het Frankische rijk, was hij een van de meest invloedrijke groten in het rijk van Lotharius. Hij was lekenabt van de abdijen van Echternach, St. Maximin te Trier en Stavelot. Op de Rijksdag van april 861 in Regensburg werden de broers Udo, graaf van Lahngouw, Waldo (abt van Schwarzach aan de Boven-Rijn en van Rijksabdij Sankt Maximin te Trier) en Berengarius (graaf van de Hessengouw) veroordeeld voor ontrouw, omdat zij een opstand van Karloman van Beieren hadden gesteund. Hun ambten en leengoederen werden hen ontnomen en zij namen hun toevlucht bij hun verwant Adalhard in het Midden-Koninkrijk van Lotharius II. Wanneer Lodewijk de Duitser en Lotharius II zich kort daarna met elkaar verzoenden, vluchtten zij samen met Adalhard naar het westen in het koninkrijk van Karel de Kale, wiens vrouw Ermentrudis van Orleans een nicht was van Adalhard en mogelijk ook verwant was aan de drie broers via hun vader Gebhard. Karel de Kale compenseerde hen voor hun verliezen, en Adalhard werd belast met de opvoeding van Karel de Kales zoon Lodewijk. Daarnaast werd hij lekenabt in verschillende kloosters, waaronder met name de Abdij van Sint-Maarten in Tours en de Abdij van Sint-Vaast. Ook werd Adalhard belast met de verdediging van Neustrië tegen de Noormannen. In 862 was hij zendgraaf in Bourgondië. In zijn functie als markgraaf moest Adalhard niet alleen vechten tegen de Vikingen maar ook tegen de lokale adel, die hem als een indringer beschouwde en zich met het onafhankelijke Bretagne tegen hem had verbonden. Toen hij in 865 de plundering van Saint-Denis in Parijs niet kon verhinderen, viel hij in ongenade bij Karel de Kale. Ook Udo en Berengarius verloren hun posities en de verloving van de Adalhards dochter met Lodewijk III de Jonge, de tweede zoon van Lodewijk de Duitser, werd verbroken. In middeleeuwse kronieken wordt Adalhard ongunstig beoordeeld. Hij had volgens deze bronnen geen gevoel voor het algemeen belang maar probeerde iedereen te vriend te houden en bracht het koninkrijk grote schade toe. [wikipedia] | de Seneschalk, Adalhard (I20608)
|
| 374 | Adela sticht met haar beide zoons Hendrik en Godfried het klooster Affligem 1086. GIVN Adela SURN van de Betuwe | van de Betuwe, Adela (I20340)
|
| 375 | Adi 23. aprile ghedoopt in Korte Lindtschoten Jacob Heintse, soone van Gerrit Heindrickse ende Dirckje Garridts. .. Marige Willems | Jacob Heinse (I24588)
|
| 376 | Admiraal van Dorp diende tussen 1622 - 1629 en werd ontslagen vanwege incompetentie. Hoelang en precies wanneer Isaack onder deze admiraal heeft gediend is niet bekend. | Gilsemans, Isaack (I23842)
|
| 377 | Adr Verstelle, vader v br; brg v Goes wedn, brd v Goes jd | Gezin F223748823
|
| 378 | Adriaan Wor en Adriana van Dakenburg zijn na overlevering van behoorlijke attestatie van Amsterdam alhier in de ?? getrouwd den 12 october 1728 | Gezin F223749375
|
| 379 | Adriaan Wor in stilte naar Dordrecht | Wor, Adriaen (I24426)
|
| 380 | Adriaan Wor van Dord oud 28 jaar in de Nes geassisteert met zijn vader Adriaan Wor & Adriana van Daaken burg van A. weduwe Gerard OnderdeLinden woond als vooren voldaan den 25 set 1728 acte verleent den 10 october 1728 om tot Zuylen te trouwen | Gezin F223749375
|
| 381 | Adriaen Aert Jopsen weduwenaer van Catharina Joosten met Anna Hanecops j.d. beide wonende alhier attestatie vergunt om in princelant te trouwen | Gezin F223748772
|
| 382 | Adriaen Cornelissen Oyvaer j.g. van der Goes Maeycken Matheussen van der Erve j.d. van de Goes Cornelis Pieterssen vader van den bruydegom en Quiryn Centen verclaerde dat Antoni Cempe oom ende voicht van der bruyt consenteren | Gezin F223748852
|
| 383 | Adriaen Drinckvelt wijnkooper aan Roosendaal en daer woonende oud 31 jaren geattesteert met met vaders consent ende Juliana Adriana Drinckvelt van A. oud 25 jaren in de bante inder 3e raet geattesteert met haer vader Coenraad Drinckvelt | Gezin F223749713
|
| 384 | Adriaen Hendricksen, won. Woudenberg, heeft van juffr. Maria Brants wed Gerrit van Haerlem en jonker Johan van Uutenbroeck gehuurd een huis en hofstede opte Haer inde Ginckel en een stuk bouland bij hem lest gebruyckt genaamd ’t Halve Haertgen twee moeschoofkens noch ½ ackerkens boulandts item noch een ackerken baulandts, een camp weyklandt mit dhelfte van een camp hoylandts. Renversaalacte van 16-09-1608. (Dorpsgerecht Amerongen 140; 03-06-1612). In 1614 wordt Ariaen Henricksen op de Haer aangeslagen (Consumptiegeld Woudenberg, nr. 37). Lidm. Scherpenzeel kerst 1633: Ariaen Oorbers (ov. voor 1657) | Adriaen Hendricksz (I23624)
|
| 385 | Adriaen Willems gebruikt nergens de naam Wor niet bij zijn huwelijk en bij geen enkele doop van zijn vele kinderen. Echter zijn kinderen gebruiken wel de naam Wor maar later sommige ook de naam van Biestraten. Hieruit trekt ik de conclusie dat Adriaen Willems verwant is aan het geslacht Wor. Om die redenen veronderstelt dat hij een zoon moet zijn van Willem Adriaens die in 1576, 1578 en 1580 als erfgenaam wordt genoemd samen met nakomelingen van Cornelis Jansz Wor en Aert Jans Wor. Dit maakt en mede gezien de namen van zijn kinderen volgens mij het meest waarschijnlijk dat zijn vrouw een dochter van Jacob Cornelis Jansz Wor moet zijn geweest. | Adriaen Willems (I24245)
|
| 386 | Adriaen Willemsen coperslager weduwe van Dordrecht Neelken Wiericx Jans dr van Breda getrouwt den 8 decembris 1602 | Gezin F223749293
|
| 387 | Adriaen Wor Dirckje van Dam Anna | Wor, Anna (I24423)
|
| 388 | Adriaen Wor Dirckje van Dam Trijntje | Wor, Trijntje Ariens (I24422)
|
| 389 | Adriaen Wor Dirckje van Damme Hubertus | Wor, Hubertus Ariens (I24428)
|
| 390 | Adriaen Wor Dircksje van Dam Dirk | Wor, Dirck (I24424)
|
| 391 | Adriaen Wor Dirkje van Dam Cornelis | Wor, Cornelis Ariens (I24427)
|
| 392 | Adriaen Wor Dirkje van Dam Huberta | Wor, Huberta Ariens (I24429)
|
| 393 | Adriaen Wor Dirkse van Dam Johannes | Wor, Johannes (I24425)
|
| 394 | Adriaen Wor dDirkje van Dam Adriaen | Wor, Adriaen (I24426)
|
| 395 | Adriaen Wor j.m. geboore te Dordrecht met Johanna van Westervelt j.d. geboore alhier eerste gebodt gedaan den 21 july 1793 actum den 19 july 1793 zijn getrouwt den 6 augustus 1793 | Gezin F223749382
|
| 396 | Adriaen Wor j.m. van Dordrecht wonende voor 't Bagijnhoff met Dirckie van Dam j.d. van Gorinchem volgens attestatie van ondertrouw van Gorinchem | Gezin F223749355
|
| 397 | Adriaendochter Coster, Cornelia Blocx | Adriaen (I6070)
|
| 398 | Adriana Drinkvelt met drie dito op ut supra 3-0-0 | Drinckvelt, Adriana (I25420)
|
| 399 | Adriana dochter van Jan Wor en Adriana Mijnlief dooph. de vader zelf | Wor, Adriana Janssen (I24440)
|
| 400 | Adriana van Dakenburg huisvrouw van Adriaen Wor in de Kalverstraet no 247 | van Dakenburg, Adriana (I24494)
|