|
Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen |
Treffers 1,351 t/m 1,400 van 5,456
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 1351 | Gezien de vermelding in het Poorterboek mogen we aannemen dat de toevoeging van Haren een plaats van herkomst weergeeft. Dit kan verwijzen naar de volgende plaatsen: Haren, een voormalige gemeente rond Brussel Haren, een Duitse stad in het Eemsland Haren, plaats of waterschap in provincie Groningen Haren, in Belgisch-Limburg Haren, nabij Oss in Noord-Brabant De locatie in Duitsland of Groningen lijken hier het minst waarschijnlijk. Maar het is niet mogelijk te kiezen tussen de plaats bij Oss of die rond Brussel of in Belgisch-Limburg. | van Haren, Wouter Henricx (I22356)
|
| 1352 | Gheryt Pieterssen schippersgesel Aechtken Siebert Cornelissen dochter beide van Dordrecht Getrout bij mij den IIIen dach in septembri 1581 | Gezin F223749229
|
| 1353 | Ghysbrecht Claesz. Calis, overleden in 1670 26), huwt te Oud-Alblas 14-4-1630 als j.m. van Alblas met Syken Woutersdr., gedoopt te Oud-Alblas 2-9-1601, dochter van Wouter Cornelisz. en Diewertgen Nannings 32). Zijn vrouw wordt op 9-4-1647 beleend met de helft van de helft van 8 morgen 4 hont afkomstig van haar ouders, gelegen te Oud-Alblas, en is overleden vóór 1670 32). Hij wordt op de lidmaatlijst van Oud-Alblas van 1633 vermeld. Diaken 1641, 1642, 1657 en 1658. | Calis, Gijsbert Claesz (I25226)
|
| 1354 | Ghysbrecht van Dalen Johannissoon, van Noordloos wr. woonende hier binnen Maria Wor Sibertsdr, van Dordrecht | Gezin F223748818
|
| 1355 | Gijsbert Willems van Aefferden, woonende tot Deyl in Gelderlands hem sullende begeven in de huwelijcken state met Marijgje Jans Decker, geven buyde haar aen onder - pro deo | Gezin F223748688
|
| 1356 | Gijsbert van Leeuwen j.m. geb. alhier soldaat in het regiment Hollandsche guardes onder de com. van Luytenant Collonel Graave van Bijland met Cornelia Magdalena Rapalm wed van Hendrik Coenraat Egers beide woonende alhier. | Gezin F223749613
|
| 1357 | Gijsberth Jordens Wor j.m.v. Swind. & Maeijken Huijgen wed. beijde woon. op Swind. getrout op Craalingen den 14. April 1659. | Gezin F223749273
|
| 1358 | Gijsbrecht van Dalen Johannesz van Noordeloos Aegtchen Baen Cornelisz van Dordrecht | Gezin F223749017
|
| 1359 | Gijsbrecht van Dalen, Coopman wdr. woonende buyten de vuylpoort Geertruyd van Hogheveen Adriaensdr. woonende in de houtuyn beyde van Dordrecht | Gezin F223749018
|
| 1360 | Giselbert erfde in 915 het grootste deel van de bezittingen en functies van zijn vader Reinier I van Henegouwen. Koning Karel de Eenvoudige weigerde echter om hem ook de functie van "marchio" (markgraaf; te vergelijken met hertog) van Lotharingen te geven, die zijn vader wel had gehad. De basis van Giselberts macht werd gevormd door zijn rol als lekenabt van een aantal grote abdijen: Sint Servaes in Maastricht, de abdij van Echternach, de dubbelabdij Stavelot-Malmedy, de rijksabdij Sankt Maximin te Trier, de abdij van Saint-Ghislain, de abdij van Remiremont, en de abdij van Moyenmoutier. Giselbert gaf veel van deze bezittingen weg aan edelen en wist zo een groot aantal vazallen aan zich te binden. Giselbert werd (in 920) de eerste "princeps" van Lotharingen genoemd. In 918 kwam hij in conflict met Karel toen die hem Sint Servaes ontnam. In 922 steunde Giselbert dan ook de opstand van Robert van Parijs en vocht in 923 aan zijn kant in de slag bij Soissons. In 925 huldigde Giselbert Hendrik de Vogelaar als koning. In 928 werd Giselbert benoemd tot hertog van Lotharingen en nog in 928 huwde hij Gerberga van Saksen, de dochter van Hendrik de Vogelaar. Hendrik dwong Giselbert in 931 om zijn bondgenootschap met Herbert II van Vermandois op te geven. Als hertog behaalde Giselbert successen in de verdediging van Lotharingen tegen de Vikingen en Bourgondië. Hendrik had zijn hertogen een grote mate van zelfstandigheid laten behouden. Na zijn dood (936) bleek diens zoon Otto I een politiek te voeren waardoor de hertogen veel meer een ondergeschikte rol zouden krijgen. Giselbert sloot zich daarom in 939 aan bij de opstand van Hendrik I van Beieren (de jongere broer van Otto) en Everhard III van Franken (zoon van de vroegere koning Koenraad I van Franken). Op 2 oktober 939 staken zij vanuit het oosten bij Andernach de Rijn over. De achterblijvers werden in de slag bij Andernach op de oostelijke oever verrast door een leger dat de lokale graven Udo van de Wetterau en Konrad Kurzbold op de been hadden gebracht. Giselbert verdronk toen hij al zwemmend over de Rijn wilde vluchten. Volgens een kronikeur van zijn tijd was hij niet alleen dapper en vechtlustig maar ook altijd begerig naar andermans bezit en iemand die altijd dubbelzinnig sprak en altijd mensen tot twist en afgunst aanzette. [wikipedia] | van Maasgouw, Giselbert II (I20718)
|
| 1361 | Giselbert was graaf van de Maasgouw in 841. Hij was een aanhanger van Karel de Kale geweest en toen Lotharius I na het verdrag van Verdun zijn koning werd, besloot hij naar West-Francië te trekken. Daar voegde hij zich uiteindelijk bij het kamp van Pepijn II van Aquitanië. In 846 heeft Giselbert Ermengarde, dochter van keizer Lotharius I, geschaakt en is in hetzelfde jaar met haar getrouwd in Aquitanië. Nadat Pepijn zijn positie verloor, zocht Giselbert zijn heil bij Lodewijk de Duitser. In 849 overleed Ermengarde en kon hij zich door bemiddeling van Karel de Kale verzoenen met Lotharius I. Het huwelijk werd erkend en Giselbert kon terugkeren naar de Maasgouw. Hij werd in 866 benoemd tot graaf van de Lommegouw. [wikipedia] | van Maasgouw, Giselbertus I (I1948)
|
| 1362 | Giselbert was in 1035 graaf van Longwy en Salm, voogd van de abdij van Echternach en de abdij van Sint Maximinus. In 1047 volgde hij zijn broer Hendrik op als graaf van Luxemburg. Giselbert liet de eerste muren van de stad Luxemburg bouwen. Hij was berucht om zijn plundertochten in het bisdom Trier maar omdat hij een trouwe aanhanger van keizer Koenraad II de Saliër de was, weigerde die de aanklachten tegen Giselbert in behandeling te nemen. Uiteindelijk werden deze kwesties opgelost door bemiddeling van Giselberts broer, bisschop Adalbero III van Metz. Op zijn sterfbed deed Giselbert grote schenkingen aan de abdij van Sint Maximinus. [wikipedia] | van Luxemburg, Giselbert (I20911)
|
| 1363 | Gisteren, 11 uur 's nachts, in nieuwe grouw Get. Joannes de Crombeen en Maria van den Broeck | Thorens, Marcus (I19896)
|
| 1364 | Godfried was neef van bisschop Andries van Cuijk van Utrecht en werd door hem tot burggraaf van Utrecht benoemd. Samen met zijn moeder en zijn broer stichtte hij de Norbertijnerabdij van Mariënweerd. Hij trouwde met Ida, de erfdochter van Frederik van Werl-Arnsberg, en werd zo graaf van Arnsberg. Toen Godfrieds familie een huwelijk van een van hun nichten met Floris de Zwarte blokkeerde, verzamelde Floris een leger en viel het bisdom Utrecht binnen. Hij bezette de stad Utrecht en plunderde de Cuijkse bezittingen. Godfried en zijn broer Herman van Cuijk (1100-1170) verzamelden op hun beurt een leger een trokken naar Utrecht. Buiten de stad stuitten ze bij Abstede op Floris die daar aan het jagen was. Floris probeerde te vluchten maar zijn paard viel, waarna hij werd gegrepen en gedood (1133). Floris' broer Dirk VI van Holland en zijn neef keizer Lotharius III van Supplinburg hadden nu een persoonlijke vete met het huis van Cuijk. Dirk verwoestte de Cuijkse bezittingen en Lotharius bezette Arnsberg en nam Godfried en zijn broers al hun titels af. In 1136 stelden twaalf edelen zich borg voor de leden van het huis van Cuijck en werd hun straf verzacht. Ze kregen hun persoonlijke bezittingen terug maar niet hun leengoederen. Lotharius overleed in 1137 en zijn opvolger Koenraad III van Hohenstaufen herstelde Andries als bisschop van Utrecht en gaf Godfried en Herman ook hun leengoederen terug. Door de bemiddeling van Andries werd de vrede tussen Dirk en Herman en Godfried ook weer hersteld. Herman moest Dirk voortaan als zijn heer erkennen. De kloosterlingen van Mariënweerd moesten iedere dag voor het zielenheil van Floris de Zwarte bidden. De kinderen van Dirk en Godfried, Otto I van Bentheim en Alveradis van Cuijck, trouwden met elkaar. Godfried maakte carrière aan het hof, eerst onder Koenraad en daarna onder Frederik I van Hohenstaufen. Hij vergezelde deze keizers onder andere op reizen naar Italië. [wikipedia] | van Cuijk, Godfried I (I20905)
|
| 1365 | Godfried: COL/KUY:36-48, inzake de betrekkingen van Hendrik II van Kuyc, met name p.41, waarin hij de vraag opwerpt of Godfried van Rhenen identiek kan zijn met Godfried van Aerschot, vermeld 1107-1156, jongere broer van Arnold I van Aerschot (1115-1135), vanwege de goederen in het gebied met de oudste bezittingen van de graven van Leuven. Sophia: GREI II:1178, waar Greidanus haar voor een dr. van Dirk II van Kleef houdt, echter gezien de periode van haar huwelijk en haar kinderen komt -als zij een van Kleef is - eerder Dirk I (+<1120-3-7) in aanmerking (zie ES-NF:18Taf22). ITEM 215 ROLE 176-03 GIVN Godfried (II) SURN van Aarschot-Rhenen | van Aarschot-Rhenen, Godfried (II) (I6242)
|
| 1366 | Godschalc Wor Corneliyssen, capiteyn, weduwnaar van Dordrecht Cathelyne de Wever Remenersdr van Antwerpen getrout bij mij den VIIen january 1597 | Gezin F223749227
|
| 1367 | Gosen Boterschoot j.m. gebore te Rotterdam, soldaat in de compagnie van den overste Canisius Johanna Drinkveld gebore van Rosendaal, ondertrouwt te Hulst 1 meij 1745 | Gezin F223749724
|
| 1368 | Gostscalck Cornelissen Neelken Ariaensdr van Dort | Gezin F223749192
|
| 1369 | Gozelo was graaf van Verdun als opvolger van zijn vader en werd in 1008 markgraaf van Antwerpen onder zijn broer Godfried de Kinderloze, hertog van Neder-Lotharingen. Gozelo bouwde een kasteel in Antwerpen. Samen met Godfried schonk hij te Deil, Wamel aan bisschop Adelbold II van Utrecht. Gozelo volgde zijn broer op als hertog van Neder-Lotharingen in 1023. In 1024 verzette hij zich tegen de koningskeuze van Koenraad II de Saliër maar erkende hem een jaar later alsnog. Bij de dood van hertog Frederik III van Opper-Lotharingen in 1033, werd hij ook in Opper-Lotharingen tot hertog aangesteld. Hij is hierdoor de laatste landsheer die de beide hertogdommen kon verenigen. Op 15 november 1037 versloeg hij Odo II van Blois, troonpretendent van het koninkrijk Bourgondië dat bij erfenis aan de Duitse kroon was vervallen. Odo beschouwde zich als de rechtmatige erfgenaam en wist zichzelf tot koning te laten verkiezen en begon een veldtocht om Aken te veroveren. Gozelo wist hem te onderscheppen en te verslaan, waarbij Odo sneuvelde. Gozelo werd nadien als de grootste van de Duitse edelen beschouwd. Hij werd begraven in de abdij van Munsterbilzen. [wikipedia] | van Neder-Lotharingen, Gozelo I (I1845)
|
| 1370 | Graaf Meginhard IV van Hamaland nam in 939 als vazal van Hendrik I van Beieren deel aan de opstand van de hertogen Everhard III van Franken, Giselbert II van Maasgouw en Hendrik I van Beieren tegen koning Otto I, de broer van Hendrik I van Beieren. Na de nederlaag van Hendrik werd Meginhard IV net als leenheer genade betoond. Hij kreeg zijn bezittingen terug. De grafelijke titel werd hem echter blijvend ontnomen. In de meeste stukken wordt hij slechts edelman en vazal genoemd en het is alleen in een bul van paus Gregorius V dat hij "graaf" wordt genoemd. [wikipedia] | van Hamaland, Meginhard IV (I20969)
|
| 1371 | Groenewech after Zoetermeer (f. 10) Claes Corneliszn Cijs zijn huystghen ende 5 ½ mergen meest verdulven venen t’samen getaxeert 3 karolusgulden; compt den 10en penninck 6 s. | Cijs, Claes Cornelisz (I23577)
|
| 1372 | Grootouders bruid Andries Ambagtsheer en Caatje Amersvoort | Gezin F1683
|
| 1373 | Grote Kerk | van Driel, Cornelis Claesz (I16615)
|
| 1374 | Grote Kerk, Noordergang nr 247 | Boukouw, Ariaantje (I21088)
|
| 1375 | Grote Kerk, op 't Coor nr 73 | Nieuwenhuysen, Johanna (I21087)
|
| 1376 | Grote kerk Hendrina Jansen | Helderman, Maria (I3088)
|
| 1377 | H. Haven noemt deze persoon als zijnde gelijk aan Jan Florisz (van der Woerd), Jan de klerk (van Dordrecht) en Jan van Durdrecht/Dordrecht. Dit lijkt echter onjuist aangezien Jan van Dordrecht kanunnik van Oud Munster dezelfde persoon is als Jan de klerk van Dordrecht maar niet dezelfde persoon kan zijn als Jan van Florence gezien de jaren dat hij als kanunnik in akten is vermeld en daarin steeds zonder meester titel. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dezelfde persoon zich onder twee namen laat registeren een met meestertitel en een zonder. | van den Worde, Jan Florence (I24026)
|
| 1378 | Haar afkomst is niet met zekerheid bekend. Er zijn twee genoemde mogelijkheden: dochter van graaf Eberhard IV van de Nordgau, graaf van de Elzasser Nordgau, en Luitgard van Lotharingen. Pro: Eberhard was graaf in de Elzas, en dat is relatief dicht bij Luxemburg. Contra: Siegfried zou dan haar oom zijn geweest, en dat zou dit huwelijk praktisch onmogelijk hebben gemaakt. dochter van Berthold van Schweinfurt, onder andere graaf van de Beierse Nordgau. Pro: verklaart de Beierse connecties van hun kinderen. Contra: de afstand, en zijn enige bekende vrouw (Heliksuinda van Walbeck) was te jong om moeder van Hedwig te zijn - maar mogelijk was er een eerdere echtgenote. [wikipedia] | van Nordgau, Hedwig (I20834)
|
| 1379 | Haar bruidsschat bestond uit vele rijke domeinen, waaronder de fisc van Cysoing; gelegen in het centrum van het land van Pévèle, een van de mooiste fiscs in de regio. Cysoing werd een van Gisela's en Eberhards reguliere residenties. Ze stichtten er een klooster, dat echter pas na hun dood voltooid zou worden. Het nonnenklooster San Salvatore in Brescia werd na de dood van Ermengarde, de echtgenote van keizer Lotharius I, aan haar gegeven. Zij diende daar vervolgens enige tijd als abdis en als rectrix. Ook gaf hij de nog steeds bestaande mozaïeken aan de kathedraal van Aquileia. Ze bevatten (wat zeer opmerkelijk is voor die tijd) een kruisiging, de Heilige Maagd Maria, Sint George, het portret van Gisela en diverse allegorische figuren.[1] Ze wijdde zich aan de opvoeding van haar en Eberhards vele kinderen. [wikipedia] | Gisela (I1934)
|
| 1380 | Haar oom is Cornelis Hendricks (niet duidelijk of dit Cornelis Hendricks is de vader van Hendrick Cornelisz die een broer Pieter Cornelisz alias Ambachtsheer heeft) | Merrichje Gerritsdr (I11090)
|
| 1381 | Haar plaats van herkomst en het adellijke geslacht waaruit zij stamt zijn niet met zekerheid bekend. Er zijn theorieën dat zij een zuster zou zijn geweest van Dodo, een domesticus van Pepijn van Herstal. Dodo zou de man zijn geweest, die naar men zegt bisschop Lambertus van Maastricht zou hebben vermoord. Ook wordt wel gezegd dat zij een nicht in de tweede graad van Bertrada van Prüm zou zijn. Haar geboorteplaats wordt in de nabijheid van Prüm vermoed. Alpaida's zoon, Karel Martel wordt gezien als de stichter van het geslacht van de Karolingen. Hij is de vader van Pepijn de Korte en grootvader van Karel de Grote. Volgens recente bevindingen heeft Pepijn van Herstal toch een kerkelijk geldig huwelijk met Alpaida gevoerd, dat meer dan tien jaar zou hebben geduurd. Volgens overlevering is bisschop Lambertus van Maastricht (Onder andere schutspatroon van de stad Luik) door een broer van Alpaida gedood, omdat Lambertus weigerde het huwelijk tussen Pepijn en Alpaida te erkennen. Pepijn wendde zich na 702 echter weer tot zijn eerste vrouw, Plectrudis. Tijdens de Frankische burgeroorlog tussen haar zoon, Karel Martel en Plectrudis, die na de dood van Pepijn van Herstal uitbrak, wordt Alpaida niet meer genoemd. Daarom vermoedt men dat zij reeds voor de dood van Pepijn van Herstal in 714 was gestorven. [wikipedia] | Aplaïs of Chalpaïs (I20274)
|
| 1382 | Haar vader neemt de naam Scheper aan op het moment dat Gaatske nog minderjarig is | de Roos, Gaatske Klazes (I24969)
|
| 1383 | Haar vader was ook molenaar: - (oudr Ddam) Folionummer: f. 196 (19-1-1717) Oude eigenaar(s): Leendert Jacobs van de Nadort als last van zijne zoon Jacob Leenderse van de Nadorst, olijmolenaar binnen Hertogenbosch Nieuwe Eigenaar(s): Jacob Sijmonse Droog, molenaar op de zaagmolen van Adriaan en Willem 't Hooft zal. Soort transport: huijsinge, agterhuijsje en erven bij de steenplaets F 300 | van der Nadorst, Adriana Jacobsdr (I3094)
|
| 1384 | Haardentelling van Waasmunster 1600 in de Neerstraete Gillis van cleemputte twee heertsteden huere van Gillis windey Gillis van cleemputte met Gooris van Olwincle twee heertsteden hueringhe van Pieter de cleene | van Cleemputte, Egidius (I5901)
|
| 1385 | Had een broer Cornelis Foppens den oude | de Jonghe, Cornelis Foppen (I23290)
|
| 1386 | Had een primera winkel in Son en Breughel samen met zijn dochter | Hubregtse, Peter (I21581)
|
| 1387 | Hadden buitenechtelijke relatie tijdens militaire service van Willem | Gezin F223745286
|
| 1388 | Hans Velten van Lauteren j.m. soldaat onder capitein Asma Stijnken Aerntsen j.d. van Nijmegen T. Frans Peters, cap. Lenhardt Theuwis, Beeltgen Aernts en Erken Willems | Gezin F223749174
|
| 1389 | Hans de Swart copman dye moeder Marritge de Swaert dyn getuygen Hans Storm het kynt Martijngen | de Swart, Martijntgen (I23860)
|
| 1390 | Hans de Swart sletellreckmaker dye moeder Martijntgen de Swart dye getuygen Artys van de Worde het kynt Artys | de Swart, Artijs (I23859)
|
| 1391 | Hans de Swart van Antwerpen, cramer, heeft zijn poorter eedt gedaen ende den tresouieren het poorterghelt betaelt, actum den XIIIen september anno XVC IXIII | de Swart, Hans (I23857)
|
| 1392 | Hans de Swart van Antwerpenn, cramer, es huyden den XIIIen september 1593 poorter deser stede geworden, ende heeft zijn poortereedt gedaen in handen van de presideren[de] burgermeesteren, mitsgarders den tresouquiren betaelt zijn poortergelt. | de Swart, Hans (I23857)
|
| 1393 | Hans de Swert en Mereycken Stoeps 2 augusti get. .... de Swert en Adriaen Stoop | Gezin F223749146
|
| 1394 | Harm ten Brink wordt in een hypotheekakte dd 5 juli 1825 genoemd als man van Geesje Dingste de dochter van Tiemen en Femmigje van der Garste | ten Brink, Harm (I16158)
|
| 1395 | Harmanus van Leeuwen jongeman en Maria Tijsse Bosselaer jongedochter beyde van Schiedam woonende alhier | Gezin F223748656
|
| 1396 | Heden des[en] 25en junius '81 zoo es voor ons Jan Remoortere ende Hendrick van Zele schepenen van S[in]te-Pauwels ghecommen ende ghecompareert in propre p[er]sone Lievyne Boorms dewelcke kendt en[de] lijdt bij des[en] upghedreghen en[de] met goeder herten ghegeven het derde van haeren goeden zoewel meuble als immeuble, present en[de] toecomende te weten Margueriete V[er]berchmoest d’welck zij ghehadt heeft bij Andries Verberchmoest ende dies eyst bespreck indien dat zij Lievine meer ander ghetraude kin[deren] ghecreghen in hae[ren] huwel[ijck] zoe zal dit kindt deelen manieren ghelijck zij Lievine ’t zelve kindt belooft heeft elck naer huerl[ieden] doot ’t zelve te deelen ende waer ’t bij aldien dat ’t zelve kindt gherackte te huwen en[de] storve zonder hoir zo zal ’t zelve goedt wederomme commen in den handen van [de] gerechtighen hoirs vandaer ’t zelve goedt ghecommen es ende indien ’t zelve kindt gheraeckte te huwen eer dat de vader ofte moedere doot waeren zoe beloven zij ’t zelve kindt te helpen elck zo zij daer eere afbegheeren oft hebben willen elck naer zijn v[er]moghen. Dit es aldus ghedaen ten daeghe en[de] jae[re] als boven. Ons t' orconden. Onderteeckent Jan van Remoortere met zeker handteecken ende Heyndrick van Zele met zeker handteecken. [GOA Kemzeke en Sint-Pauwels register 362 fol 170 pg296; transcriptie door Chris van Dijkum met correcties van Kasper Lundemann en Pauwel via de Leeshulp sectie van Stamboomforum] | Borms, Levine (I21723)
|
| 1397 | Heden desen 9en februarij anno 1713 compareerden voor mij Coenraad van Rijp notaris publ: etc: ende voor de nabeschregen getuygen d’ Heer Sibert Wor soon van d’ Heer Cornelis Wor wonende tot Utregt voor een sesde part geinstitueerde erfgenaam van juffrou Elisabet Goijaarts weduwe van d’ Heer Antony Buys volgens haar edele testa- ment gepasseerd voor den notaris Bartholomeus van Gilsdorp van sekere getuigen in Dordrecht in dato den 12en maart 1701 ... | Wor, Sijbert Cornelissen (I24331)
|
| 1398 | Hedent des[en] 13 in april 1577 zo zijn v[er]gadert gheweest ten huyse van Adriaen Maes, weerdt binnen S[in]te-Pauwels, de persoonen hiernaer volghen[de] te wetene; heer P[iete]r Tack, pastoor derselver prochie, ende heer Jan de Burchgrave, capelaen derselver prochie, ende Olivier van Vlierberghe, Matheeus V[er]berchmoest, ende Lauwereye de Wree, aldaer v[er]accordeert sij[n] ter p[re]sentie van de ghetuyghen alsvoren met een vriendel[ijck] appointement irrevocabele eenen Andries V[er]berchmoest met Levine Borms van alle zulcke zaeken die zij soude moghen met malcanderen uuytstaen hebben ter cause van een procuratie ofte generatie van eene vrucht die gewonnen es buyten den huwel[ijcken] staet tusschen hem Andries ende Levyne Borms, genaempt Margueriete ende de houde van [de] kinde es twee jae[ren] ende acht maenden ende des[en] twee p[er]soonen voors. schelden malcanderen quijte alsoo wel d’ één als d’ andere van alle defloratie, beloften die heymel[ijck] oft openbaer soude moghen ghebuert zijn hoe ende in wat qualiteyt dat ghebuert zoude moghen wes[en] alle excepsie huitghe... op coditie soo hiernaer volcht dat hij Andries es ghehouden ( midtsgaders … … ) het voors. kindt Grietien te houden tot dat 17 jaer houdt is ende begheert alsdan de moedere ofte de dochtere ten zeventien jae[ren] van huer vader te scheeden mach, huer v[er]hueren ende gaen dienen daer ’t huert beliefven zal tot hueren ieghen prouffijte ende als dezelve dochtere ten huwelijcken staet zal commen zo zal hij Andries vader schincken liberal[ijcken] de so[mm]e van vijchftich carolus guldenen eens wel v[er]staende waerdt dat dan daernaer dezelve dochtere quame te stervene zonder hoir soo sullen zulcke ghiften van [den] vader ghegeven wedere-omme commen tot den rechteren ende naesten hoore van hem Andries vadere ende waer ‘ t dat hij Andries V[er]berchmoest storve zonder eenighe meer kinderen achter te laethen in den huwel[ijcken] staet soo beset hij bij des[en] het ’t zelve kindt ofte dochter Grietien liberalijcken met zijnen vrijen eyghen onbewonghen van hiemant ende ter presentie van zijn vrienden het derde van zijnen goede, muebele en[de] immueble, toecomen[de] ende present sonder eenighe wederroepen wel v[er]staende alsvoren compt het kindt ofte dochtere te sterven zonder hoor dat alle sustenighe dotacie weder sullen keeren en[de] struyck nemen ten struycke van hem gheveren noch soo es bespreck van ’s moeders weghen dat sou het kindt dotieren en[de] beghyften sal doteert en[de] beghift bij des[en] haer kindt en[de] dochtere voors. van het derde van hae[ren] goede meuble en[de] immuebele p[re]sent en[de] toecommende in also verre als zij gheen kinderen meer en heeft ende waer ’t dat sij meer kin[deren] in den huwel[ijcken] staet dan drye ofte viere ofte zulcx als ‘t Godt beliefven zal soo sullen ma[n]nen gheestel[ijcke] ende weer[lijcke] daertoe gheropen zijn[de] dat schicken naer avenante ’t huerlieder discretie wel v[er]staende quame ‘t zoo dat de dochter sterf onbedeghen alsvoren soo zal dezelve dotatie van de moeder oock volghen haer naeste hoirs. Actum ten daeghe als voren ter presentie van [de] ghetuighen voren ghenoempt. t’ Orconden elck bijsonder zijn handteecken hieronder ghestelt. Onderteeckent Andries V[er]berchmoest met zeker handtteecken, bij laste Livine Borms met zeker handteecken, bij laste Lauwereye de Wree met zeker handteecken, Burchgrave met zeker handteecken, Vlierberghe met zeker handteecken ende Matheeus V[er]berchmoest met zeker handteecken. [GOA Kemzeke en Sint-Pauwels register 362 fol 170 pg 295 en 296; transcriptie door Chris van Dijkum met correcties van Kasper Lundeman en Pauwel via Stamboomforum] | Gezin F223748619
|
| 1399 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1047)
|
| 1400 | Heemraad van Oost-IJsselmonde. | Leenaert Japhets (I2631)
|