Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen
Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Stamboom:  

Treffers 1,751 t/m 1,800 van 5,383

      «Vorige «1 ... 32 33 34 35 36 37 38 39 40 ... 108» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
1751 Kerkmeester te Charlois en schout van Katendrecht 1609. Cornelis Japhetsz (I2634)
 
1752 Kerkmeester te Gameren (1624) Timmer, Cornelis (I21339)
 
1753 Kerkmeester van Charlois 1616, 1618, waarsman van het Land van Charlois binnensbans 1624. Pors, Jan Leenderts (I21401)
 
1754 Kind aangegeven door Klaas Kornelis de Roos (de grootvader) vermeld een kind van zijn dochter Gaaitske Klazes de Roos bij hem inwonende.
getuigen: Jelle Tjeerds Reet, koopman en Jan Relinde van Blom, ontvanger beide wonende te Dragten 
de Roos, Martzen Klazes (I24971)
 
1755 Kind door de vader geheft Huizer, Jan Cornelisz (I368)
 
1756 Kind genaamd Cornelia ingeschreven in het jaar 1846 in het geboorteregister van Dordrecht, erkend bij huwelijk Gezin F223746085
 
1757 Kind van: Reinier Ambachtsheer Ambagtsheer, Adriana (I3065)
 
1758 Knape, raadslid v. Holland 1345/48, 1355 (raad van graaf Willem V), leenman van Putten 1331/59 en van Arkel 1357/66. Schepen van Gorinchem 1349, 54. Die Blonde, Jan (I1721)
 
1759 Koenraad was een belangrijke vertrouweling van Lodewijk de Vrome. Oorspronkelijk was hij graaf van de Argengau. Hij verwierf grote bezittingen in Schwaben. In 830 was hij ook hertog van Alemannië en voogd van de Abdij van Sankt Gallen, en werd in dat jaar (als aanhanger van de keizer) gedwongen om in het klooster te treden tijdens de eerste opstand tegen Lodewijk de Vrome. In 833-834 deelde hij de gevangenschap van de keizer Lodewijk. In 839 wordt hij vermeld als graaf van de Argengau, Alpgau, Rheingau, Eritgau en Zürichgau. Hij was ook lekenabt van de Abdij van Sint-Germanus van Auxerre.
In 842 was Koenraad namens Karel de Kale en Lodewijk de Duitser een van de drie onderhandelaars in de onderhandelingen voor het verdrag van Verdun. In 844 werd hij ook graaf van de Linzgau. Daarmee bestuurde hij vrijwel het gehele gebied rondom het Bodenmeer. In 849 werd hij graaf van Parijs (onder Karel de Kale dus), Koenraad bleef echter een belangrijke adviseur van Lodewijk de Duitser. Toen Karel en Lodewijk in 859 echter met elkaar in conflict kwamen, moest Koenraad een keuze maken en koos het kamp van Karel. Hij verloor zijn bezittingen in Alemannië en Beieren maar kreeg van Karel het graafschap Auxerre. Dit vormde later de basis voor de Bourgondische bezittingen van de Welfen.
[wikipedia] 
van Auxerre, Koenraad I (I20634)
 
1760 Koenraad was zoon van graaf Koenraad I van Auxerre en Adelheid, dochter van Hugo van Tours en Ava van Morvois. Samen met zijn vader had hij in 859 de kant van Karel de Kale gekozen in zijn conflict met Lodewijk de Duitser. Hierdoor verloor hij zijn bezittingen in Schwaben en Beieren. Ze werden door Karel voor hun verliezen gecompenseerd, Koenraad werd in 863 graaf van Auxerre. Korte tijd later viel hij echter in ongenade bij Karel en zocht zijn toevlucht bij Lotharius II. Die gaf hem de opdracht om de opstandige hertog Hugbert te verslaan, wat Lotharius zelf al meer dan vijf jaar niet was gelukt. Koenraad versloeg Hugbert in 866 bij Orbe en kreeg zijn titels: hertog van het gebied tussen de Jura en de Alpen, lekenabt van Saint-Maurice.
[wikipedia] 
van Auxerre, Koenraad II (I20650)
 
1761 Koenraads vader was jong overleden en daardoor kreeg zijn oom Koenraad de grote erfenis van zijn grootvader Otto I van Karinthië. Koenraad zelf werd in bescheiden omstandigheden opgevoed door Burchard, de bisschop van Worms. Eenmaal volwassen werd hij graaf van Speyer en Worms. In 1017 werd Koenraad gewond aan de zijde van zijn oom Gerard van Metz tegen Godfried II van Lotharingen. Hij trouwde in 1016 met Gisela van Zwaben. Keizer Hendrik II probeerde (zonder werkelijke grond) het huwelijk te dwarsbomen op grond van bloedverwantschap en liet het paar in de ban doen. Koenraad en Gisela gingen in ballingschap en in 1019 hielp Koenraad zijn neef, de latere hertog Koenraad II van Karinthië tegen de toenmalige hertog van Karinthië, Adalbero van Eppenstein. In 1020 verzoende Koenraad zich met de keizer en deze gaf zijn verzet tegen het huwelijk op.
Na de dood van de kinderloze keizer Hendrik werd Koenraad tot koning gekozen en op 8 september 1024 in Mainz gekroond. De adel uit Lotharingen en Saksen had de verkiezing niet gesteund maar Koenraad wist na onderhandelingen ook daar als koning te worden erkend. Hij moest daarvoor wel concessies doen: zo stemde hij toe dat in Saksen weer het eigen Saksische recht ging gelden en liet hij dat vastleggen in een wetboek. In 1025 volgde de huldiging door de Italiaanse bisschoppen te Konstanz (stad) en besprekingen met de bevolking van Pavia (stad) die na de dood van Hendrik de koninklijke palts in die stad had verwoest. In 1026 werd Koenraad in Milaan (stad) tot koning van Italië gekroond. In 1027 werd hij in Rome door paus Johannes XIX gekroond tot Keizer van het Heilige Roomse Rijk. Ook was Koenraad in 1026/1027 hertog van het hertogdom Beieren. Zijn zoon Hendrik III werd in 1028 tot medekoning gekroond en zou zich snel ontwikkelen tot een belangrijke adviseur van zijn vader.
Koenraad voerde een actieve en agressieve politiek tegen de oostelijke buurlanden van Duitsland. In 1028 hield hij een veldtocht tegen Polen. Koning Mieszko moest alle westelijke veroveringen van zijn vader opgeven en was ook gedwongen zijn koningstitel op te geven en Koenraad als leenheer te erkennen. In 1029 hield Koenraad een veldtocht tegen Hongarije maar die liep op een mislukking uit en het Duitse leger moest zich zelfs bij Wenen overgeven. Koenraad sloot een bondgenootschap met Knoet de Grote en gaf hem gebieden in het noorden van Duitsland in leen. In 1036 liet Koenraad ook zijn zoon Hendrik trouwen met een dochter van Knoet. In 1033 organiseerde Koenraad een nieuwe aanval op Polen, van drie zijden: Polen werd tegelijk door Duitsland, de Denen en door het Kievse Rijk aangevallen.
Koning Rudolf III van Bourgondië had in 1016 keizer Hendrik II als leenheer gehuldigd en beloofd dat hij Bourgondië aan hem zou nalaten als hij zonder directe erfgenamen zou overlijden. Na de dood van Hendrik verviel deze belofte maar zijn nicht, keizerin Gisela, wist te bereiken dat Rudolf de belofte hernieuwde aan Koenraad. Dit leidde direct tot verzet van Gisela's zoon uit een eerder huwelijk, Ernst II van Zwaben, die zichzelf als kandidaat voor de opvolging van Rudolf zag. Ernst kwam in opstand tegen Koenraad. Verzoeningspogingen door Gisela mislukten en uiteindelijk werd Ernst in 1030 gedood door de bisschop van Konstanz. Rudolf overleed in 1032 en zijn neef Odo II van Blois, de machtigste edelman van Frankrijk, greep de macht in Bourgondië en riep zich uit tot koning. Koenraad liet zich op 2 februari 1033 te Payerne (gemeente) tot koning van Bourgondië kronen. Hij vermeed een directe confrontatie met Odo maar wist door diplomatie te bereiken dat steeds meer edelen en geestelijken in Bourgondië zijn aanspraken steunden. In 1034 werd hij uiteindelijk in Zürich (stad) door de edelen als koning van Bourgondië gehuldigd.
In het zuiden ontnam Koenraad in 1035 markgraaf Adalbero van Eppenstein zijn functies in de marken Karinthië en Verona, en gaf deze functies aan zijn neef Koenraad II van Karinthië. Koenraad had de controle over alle belangrijke Alpenpassen nu vast in handen en kon zich nu actief met Italiaanse zaken bezighouden. In 1038 mengde Koenraad zich in de Italiaanse twisten tussen de bisschoppen en de hoge adel enerzijds, en de lage adel en steden anderzijds. Toen hij de bisschop van Milaan gevangen zette, ontstond echter een algemeen anti-Duitse weerstand. Dat anti-Duitse sentiment was over de jaren versterkt door Koenraads beleid om Duitse bisschoppen in Italië te benoemen en door de hoge Italiaanse adel bij voorkeur met Duitse families te laten trouwen. Door slimme wetgeving wist hij de meeste edelen echter weer aan zijn kant te krijgen. Koenraad stelde ook orde op zaken in Zuid-Italië waardoor het keizerrijk ook daar een aantal vazallen kreeg. Op de terugweg brak een epidemie uit in het leger waardoor onder andere zijn schoondochter en zijn stiefzoon overleden. Koenraad zelf bleef gezond.
In 1039 stierf Koenraad in Utrecht aan een aanval van jicht. Zijn ingewanden werden in de Dom van Utrecht bijgezet, mogelijk heeft om die reden zijn zoon een vermoedelijk kerkenkruis daaromheen gebouwd. Zijn stoffelijk overschot werd met grote pracht en praal naar Speyer gebracht en bijgezet in de dom.
Koenraad wordt algemeen gezien als een zeer bekwaam bestuurder en diplomaat, ambitieus maar voorzichtig. Hij continueerde het beleid van de Ottonen op het gebied van godsdienst met een voortzetting van de Rijkskerk en steunde de hervorming van de kloosters, mede om de politieke rol van de kloosters in te perken. Zijn bestuur steunde niet zo zeer op de hoge adel maar op de lage edelen, de opkomende steden en op zijn ministerialen. Hij stelde nieuwe wetboeken op voor Saksen en voor Italië. Koenraad zou de eerste van de middeleeuwse vorsten zijn die een duidelijk onderscheid zag in zijn eigen positie en de staat als zelfstandig instituut. Dit kwam naar voren in de berechting van een edelman die zich had verrijkt uit algemene middelen maar zorgvuldig had vermeden de belangen van Koenraad te schaden. Het verweer van de edelman was dat hij onschuldig was omdat hij de koning niet had benadeeld. Koenraad veroordeelde hem toch. Daarbij gebruikte hij een beeldspraak waarin hij de koning vergeleek met een scheepskapitein en de staat met een schip, en dat het beschadigen van het schip als een misdaad op zich moest worden beschouwd.
Aan de andere kant was Koenraad persoonlijk hebzuchtig en maakte hij voortdurend gebruik (misbruik) van zijn positie om voor zichzelf bezittingen te verwerven. Ook bij de benoeming van hoge geestelijken keek hij alleen naar politieke en persoonlijke belangen; sommige ambten werden openlijk verkocht. De geschiktheid van geestelijken voor hun ambt deed voor Koenraad niet ter zake.
Koenraad gaf opdracht om in Nijmegen, op de restanten van de palts van Karel de Grote, de Sint-Nicolaaskapel te bouwen.
[wikipedia] 
van Frankenland, Konrad (I20259)
 
1762 Komt in de 10e penning van 1543 voor met 32 geniet en een huis te Poortugaal. Adriaen Beijens (I4862)
 
1763 Komt vermoedelijk uit Middelburg een broer van hem Francios is daar begraven en een zuster Clara getrouwd met Isaac de Bont/Bout ook. Broodhagen, Adriaen (I6069)
 
1764 Komt voor met de naam
Adriana Jan Melsen
Adriana Jan Jacob Goderts dochter
Adriana Jan Jacob Godert Hendrikx dochter 
Melsen, Adriana Jan Jacob Godert Henrickx dr (I22147)
 
1765 Konstantinos was broer van Bardas, een beroemd generaal die in de periode 975-979 tevergeefs een opstand leidde om zelf keizer te worden.
[wikipedia] 
Skleros, Konstantinos (I20812)
 
1766 Koopt zichzelf voor 1300 gulden in in 1737 op 45 jarige leeftijd Ambagtsheer, Maria (I19889)
 
1767 Koppeling aan deze ouders en daarmee dus ook de doopdatum onzeker Patroonse, Katrina (I5264)
 
1768 Koppeling aan ouders op basis van naam eerste dochter. (vernoemt naar de 2 oma's)
Onbekend is nog wie doopgetuige bij Niesje Marie is (Aaltje Ambagtsheer) 
Ambagtsheer, Adriana (I3965)
 
1769 Kornelis Wor en Marrigje va.d. Berg get. Maeyke; Neeltje Wor, Neeltje (I24465)
 
1770 Kort na het huwelijk verblijft het echtpaar korte tijd in Delf waar Cornelis de bene neemt en niet meer terugkeert. Hij laat zijn jonge vrouw waarschijnlijk achter met zijn vijfjarige dochter uit zijn eerste huwelijk.
Zo blijkt uit een vonnis bij de huwelijkse bijlage van Gerarda's tweede huwelijk 
Gezin F444
 
1771 Kunigunde van de Ardennen (ca 890-ca 940) was de moeder van Siegfried, de stichter van Luxemburg, en van Adalbero I, bisschop van Metz, en was getrouwd met paltsgraaf Wigerik van Lotharingen. Kunigunde was hoogstwaarschijnlijk een dochter van 'Irmintrud' en een man wiens naam niet met zekerheid bekend is, mogelijk Reinier I van Henegouwen. Wel is zeker dat haar moeder een zus was van de Franse koning Karel de Eenvoudige. Beiden waren kinderen van Lodewijk de Stamelaar, wiens grootvader, Lodewijk de Vrome, een kind van Karel de Grote was. Hierdoor was het eerste Luxemburgse huis, dat gesticht werd door Kunigundes zoon Siegfried, nauw verwant aan Karel de Grote. Kunigunde hertrouwde met Richwin van Verdun, zoon van Giselbert I van Maasgouw.
[wikipedia] 
van de Ardennen, Kunigunde (I20614)
 
1772 Kuyc en Grave 1254-1308, heer van Merum en Neerloon van Kuyc, Jan I (I17766)
 
1773 LEU1:54-55
ITEM 25
ROLE 1-02
GIVN Hendrik III
SURN van Leuven 
van Leuven, Hendrik III (I6893)
 
1774 LEU1:55-58
ITEM 139
ROLE 93-02
GIVN Godfried I 'met de Baard'
SURN van Leuven 
van Leuven, Godfried I 'met de Baard' (I20347)
 
1775 LEU1:58
ITEM 139
ROLE 93-03
GIVN Godfried II
SURN van Leuven 
van Leuven, Godfried II (I20351)
 
1776 LEU1:58-60
ITEM 139
ROLE 93-04
ITEM 172
ROLE 120-04
GIVN Godfried III
SURN van Brabant 
van Brabant, Godfried III (I20353)
 
1777 Lambertus van Ijsendoorn wedunaar van 's Gravenhage woont bij de Beurs met
Anna Wor jonge dogter van Dordregt woont bij het Bagijnhoff geassisteert met Dirk Wor haer broeder vermits de indispositie van haer vader
den 9 juny alhier getrout door do. Geerling 
Gezin F223749359
 
1778 Lammert Annink en Fenne Wevers - Geertruid Annink, Geertruid (I4815)
 
1779 Landbouwer aan de 's-Herendijk te Oost-barendrecht Frans Leendertsz (I19799)
 
1780 Landbouwerse in het Santblock.

Aktesoort testament Datum 18/12/1619 Archief ONA Rotterdam Inventarisnummer 101 Aktenummer/Blz. 96/134 Notaris Nicolaas v.d. Hagen
Aechtgen Ariensdr, weduwe van Leendert Leendertsz de Jonge Pors, wonende in Saerloos, benoemt haar kinderen Arien, Clement, Jan, Pieter, Jonge Arien, Isanac, Jacob, Toentgen en Aechtgen Leenderts tot haar erfgenamen. 
Porre, Aechtgen Adriaensdr (I21429)
 
1781 Laurens Rapholm j.m. van Coppenhagen met Geertruit Alders j.d. van Millinge beijde wonende alhier
bevestigt door do. van Mierop den 24 nov 1709

Het huwelijk is terug te vinden in het ondertrouwboek van de hervormde kerk. Maar het huwelijk is gemengd gezien dat de zonen katholiek en de dochter Luthers gedoopt zijn. Het feit dat Geertruid 8 maanden zwanger was ten tijde van het huwelijk zal hier ongetwijveld een factor in zijn geweest. Of Laurens danwel Geertruid katholiek was is onzeker.
Maar gezien dat de oudste zoon met vermelding van zijn vader katholiek in Utrecht is gedoopt doet vermoeden dat Laurens katholiek is geweest. De reden waarom Johannes in Utrecht is gedoopt kunnen we alleen naar gissen.  
Gezin F223749611
 
1782 Laurens Rapholm wedr. met Cornelia van Stapelen j.d. geb. tot Bergen op den Zoom bijde woonende alhier.
bevestigt door dom. Velsen den 10 october 1723 
Gezin F223749610
 
1783 Laurens Rottinck soone van borgermeester Gerrit Rottinck binnen Delden ende Martha Christina Froen dochter van zalliger Costman Froenen tot Derekamp
proclamati die 26 september coppalati die 7 november 
Gezin F1944
 
1784 Laurens Rottink Weduwenaer van zaliger Martha Christina Froen binnen delden ende Aaltjen ten Tije dogter van borgermeester Jan ten Tije binnen Goor
Proclamati 25 martii copulati 22 aprilis 
Gezin F1878
 
1785 Laurentz Henricxsen schoenmaker
Anneken Sibert Wors dr beyde van Dordrecht
getrouwt den 26. aug. 1607 
Gezin F223749253
 
1786 Leenderd Kornelisz Boer j.m. won. alhier en Lijsbeth Jansd van der Stoep j.d. geb. en won. te OB, hier getrouwd op 1 juni  Gezin F528
 
1787 Leendert Ambagtsheer begraaft in 1730 een "kraamkind". Ambagsheer, Pietertie (I3198)
 
1788 Leendert Bastaeinsz de Vlieger j.d. van Ridderkerk
Claertje Bastiaens Besemer j.d. van Hendrik-Ido-Ambacht 
Gezin F2158
 
1789 Leendert Bastiaens de Vlieger weduwe van CLaertje Bastiaens Besemer
Grietje Gerrits van Gelder j.d.
beide wonende alhier 
Gezin F223749022
 
1790 Leendert Coornelissen, heemraad van West-Barendrecht en Carnisse, Coenraet Joppen, Pieter Joppen, Cleement Bastiaensen, als man en voogd van Lijntghen Joppendochter, en voornoemde Coenraet Joppen, heemraad, als voogd van de nagelaten weeskinderen van zaliger Neeltghen Joppen, van de kinderen van Annen Joppen en van Arien Joppen en vervangende zijn broers Aert en Euwout Joppen, transporteerden op 6 juli 1619 aan Lijntghen Aerentsen, weduwe van Jacop Martensen, 547 roeden in het Nieuwe Bedijkte Land van West-Barendrecht. In de marge van deze akte staat genoteerd dat dit een eigenbrief was voor ’Lijntghen Jacop Maertensen wedue van 't landt van Leendert Coorn(elissen) en d’erffgenamen van za(liger) Trijntghen Cleys’.
 
Trijntge Claes Coenendr (I5951)
 
1791 Leendert Jacobsen molenaer j.m. van Rotterdam
Geertruijt Jordens van Swijndrecht weduwe van Pieter Jansen Wor
beyde woonende in de Vriesestraet
sijn getrout op de line den 19 february 1662 
Gezin F223749267
 
1792 Leuven 1139-1-25, na de dood van Walram II van Limburg door zijn zwager koning Koenraad III van
het H.R. Rijk begiftigd met de titel hertog van Neder-Lotharingen eind 1139/begin 1140 en als
zodanig voor het eerst vermeld 1140-2-9 
van Leuven, Godfried II (I20351)
 
1793 Levinus Wolfers heeft in 1858 in de Strafgevangenis van Goes gezeten (inschrijvingsnummer 1733) en ook in 1861 (inschrijvingsnummer 540)

In het Volksblad van 13 juli 1872 verschijnt een advertentie met de volgende tekst:
Lasteraars
Belooning vijf gulden aan degenen die aanwijst de persoon welke de eerste laster heeft verspreidt, dat de ondergeteekende zich zoude hebben schuldig gemaakt aan het aanstukken snijden van een Vischtouw.
Goes. L. J. Wolfaert 
Wolfaert, Levinus Johannes (I4384)
 
1794 Lijjftocht 1382. In 1381 werd Loukin Florisz. genoemd met zijn vrouw Kerstine Jan die Blondedr. In 1407 bezat ze nog de stukken land, die haar dochter Yde in 1414 overdroeg. Chritina Jan Die Blondedr (I1719)
 
1795 Lijk aangegeven door Aeltje Gabriels van Wingerden, Dirck Arijenssen (I10964)
 
1796 Lijnken Wouter Gildeman Barbara Ghilsemans, Lijnken Woutersdr (I24053)
 
1797 Lijsbeth van der Wolden wed. van David Hombart op de nieuwecamp, bij het stadstimmerhuys laat na mondige kinderen, beg. gratie van der Wouden, Elisabeth (I23495)
 
1798 Lijst van de goederen nagelaten door: Geertruit Verstelle t.b.v. haar man Mattheus Oeije en hun 3 kinderen: Jacobus oud 20 jr., Adriana oud 15 jr., Cornelia oud 13 jr. 1690- juni 3. Overgebracht door: Mattheus Oije (vader en voogd). 1 katern. Oijee, Mattheeus (I22452)
 
1799 Lijst van de goederen nagelaten door: Maijken Anthonis t.b.v. haar man Abraham Jasperse Jason en haar 6 kinderen: Geertruijt, Maddeleena, Anthonij, Tanneken, Maria (meerderj.) en Lijsabeth oud 16 jr. 1661- maart 5. Overgebracht door: Abraham Jason, Geeraert Verstelle (voogd). 1 katern. Jason, Abraham Jasperse (I22466)
 
1800 Liudolf (vóór 806 - 11 maart 866) is vanaf 840 vermeld als graaf in Saksen. In 845 bezocht hij met zijn vrouw de paus in Rome, om zijn steun te vragen voor de oprichting van een vrouwenklooster. Dat klooster werd door hen gesticht in 852 in Brunnshausen, en zou later naar Gandersheim worden verplaatst. Vanaf 850 wordt hij ook genoemd als hertog van de Oost-Saksen (Latijn: dux orientalis Saxonum), hij vocht tegen de Slaven en de Vikingen. Zijn persoonlijke bezittingen lagen ook in het oosten van Saksen. Liudolf is begraven in zijn eigen klooster in Brunnshausen.
Het geslacht van de Liudolfingen (ook de Ottonen) is naar hem genoemd, omdat hij er de oudste met zekerheid bekende vertegenwoordiger van is. Er wordt echter algemeen vanuit gegaan dat zijn ouders de graaf Bruno van Saksen (geb. ca. 770) en Auda (geb. ca. 780) waren, de ouders van Bruno zijn dan de krijgsheer Bruno van Engern (geb. ca. 725) en Gisla van Verla (geb. ca. 735).
[wikipedia] 
van Saksen, Liodulf (I20594)
 

      «Vorige «1 ... 32 33 34 35 36 37 38 39 40 ... 108» Volgende»