Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen
Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Stamboom:  

Treffers 1,351 t/m 1,400 van 5,318

      «Vorige «1 ... 24 25 26 27 28 29 30 31 32 ... 107» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
1351 Haar bruidsschat bestond uit vele rijke domeinen, waaronder de fisc van Cysoing; gelegen in het centrum van het land van Pévèle, een van de mooiste fiscs in de regio. Cysoing werd een van Gisela's en Eberhards reguliere residenties. Ze stichtten er een klooster, dat echter pas na hun dood voltooid zou worden.
Het nonnenklooster San Salvatore in Brescia werd na de dood van Ermengarde, de echtgenote van keizer Lotharius I, aan haar gegeven. Zij diende daar vervolgens enige tijd als abdis en als rectrix.
Ook gaf hij de nog steeds bestaande mozaïeken aan de kathedraal van Aquileia. Ze bevatten (wat zeer opmerkelijk is voor die tijd) een kruisiging, de Heilige Maagd Maria, Sint George, het portret van Gisela en diverse allegorische figuren.[1]
Ze wijdde zich aan de opvoeding van haar en Eberhards vele kinderen.
[wikipedia] 
Gisela (I1934)
 
1352 Haar oom is Cornelis Hendricks (niet duidelijk of dit Cornelis Hendricks is de vader van Hendrick Cornelisz die een broer Pieter Cornelisz alias Ambachtsheer heeft) Merrichje Gerritsdr (I11090)
 
1353 Haar plaats van herkomst en het adellijke geslacht waaruit zij stamt zijn niet met zekerheid bekend. Er zijn theorieën dat zij een zuster zou zijn geweest van Dodo, een domesticus van Pepijn van Herstal. Dodo zou de man zijn geweest, die naar men zegt bisschop Lambertus van Maastricht zou hebben vermoord. Ook wordt wel gezegd dat zij een nicht in de tweede graad van Bertrada van Prüm zou zijn. Haar geboorteplaats wordt in de nabijheid van Prüm vermoed.
Alpaida's zoon, Karel Martel wordt gezien als de stichter van het geslacht van de Karolingen. Hij is de vader van Pepijn de Korte en grootvader van Karel de Grote.
Volgens recente bevindingen heeft Pepijn van Herstal toch een kerkelijk geldig huwelijk met Alpaida gevoerd, dat meer dan tien jaar zou hebben geduurd. Volgens overlevering is bisschop Lambertus van Maastricht (Onder andere schutspatroon van de stad Luik) door een broer van Alpaida gedood, omdat Lambertus weigerde het huwelijk tussen Pepijn en Alpaida te erkennen.
Pepijn wendde zich na 702 echter weer tot zijn eerste vrouw, Plectrudis. Tijdens de Frankische burgeroorlog tussen haar zoon, Karel Martel en Plectrudis, die na de dood van Pepijn van Herstal uitbrak, wordt Alpaida niet meer genoemd. Daarom vermoedt men dat zij reeds voor de dood van Pepijn van Herstal in 714 was gestorven.
[wikipedia] 
Aplaïs of Chalpaïs (I20274)
 
1354 Haar vader neemt de naam Scheper aan op het moment dat Gaatske nog minderjarig is de Roos, Gaatske Klazes (I24969)
 
1355 Haar vader was ook molenaar:
- (oudr Ddam) Folionummer: f. 196 (19-1-1717)
Oude eigenaar(s): Leendert Jacobs van de Nadort als last van zijne zoon Jacob Leenderse van de Nadorst, olijmolenaar binnen Hertogenbosch
Nieuwe Eigenaar(s): Jacob Sijmonse Droog, molenaar op de zaagmolen van Adriaan en Willem 't Hooft zal.
Soort transport: huijsinge, agterhuijsje en erven bij de steenplaets F 300 
van der Nadorst, Adriana Jacobsdr (I3094)
 
1356 Haardentelling van Waasmunster 1600
in de Neerstraete
Gillis van cleemputte twee heertsteden huere van Gillis windey
Gillis van cleemputte met Gooris van Olwincle twee heertsteden hueringhe van Pieter de cleene 
van Cleemputte, Egidius (I5901)
 
1357 Had een broer Cornelis Foppens den oude de Jonghe, Cornelis Foppen (I23290)
 
1358 Had een primera winkel in Son en Breughel samen met zijn dochter Hubregtse, Peter (I21581)
 
1359 Hadden buitenechtelijke relatie tijdens militaire service van Willem Gezin F223745286
 
1360 Hans Velten van Lauteren j.m. soldaat onder capitein Asma
Stijnken Aerntsen j.d. van Nijmegen
T. Frans Peters, cap. Lenhardt Theuwis, Beeltgen Aernts en Erken Willems 
Gezin F223749174
 
1361 Hans de Swart copman dye moeder Marritge de Swaert dyn getuygen Hans Storm het kynt Martijngen de Swart, Martijntgen (I23860)
 
1362 Hans de Swart sletellreckmaker dye moeder Martijntgen de Swart dye getuygen Artys van de Worde het kynt Artys de Swart, Artijs (I23859)
 
1363 Hans de Swart van Antwerpen, cramer, heeft zijn poorter eedt gedaen ende den tresouieren het poorterghelt betaelt, actum den XIIIen september anno XVC IXIII de Swart, Hans (I23857)
 
1364 Hans de Swart van Antwerpenn, cramer, es huyden den XIIIen september 1593 poorter deser stede geworden, ende heeft zijn poortereedt gedaen in handen van de presideren[de] burgermeesteren, mitsgarders den tresouquiren betaelt zijn poortergelt. de Swart, Hans (I23857)
 
1365 Hans de Swert en Mereycken Stoeps 2 augusti
get. .... de Swert en Adriaen Stoop 
Gezin F223749146
 
1366 Harm ten Brink wordt in een hypotheekakte dd 5 juli 1825 genoemd als man van Geesje Dingste de dochter van Tiemen en Femmigje van der Garste ten Brink, Harm (I16158)
 
1367 Harmanus van Leeuwen jongeman en
Maria Tijsse Bosselaer jongedochter
beyde van Schiedam woonende alhier 
Gezin F223748656
 
1368 Heden des[en] 25en junius '81 zoo es voor ons Jan Remoortere
ende Hendrick van Zele schepenen van S[in]te-Pauwels ghecommen ende
ghecompareert in propre p[er]sone Lievyne Boorms dewelcke kendt en[de]
lijdt bij des[en] upghedreghen en[de] met goeder herten ghegeven het derde van
haeren goeden zoewel meuble als immeuble, present en[de] toecomende te
weten Margueriete V[er]berchmoest d’welck zij ghehadt heeft bij Andries
Verberchmoest ende dies eyst bespreck indien dat zij Lievine meer
ander ghetraude kin[deren] ghecreghen in hae[ren] huwel[ijck] zoe zal dit kindt deelen
manieren ghelijck zij Lievine ’t zelve kindt belooft heeft elck naer huerl[ieden]
doot ’t zelve te deelen ende waer ’t bij aldien dat ’t zelve kindt gherackte te
huwen en[de] storve zonder hoir zo zal ’t zelve goedt wederomme commen
in den handen van [de] gerechtighen hoirs vandaer ’t zelve goedt ghecommen es
ende indien ’t zelve kindt gheraeckte te huwen eer dat de vader ofte
moedere doot waeren zoe beloven zij ’t zelve kindt te helpen elck zo zij daer
eere afbegheeren oft hebben willen elck naer zijn v[er]moghen. Dit es aldus
ghedaen ten daeghe en[de] jae[re] als boven. Ons t' orconden. Onderteeckent
Jan van Remoortere met zeker handteecken ende Heyndrick van Zele met
zeker handteecken.
[GOA Kemzeke en Sint-Pauwels register 362 fol 170 pg296; transcriptie door Chris van Dijkum met correcties van Kasper Lundemann en Pauwel via de Leeshulp sectie van Stamboomforum] 
Borms, Levine (I21723)
 
1369 Heden desen 9en februarij anno 1713
compareerden voor mij Coenraad van
Rijp notaris publ: etc: ende voor
de nabeschregen getuygen d’ Heer Sibert
Wor soon van d’ Heer Cornelis Wor
wonende tot Utregt voor een sesde
part geinstitueerde erfgenaam van juffrou
Elisabet Goijaarts weduwe van d’ Heer
Antony Buys volgens haar edele testa-
ment gepasseerd voor den notaris
Bartholomeus van Gilsdorp van sekere
getuigen in Dordrecht in dato den
12en maart 1701 ...
 
Wor, Sijbert Cornelissen (I24331)
 
1370 Hedent des[en] 13 in april 1577 zo zijn v[er]gadert gheweest ten huyse van
Adriaen Maes, weerdt binnen S[in]te-Pauwels, de persoonen hiernaer volghen[de]
te wetene; heer P[iete]r Tack, pastoor derselver prochie, ende heer Jan de
Burchgrave, capelaen derselver prochie, ende Olivier van Vlierberghe, Matheeus
V[er]berchmoest, ende Lauwereye de Wree, aldaer v[er]accordeert sij[n] ter p[re]sentie
van de ghetuyghen alsvoren met een vriendel[ijck] appointement irrevocabele eenen
Andries V[er]berchmoest met Levine Borms van alle zulcke zaeken die zij soude
moghen met malcanderen uuytstaen hebben ter cause van een procuratie ofte
generatie van eene vrucht die gewonnen es buyten den huwel[ijcken] staet tusschen
hem Andries ende Levyne Borms, genaempt Margueriete ende de houde
van [de] kinde es twee jae[ren] ende acht maenden ende des[en] twee p[er]soonen voors.
schelden malcanderen quijte alsoo wel d’ één als d’ andere van alle defloratie,
beloften die heymel[ijck] oft openbaer soude moghen ghebuert zijn hoe ende
in wat qualiteyt dat ghebuert zoude moghen wes[en] alle excepsie huitghe...
op coditie soo hiernaer volcht dat hij Andries es ghehouden ( midtsgaders
… … ) het voors. kindt Grietien te houden tot dat 17 jaer houdt is ende
begheert alsdan de moedere ofte de dochtere ten zeventien jae[ren] van huer vader te
scheeden mach, huer v[er]hueren ende gaen dienen daer ’t huert beliefven zal
tot hueren ieghen prouffijte ende als dezelve dochtere ten huwelijcken
staet zal commen zo zal hij Andries vader schincken liberal[ijcken] de so[mm]e van vijchftich
carolus guldenen eens wel v[er]staende waerdt dat dan daernaer dezelve
dochtere quame te stervene zonder hoir soo sullen zulcke ghiften van [den] vader
ghegeven wedere-omme commen tot den rechteren ende naesten hoore van hem
Andries vadere ende waer ‘ t dat hij Andries V[er]berchmoest storve zonder
eenighe meer kinderen achter te laethen in den huwel[ijcken] staet soo beset
hij bij des[en] het ’t zelve kindt ofte dochter Grietien liberalijcken met zijnen
vrijen eyghen onbewonghen van hiemant ende ter presentie van
zijn vrienden het derde van zijnen goede, muebele en[de] immueble, toecomen[de] ende
present sonder eenighe wederroepen wel v[er]staende alsvoren compt het
kindt ofte dochtere te sterven zonder hoor dat alle sustenighe dotacie weder
sullen keeren en[de] struyck nemen ten struycke van hem gheveren noch soo es
bespreck van ’s moeders weghen dat sou het kindt dotieren en[de] beghyften sal
doteert en[de] beghift bij des[en] haer kindt en[de] dochtere voors. van het derde
van hae[ren] goede meuble en[de] immuebele p[re]sent en[de] toecommende in also verre
als zij gheen kinderen meer en heeft ende waer ’t dat sij meer kin[deren] in den
huwel[ijcken] staet dan drye ofte viere ofte zulcx als ‘t Godt beliefven
zal soo sullen ma[n]nen gheestel[ijcke] ende weer[lijcke] daertoe gheropen zijn[de] dat schicken
naer avenante ’t huerlieder discretie wel v[er]staende quame ‘t zoo dat de
dochter sterf onbedeghen alsvoren soo zal dezelve dotatie van de
moeder oock volghen haer naeste hoirs. Actum ten daeghe als
voren ter presentie van [de] ghetuighen voren ghenoempt. t’ Orconden elck
bijsonder zijn handteecken hieronder ghestelt. Onderteeckent
Andries V[er]berchmoest met zeker handtteecken, bij laste Livine Borms
met zeker handteecken, bij laste Lauwereye de Wree met zeker
handteecken, Burchgrave met zeker handteecken, Vlierberghe met zeker
handteecken ende Matheeus V[er]berchmoest met zeker handteecken.
[GOA Kemzeke en Sint-Pauwels register 362 fol 170 pg 295 en 296; transcriptie door Chris van Dijkum met correcties van Kasper Lundeman en Pauwel via Stamboomforum] 
Gezin F223748619
 
1371 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I1047)
 
1372 Heemraad van Oost-IJsselmonde. Leenaert Japhets (I2631)
 
1373 Heer Jansdochter de Herbais, Jenne (I22638)
 
1374 Heer van Renswoude. Kreeg omstreeks 1363 het leengoed Grevenbroeck geschonken en noemde zich vanaf toen Robert van Grevenbroeck
Door oom Johan van Arkel, bisschop van Utrecht, in 1363 beleend met Renswoude. Nadat Johan van Arkel bisschop werd van Luik en het graafschap Loon in zijn bezit kreeg, schonk hij Grevenbroek aan neef Robbert. Volgens du Tillet (fol. 292, aangehaald in het handschift Van Spaen, archief van den Hoogen Raad van Adel te 's-Gravenhage) ontving Robrecht van Grevenbroeck in 1372 een jaargeld van de Koning van Frankrijk. Als burggraaf van Montenaeken leende hij in 1375 geld aan de stad Utrecht (van Spaen). Beleend in 1393 met den hof te Schleiden in het land van Dalem (Hollandsch Leenregister). In 1394 had hij een geschil met het klooster van Marienkroon te Heusden (Hollandsch Leenregister). Robrecht van Grevenbroeck stichtte een gasthuis te Roermond. Zijn vrouw was Elisabeth (volgend anderen Hildegond) de la Saulx, dochter van Wouter, heer van den Tempel en N. van Argenteau. Elisabeth was te voren weduwe van Daniel van Palland, heer van Trip. Van Sasse van Ysselt 1901, blz. 6-7.
Ridder Robbert van Arkel, Heer van Van Grevenbroeck genaamd van Aken. Kocht in 1366 het kasteleinschap van Montenaken van ridder Jan van Montenaken, Heer van Bindersveld en word 13-6-1373 als zodanig betiteld. In 1366 wordt hij als ridder vermeld en bezat hij een molen te Waremme in leen van de graaf van Loon (oom Jan de bisschop van Luik!). Hij verkreeg Grevenbroek (1380) van zijn oom bisschop Jan van Arkel. Naast Grevenbroek bezat hij Lille-St. Hubert, Rijnswoude, Hamont en Achel. Als 'grand seigneur' kreeg hij op 21-4-1372 een lijfpensioen van Karel V, koning van Frankrijk wegens bewezen diensten en liet hij een klooster en groot hospitaal te Roermond bouwen (met verwijzing naar Du Tillet, Recueil des Rois de France, leurs Couronne et Maison, deel II, blz. 297. Hij wordt hier 'Van Renswoude' genoemd). Robbert van Grevenbroeck was ontvanger generaal van het graafschap Loon. Ridder Otto van Arkel beloofde hem (1391) schadeloos te houden 'van den hoeffstal ende alnoch 440 goede Holantsche guldens'. Hij leefde nog in 1401 maar overleed vóór 7-2-1416. In 1372 was hij gehuwd met jkvr. Pentecoste de La Saulx de Temples, weduwe van ridder Daniel van Pallandt, Heer van Trips. Pentecoste was een dtr. van ridder Wouter de La Saulx, Heer van Temples, en jkvr. Margriet d' Argenteau (Arkenteel). Van Schijndel 1959, blz. 37-38.
Het kasteel van Grevenbroek was gebouwd door Willem van Boxtel die vanaf 1338 allodiaal heer was van het rechtsgebied Hamont, Achel en St. Huibrechts-Lille. Diens dochter en schoonzoon verkochten de heerlijkheid in 1360 aan de Luikse edelman Jan van Hamal. In de Loonse successieoorlog koos die de verkeerde zijde. In 1367 moest Jan van Hamal afstand doen van het kasteel van Grevenbroek waarna zijn zoon Willem met de burcht beleend werd als Loons leenman. Het Land van Hamont, etc. bleef allodiaal bezit van Willem van Hamal. Op 1 feb. 1380 ontving Robrecht van Arkel, het kasteel in leen van de Luise prins-bisschop. Hem werd tevens de heerlijke rechten over het land van Grevenbroeck in eigendom gegeven. In 1401 ontstond tussen het land van Grevenbroeck en de naburige Loonse dorpen onenigheid over het bezit van de heide. Prins-bisschop Jan van Beijeren liet de kwestie onderzoeken en grensstenen plaatsen. Robrecht van Arkel, heer van Grevenbroeck ging met de plaatsing niet accoord en liet ze uitrukken. De prins-bisschop bracht een leger samen en trok het land van Grevenbroek binnen, veroverde de vesting Hamont en belegerde het kasteel van Grevenbroek, dat door Jan van Grevenbroek werd verdedigd, dat zich na een langdurig beleg over moest geven. Bij decreet van 24 mei 1401 werd Robrecht van Grevenbroeck vervallen verklaard van zijn rechten en werd het Land van Grevenbroeck geannexeerd en tot Loons leen gemaakt. Zoon Jan van Grevenbroeck werd vervolgend beleend met het kasteel en het land van Grevenbroek. Piet Dekker 1998, blz.147-149.
Uit het bovenstaande valt dus te destilleren dat Robbert van Arkel in 1363 Renswoude ontving van zijn oom de bisschop. Hij is schijnbaar in het gevolg van zijn oom naar Luik gegaan en heeft daar carrière gemaakt. In 1366 was hij ridder en had hij een molen te Waremme. In 1366 kocht hij het kasteleinschap van Montenaken waaraan hij zijn incidentele bijnaam Van Aken ontleende. Hij had ook een bastaard met naam Robbert van Aken. Vervolgens moet hij in dienst van de Koning van Frankrijk hebben gestaan waardoor deze hem in 1372 beloonde met een lijfpensioen. Schijnbaar heeft oom Jan van Arkel, overl. 1377, het allodiale land van Hamont, etc. verworven van de familie Van Hamal en geschonken aan zijn neef, die naderhand zelf ook de burcht Grevenbroek verwierf omdat hij daar op 1 feb. 1380 door de nieuwe prins-bisschop mee werd beleend. Het kan ook zijn dat de schenking door bisschop Jan van Arkel een verzinsel is en dan zal heer Robbert uit eigen zak de burcht en het Land van Grevenbroek gekocht hebben. De schenking moet in ieder geval dateren voor … 1377, het overlijdensjaar van oom Jan. Heer Robbert van Grevenbroek was vóór 2 jan. 1413 overleden. Den Bosch R. 1188 (1412-1413), fol. 58r.
Zoon Jan van Grevenbroek wordt de oudste zoon genoemd van heer Robbert. Namen als Robbert, Wouter of Daniel lagen echter meer voor de hand. Dus of Jan is de oudste in leven gebleven zoon van heer Robbert, of hij is vernoemd naar oudoom bisschop Jan van Arkel aan wie zijn vader veel de danken had. Als Jan van Arkel de peetoom was zal Jan in ieder geval in voor 1 juli 1377 zijn geboren. Rekening houdend met enkele jonggestorven kinderen zal het huwelijk van heer Robbert in of kort voor 1372 volgens Van Schijndel dus best kunnen kloppen. Hij verwijst hiervoor naar (De Hemricourt,) Le Miroir des Nobles de Hesbaye.
Volgens Europaischen Stammtafeln, Neue Folge VI, Tafel 113 Die Herren von Argenteau in Argenteau und in Houffalize, was Wauthier de la Saule gt de Temples gehuwd met Marie, jongere dr. van Renaud IV van Argentau. Bij deze Renaud (heer Robert heeft een zoon met naam Reynier, kastelein van Montenaken) staat de volgende informatie: Ritter, seigneur de Fleron, vogt zu Ciney, senechall d Hzt Limburg; 1318/56, overl. 1356/58; tr. Katharina von Corswarem, dr. v. Arnold. Marie's oudere zus Adelaide huwde 1352 Werner van Merode. Voor zover je kunt vertrouwen op de ES zal het huwelijk tussen Marie van Argenteau en Wauter de la Saulx ook wel in de jaren '50 te plaatsen zijn. Een dochter Elisabeth genaamd Pentecoste uit dit huwelijk zal derhalve bij haar hertrouwen nog jeugdig zijn geweest. Een huwelijksjaar van 1372 (de vermoedelijk eerste vermelding) is derhalve logischer dan ca. 1370. De (bij-) naam Pentecoste (Pinxt) komen we weer in jongere generaties tegen.
Heer Robbert van Arkel, heer van Grevenbroek heeft echter niet stil gelegen. Hij heeft maar liefst vier natuurlijke zonen met naam Robbert: R. van Aken; R. van Swolle; R. van der Hullen; R. Dunhoet, die we in de Bossche Protocollen tegenkomen in Peelland en in het grensgebied met België. Wellicht dat de laatste identiek is met een van de voornoemden. Diverse van deze zonen hebben voor nageslacht gezorgd die echter niet altijd gemakkelijk te koppelen valt aan de juiste Robbert. Naast de diverse Robbertsen is er ook nog een natuurlijke zoon Hector. De grote hoeveelheid kinderen en natuurlijke kinderen hebben ervoor gezorgd dat de genealogische literatuur over de Van Grevenbroeks (en het Land van Grevenbroek) zo'n onduidelijk beeld schetst over de juiste familieverhoudingen.
(website Karel de Grote; reeks 97) 
van Grevenbroeck, Robert (I17740)
 
1375 Heidenschap Martje Wierts (I22953)
 
1376 Heinderick Matisse
Catarina Muelemans moeder
Johannes
Jacob Gilsemans vader
Appolonia Matijs
Catrina Lecht 
Gilsemans, Johannes (I23850)
 
1377 Heinderick Matisse
Catrina Müelemans
Matijss
Beateres Matijss
Catrina Lutselkerck 
Matijs Heindericks (I23856)
 
1378 Heinderick Wagens
Catrina Müelemans
Anna het k indt
Jacob Schats 
Wagens, Anna Hendricksdr (I23855)
 
1379 Heindrick Dircksz Mull, wonend buiten het Hofpoortje, bekent 300 gld geleend te hebben van Pieter Maertensz, ambachtsheer van Schiebroek -als voogd van zus Liedewitge Maertens. Ze komen een betalingsregeling overeen. Tot borgen stellen zich Ary Aryensz Keyser, wonend buiten het Hofpoortje, en Frederick Augusthynsz Joncker, wonend buiten de Delftse Poort.
[schuldbekentenis 04/05/1647; ONA Rotterdam; inv 538;Akte/Blz. 33/39;Notaris Isaac Troost] 
Liedewitge Maertens (I21694)
 
1380 Heliksuinda is stichteres van de dom van Schweinfurt. In 1003 weet ze de verwoesting van de kerk en het kasteel van Schweinfurt te voorkomen als het leger van de koning de opdracht heeft om de opstandige Hendrik van Schweinfurt zo te bestraffen. Ze sloot zich op in de kerk en liet het leger weten dat als ze de kerk zouden afbranden, ze haar mee moesten verbranden omdat ze de kerk niet zou verlaten. Uit respect voor de oude dame heeft het leger de kerk ongemoeid gelaten en slechts enkele symbolische stenen van het kasteel verwijderd. Heliksuinda is begraven in de dom van Schweinfurt.
[wikipedia] 
van Walbeck, Heiksuinda (I20868)
 
1381 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F223748490
 
1382 Hendrick Jansse van Esterbrugge ijsercooper weduwenaer van Rotterdam ende aldaer woonende
Judick Adriaense Wor j.d. van Dordreecht wonende bij de vleyshouwerstraet
getrouwt hier binnen den 3 january 1638
proclamatie tot Rotterdam 
Gezin F223749299
 
1383 Hendrick Tijmens 't k[ind] Tijmen Dingsté, Tiemen (I405)
 
1384 Hendricus s. van Gerrit Morre en Grietje Jans Morre, Hendricus Gerrits (I17794)
 
1385 Hendrik Ambachtsheer, 71, 1445 Cassadaga Road, Orange...
January 11, 1986

Hendrik Ambachtsheer, 71, 1445 Cassadaga Road, Orange City, died Wednesday. Born in Holland, he moved to Orange City from Venezuela in 1961. He was a former employee of an oil company in South America and had worked in industrial construction and farming. He was a member of the Dutch Reformed Church. Survivors: wife, Hilda; son, Pieter C., DeLand; daughters, Geertrui E., Orange City, Victoria C. Lane, Longwood; sister, Nel Nieuwenhuizen, The Netherlands; four grandchildren. Allen-Summerhill Funeral Home, DeLand. 
Ambachtsheer, Hendrik (I118)
 
1386 Hendrik Ido Ambacht van Driel, Anthonis Cornelisz (I16649)
 
1387 Hendrik Pouwels wed van de Nijstad, Mechteld Jacobs j.d. van Oldenheel Gezin F223745123
 
1388 Hendrik Tijmen Dingstee j.m. van Meppel en Roelofje Jans Lefferts j.d. van Dwinglo Gezin F190
 
1389 Hendrik Wor j.m. alhier
Hester de Voijs j.d. te Gouda
attestatie gegeven aen Gouda den 24 aug 1800 
Gezin F223749386
 
1390 Hendrik erfde van zijn vader grote familiebezittingen rond de Main en in het gebied tussen de Main en de Donau. Hij volgde hem bovendien op als markgraaf van de Nordgau, graaf van Schweinfurt (stad), Radenzgau en de Volkfeld. Hendrik steunde in 981 de Italiaanse veldtocht van Otto II met 40 ridders. Later werd hij verbannen door Otto III wegens zijn conflicten met de bisschop van Würzburg dat begon doordat Hendrik onrechtmatig een vazal van de bisschop de ogen had laten uitsteken.
Hendrik steunde de kandidatuur van de latere keizer Hendrik II in ruil voor de belofte van functie van hertog van Beieren. Toen Hendrik wel tot keizer was gekozen maar zijn belofte niet inloste, steunde Hendrik de opstand van Boleslaw Boles?aw I van Polen, die echter in 1003 werd neergeslagen. Het huwelijk van dochter Eilika met Bernhard II van Saksen heeft vast met deze verwikkelingen samengehangen. Een aantal andere hoge edelen nam ook deel aan de opstand, de opstand was een algemene uiting van onvrede met de houding van de koning die teveel inbreuk maakte op de rechten van de adel. Hendrik werd dan ook soepel behandeld door de legers van de koning. De kastelen van Hendrik vielen snel in handen van de troepen van de koning, die het bevel om de versterkingen te slopen in de regel negeerden. Van de burcht van Schweinfurt werden slechts symbolisch enkele stenen verwijderd, toen Hendriks moeder Eilika zich in de kerk van het kasteel opsloot een dreigde dat ze zich zou laten verbranden als de koninklijke troepen het kasteel in brand zouden steken. Een ander kasteel werd overgegeven in ruil voor vrije aftocht van de bezetting en van Gerberga en haar kinderen, ook dat kasteel werd nauwelijks beschadigd. In 1004 vroeg Hendrik om vergiffenis. Hij werd voor onbepaalde tijd opgesloten onder hoede van een bisschop, maar nadat hij in drie dagen en nachten in hoog tempo alle psalmen had gezongen en bij iedere psalm een kniebuiging had gemaakt, kreeg Hendrik genade en werd ook weer in deel van zijn lenen hersteld. Hij diende daarna de keizer als veldheer en overleed na een langdurig ziekbed. Hendrik werd begraven bij de kloosterkerk in Schweinfurt.
[wikipedia] 
van Schweinfurt, Hendrik (I20865)
 
1391 Hendrik s. van Gerrit Morren en Grietjen Jans Morren, Hendrik Gerrits (I17792)
 
1392 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F223748428
 
1393 Hendrik van Leeuwen, naar alle plaatsen 17 april 1761 folio 27verso van Leeuwen, Hendrik (I20126)
 
1394 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F223748428
 
1395 Hendrik volgde in 1082 zijn vader Walram I op als graaf van Limburg. Hij verzette zich in 1094 tegen de benoeming van Arnold I van Loon als voogd van Sint-Truiden voor de bezittingen in het bisdom Metz. Zelf werd Hendrik in 1095 benoemd tot paltsgraaf van Neder-Lotharingen. Hij volgde zijn hertog Godfried van Bouillon in de eerste kruistocht en keerde daarna naar huis terug. In 1101 werd hij benoemd tot opvolger van Godfried als hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van het markgraafschap Antwerpen. Zijn bestuur wordt vooral herinnerd omdat hij de schenking van tienden door Godfried aan Antwerpse kerken, ongedaan maakte. In 1106 moest Hendrik zijn functie opgeven omdat hij trouw bleef aan Hendrik IV (keizer) na de coup van diens zoon Hendrik V (keizer). Hendrik werd zelfs gevangen gezet maar wist te ontsnappen.
In 1108 nam Hendrik paltsgraaf Siegfried gevangen die een complot tegen Hendrik V zou hebben beraamd. Hierdoor kwam Hendrik terug in de gunst van de keizer. Maar in de volgende jaren koos ook Hendrik de kant van de tegenstaners van de koning. Hij vocht mee met de Lotharingse edelen die in 1114 de keizer versloegen bij Andernach. In 1115 was hij een van de aanvoerders van de Lotharingse troepen die de Saksen hielpen tegen de keizer in de slag bij Welfesholz, waar de keizer opnieuw werd verslagen. Op de terugweg veroverden de Lotharingers Münster (stad), en verwoestten ze de palts van Dortmund en een aantal kastelen. In Mainz werd vervolgens een wapenstilstand bemiddeld. Daarna zijn geen bijzonderheden over Hendrik bekend.
[wikipedia] 
van Limburg, Hendrik I (I20820)
 
1396 Hendrik volgde in 1131 zijn vader op als graaf Geldern en Wassenberg, in 1138 erfde hij het graafschap Zutphen van zijn moeder. Hendrik had goede relaties met het aartsbisdom Keulen en met keizer Frederik I van Hohenstaufen. Daardoor wist hij zijn positie in het hele gebied van Friesland tot aan de Maas uit te breiden met een aantal versnipperde bezittingen. Hij verkeerde daardoor op gespannen voet met de bisschoppen van Utrecht, Luik, Münster (stad) en Paderborn (stad), en met de abt van Corvey. Daarom sloot Hendrik een verbond met de stad Utrecht maar moest dat onder Hollandse druk weer opzeggen.
Hendrik overleed in 1182 en werd opgevolgd door zijn zoon Otto I. Hij werd begraven in het klooster Kamp
[wikipedia] 
van Gelre, Hendrik (I20307)
 
1397 Hendrik was graaf van de Wormsgau, stierf als een jonge man en werd begraven in de dom van Worms
[wikipedia] 
van Spiers, Hendrik (I20744)
 
1398 Hendrik zoon van Roelof Jans op de Kievitshaere en Grietjen Hendriks zijne huisvrouwe Hendrik Roelofs (I5728)
 
1399 Hendrina d. van Gerrit en Grietje Hendrina Gerrits (I17793)
 
1400 Hendrine d. van Gerrit Moeren & Grietien Jansen Morre, Hendrina Gerrits (I11865)
 

      «Vorige «1 ... 24 25 26 27 28 29 30 31 32 ... 107» Volgende»