|
Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen |
Treffers 1,601 t/m 1,650 van 5,383
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 1601 | Jacob Adriaenssen ende Barbara Adriaens Sophia | Wor, Sophya Jacobsdr (I24310)
|
| 1602 | Jacob Ariens genoemd als getuige bij doop kleinkind Tevens een Jacob Ariens genoemd als getuige bij mogelijke kinderen/kleinkinderen van Barber Ariens. zie notitie bij Lijsjen Dircx voor bewijsvoering dat Aert, Arie en Herbert broers waren - 11 sept. 1675: comp. voor schout en schepenen van Hardinxveld Theunis Theunisz. Ambachtsheer, als echtgenoot van Jannetje Cornelisdr., Pieter Nanningen en Wouter Hendricksz. de Vrijes, als procuratie hebbende van Cornelis Nanningen, weduwnaar van Marichje Cornelisdr., voornoemde Pieter Nanningen nog als behuwd oom van Teuntgen Cornelisdr. en voornoemde comparanten samen vervangende Cornelis Cornelisz. Oostende, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz. Oostende de Oude en Janneken Cornelisdr., zijn vrouw, beiden overleden. Comparanten verkopen voor 200 gl. aan Willem Arijensz. Blocklant, inwoner van Hardinxveld, een huis in de Peulenstraat aldaar, staande op de benedenpolder van Hardinxveld, belend oost «b»Jacob Arijensz. Ambachtsheer«/b» en west Pieter Nanningen. (ORA Hardinxveld inv. 3) familierelatie met Toenis, Arie, Jacob en Barber Ariens nog niet aangetoond | Ambachtsheer, Jacob Ariens (I5434)
|
| 1603 | Jacob Arijense van den Acker j.m. met Maria Theunis van Molanen j.d. beyde wonende alhier. Getrout 's Haghe 30 November dingsdag | Gezin F223748590
|
| 1604 | Jacob Gilsemans het kindt Mari getuige Jan Harmanse, Maeike Gilsemans en Maertindscge | Gilsemans, Maria Jacobs (I22441)
|
| 1605 | Jacob Gilsemans j.g. van Rotterdam woont op de Corte Cipstraat met Anneken Mulmans j.d. van Ceulen woont op de Blaack getrout den 24 januarii 1634 | Gezin F223748819
|
| 1606 | Jacob Gilsemans op de Nieuwe Have | Gilsemans, Jacob (I22446)
|
| 1607 | Jacob Gilsmans Anna Gilsemans a Muelemans Abram Abram Gilsemans Catelijna Heenders | Gilsmans, Abram (I23839)
|
| 1608 | Jacob Havelaer jongman deurwaerder van het comptoir van de gemeene middelen over het quartier van Rotterdam ende woonachtich aldaer met Maria Wor jonge dochter woonende alhier in den Hage | Gezin F223749328
|
| 1609 | Jacob Jordaanssen Maricken Jansdr beide van Dordrecht | Gezin F223749304
|
| 1610 | Jacob Servaessen busmakergeselle van Veerbroec in Vlaenderen wonende tot Rotterdam Stijncken Gisbrecht Jordanssen dr van nDordrecht getrout den 18.5.1603 | Gezin F223749319
|
| 1611 | Jacob Teunisz (Tjoenisz) Droogendijk (alias Pruimendijck), woonde aan de Pruimendijk (ook Drogendijk genoemd) onder Ridderkerk (1666-1673), en ontleende zijn naam aan die dijk. Na het overlijden van haar man was Lijntje (zijn weduwe) actief in kopen van land. Zo kocht zij op 7 november 1691 de hofstede 'Overkerk', waar haar zoon Cornelis Jacobsz Stehouwer laater op woonde. Verder verkocht zij, als weduwe en boedelhoudster van Jacob Teunisz Drogendijck, geassisterrd met haar zoon Cornelis Jacobsz Droogendijck alias Stehouder aan Cornelis Mastiaansz Broelingh, wonende Hendrik-Ido-Ambacht, 4 morgen 200 roeden land onder Hendrik-Ido-Ambacht voor 1900 gulden en op 27 april 1697 kocht zij 2 morgen 500 roeden zaailand aan de Ambachtsesteeg | Droogendijck, Jacob Teunisz (I1113)
|
| 1612 | Jacob en Catharine hadden een buitenechtelijke relatie waaruit een kind is geboren. Het kind is door Jacob erkend | Gezin F223749143
|
| 1613 | Jacob van Brakel, den X1 april op Paasschen ao 1732 door mij aenengenomen | van Brakel, Jacob (I1102)
|
| 1614 | Jacobus Havelaer j.m. deurwader van het comptoir van de gemene landts middelen over 't quartier van Rotterdam woonende alhier met Maria Wor j.d. woonende in 's Gravenhage attestatie gegeven op 's Gravenhage den 10 october 1649 | Gezin F223749328
|
| 1615 | Jacobus Otterdijck j.m. kuijper van Rotterdam met Sophia van der Wor j.d. van Dordrecht wonende beijde in de stoofstraet sijn alhier getrouwt den 18 mart 1674 | Gezin F223749354
|
| 1616 | Jacobus Petrus Drinckvelt geeft mede namens Cornelis Harinck procuratie aan Adrianus Hubertus van der Donk, omme te compareren ter secretarye van Gilse en aldaar te casseeren eenen scheepen schultbrief ten laste van Anthnoy van op Stal. [NA Breda inv 850 akte 146] | Harinck, Cornelis (I701)
|
| 1617 | Jacobus Petrus Drinkvelt (de broer van Maria Johanna Drinkvelt) wordt genoemd als "broeder" (lees zwager) van d'Heer baljeuu Cornelis Harinck, penningmeester van de Borselse wateringe. [Stadsarchief Breda inv 915; akte 29 dd. 22 apr 1748] | Harinck, Cornelis (I701)
|
| 1618 | Jacobus Pieter Drinckvelt staat borg voor Cornelis Harinck, ballieu en penningmeester der Borselse wateringe, ten behoeve van de waeringe over de jaren 1749 en 1750. [NA Breda inv 850 akte 33 dd. 13 feb 1750] | Harinck, Cornelis (I701)
|
| 1619 | Jacobus Pieter en zijn zus Maria Johanna Drinckvelt erfven van hun outtante Christina Hagendijck: - Huis met erf genaamd de Vergulde Leeuw gelegen in Breda in de gasthuys oft zuidzijde van de veemarctstrate [NA Breda inv 597 folio 109 dd 19 nov 1749] | Harinck, Cornelis (I701)
|
| 1620 | Jacobus Rabhalm j.m. met Maria van Deest j.d. | Gezin F223749606
|
| 1621 | Jacobus Rapalm en Anna Maria Schoenmans Spijkermakesslop | Rapholm, Jacobus (I25088)
|
| 1622 | Jacobus gedoopt den 18. junij vader Lourens Ralpholm moeder: Cornelia Stapele getuijgen Lambertus van Sandbeek en Jasperina Savee | Rapholm, Jacobus (I25088)
|
| 1623 | Jacobus van Aalderink j.m. laat op de Ruiterberg | Gezin F223745365
|
| 1624 | Jacobus van Aalderink weduwe tot Zwolle | Gezin F223745546
|
| 1625 | Jacobus van Alderink j.m. catholyk, buiten de Dieserpoort en Geertruit Rutgers j.d. in de Walstraat sijn get. ?? van Borne haar get. Huisvrouw van Jan van Hooij getrouwt 11 Mey 1717 | Gezin F223745347
|
| 1626 | Jacobus, zoon van Frans Rapalm en Elizabeth Hartenrots, get. Maria van Deest | Rapalm, Jacobus (I25086)
|
| 1627 | Jacomina van Heusden | van den Berg, Jacoba Johanna (I14969)
|
| 1628 | Jacomine Jacobs huisvrouw van de Scholte Jacobus van Aalderen | Jacobs, Jacomiena (I13223)
|
| 1629 | Jacop Gilsemans Anna Milmans Catarina Gilsemans Catarina Hagens | Gilsemans, Catharina (I22448)
|
| 1630 | Jakob Jansz de Raad en Annetje den Ouden beiden geb. en won. alhier, hier getrouwd op 9 januari 1737 | Gezin F291
|
| 1631 | Jakob was weduwnaar toen hij met Soetie Hendriks Houmes trouwde | Gezin F223746702
|
| 1632 | Jan Andriesz de Moninck en Margareta Jans | de Munck, Mattheus (I22557)
|
| 1633 | Jan Ariense Wor j.m. buyten de Vriesenpoort met Ingeltie Joppen weduwe van Jan Cornelisse mede aldaer beyde van Dordregt getrouwt den 25 j uni 1690 | Gezin F223749342
|
| 1634 | Jan Ariensz Wor j.m. met Geertruida van Driel j.d. laatsgewoond hebbende alhier attestatie gegeven aen IJsselmonden den 16 augustus 1801 | Gezin F223749387
|
| 1635 | Jan Cornelis Vermolen, Aerjaentje Pieters | Ambagtsheer, Arien Leendertsz (I2928)
|
| 1636 | Jan Cornelissen Versteegh ende Trijnjen Aris sijne huisvrouw woonende bij Zuijlensteijn hebben hare dochter laten doopen ende is ten uth Neeltje genaemt | Versteegh, Neeltje Jans (I23644)
|
| 1637 | Jan Cornelissen Versteegh ende Trijntje Aris sijne huisvrouw woonende bij Zuijlensteijn hebben haren soon laten doopen en is ten uth. Aris genaemt | Versteegh, Aris Jans (I23652)
|
| 1638 | Jan Cornelissen Versteegh ende Trijntje Aris sijne huisvrouw woonende bij Zuijlensteijn hebben haren soon laten doopen en is ten uth. Peter genaemt. | Versteegh, Peter Jans (I23649)
|
| 1639 | Jan Cornelissen Versteegh ende Trijntjen Ariens sijne huisvrouw woonende bij Zuijlesteijn hebben hare dochter laten doopen ende is ten uth. Neeltje genoemt. | Versteegh, Neeltje Jans (I23651)
|
| 1640 | Jan Cornelissen Versteegh ende Trijntjen Aris sijne huisvrouw woonende bij Zuijlesteijn Hebben haren soon laten doopen ende is ten uth. Johannes genaemt. | Versteegh, Johannes Jans (I23650)
|
| 1641 | Jan Cornelissen Versteegh ende trijntjen Aris sijne huisvrouw woonende bij Zuijlensteijn hebben haer dochter laten doopen ende is ten uth. Neeltje genaemt | Versteegh, Neeltje Jans (I23647)
|
| 1642 | Jan Cornelissen Versteegh ende trijntjen Aris sijne huisvrouw woonende bij Zuijlensteijn hebben hare dochter laten doopenn en is ten uth. Teuntje genaemt | Versteegh, Teuntje Jans (I23646)
|
| 1643 | Jan Cornelissen Wor sleenaer van Dordrecht woont in de Marienbormstraet in de Rode Laerse Barbara Ariens van Sliydrecht weduwe van Willem Otten sleenaer woont opt huuchken van't Nieupoortgen | Gezin F223749260
|
| 1644 | Jan Cornelisz Versteegh j.m. van Eck woonende tot Amerongen ende Trijntje Ariens Munt j.d. woonende onder Zuylesteyn zijn na voorgaende proclamatien tot Amerongen getrouwt den 9. april 1682 | Gezin F223749085
|
| 1645 | Jan Floris van der Stoup j.m. en Mijntie Dircks van den Blijck j.d. beiden geb. en won. alhier, get. Floris Clementsz pater, Leendert Hoogeboom tutor, hier getrouwd op 10 juni 1703 | Gezin F529
|
| 1646 | Jan Gernoij, Neeltie Ambagtsheer | Ambagtsheer, Cornelia (I2901)
|
| 1647 | Jan Gerrits j.m. van de Ruyter van de graef van Styrum Beatrix van de Reynart j.d. van Heusden get. Gerrit Janz, Chrisina van Duren, Marten Harbourt en Trijntje Reynards. getr. 7 nov 1655 | Gezin F223748477
|
| 1648 | Jan Gideons d'Assignies werd ca. 1575 te Doornik geboren als zoon van Gideon d'Assignies, die in 1590 thesaurier van de compagnie paardevolk van de gouverneur van Breda en tevens auditeur-militair van Breda was en van Catharina Blauwet. Na enige tijd te Amsterdam vertoefd te hebben, vestigde Jan zich voor 1603 wederom in Breda en huwde alhier kort voor 17 maart 1605 met Apolonia Jan Wouter Henricx van Haren dochter. Op 28 mei 1607 kocht hij het huis en erf „de Granaetappel" in de Kerkstraat (= thans Torenstraat 18) op de hoek van het kerkhof voor ƒ 734,- en vestigde zich hierin als apotheker. De koopsom werd eerst op 14 maart 1619 geheel afgelost. Als apotheker schijnt hij slechts kort gefungeerd te hebben, want in de stadsrekening van 1609 komt hij reeds voor als schoolmeester in de Franse en Duitse taal. Op 21 juli 1608 werd hem daarvoor van stadswege per jaar ƒ 50,- toegekend, welke gage in 1616 werd verhoogd tot ƒ75,- en 1618 tot ƒ100,-. Van het Bredase weeshuis verdiende hij nog ƒ 25,-, omdat hij de wezen in het tijdvak van 8 maart 1617 tot 8 maart 1618 had leren schrijven. Intussen had hij op 13 februari 1613 een ander huis en erf met een hof en plein gekocht. Het was genaamd „het Root Vosken" en gelegen tegenover het Kerkhof in de Kerkstraat (thans Torenstraat 9). Voor de koopsom daarvan gaf hij een schuldbrief van ƒ 2250,- af en leende kennelijk voor de inrichting van dit huis dezelfde dag nog ƒ 600,-. Van de schuldbrief loste huh 2 februari 1620 ƒ1450,- af en betaalde op 9 december 1622 de geleende som geheel terug. Het huis „de Granaetappel" deed hij eerst op 8 januari 1618 van de hand voor ƒ 2300,-, meer dan driemaal zoveel dan hij er zelf voor betaald had. Hij zal er dus aanzienlijke verbouwingen en verbeteringen in aangebracht hebben. Hij bleef schoolmeesterte Breda tot in augustus 1622, toen hij in deze functie werd opgevolgd door zijn aanstaande schoonzoon Johan van Looveren. Zelf werd hij tot auditeur-militair van Breda benoemd. Vo?o?r de belegering van Breda door Spinola in 1624 verliet hij Breda en vestigde zich in 's-Gravenhage. Als zoon van een uit Doornik gevluchte protestant, wiens goederen verbeurd waren verklaard en als neef van een te Doornik gehangen ketter, had hij immers niet veel goeds te verwachten van het Spaanse bewind. Zelf was hij bovendien een overtuigd protestant, wat wel bewezen wordt door het feit, dat hij in 1607 en volgende jaren diaken van de Waalse gemeente was. Daarenboven was hij auditeur-militair. In 's-Gravenhage vatte hij het beroep van apotheker weer op en werd daar zelfs in 1633 en 1637 hoofdman van het apothekersgilde. Zijn huis „het Root Vosken" liet hij op 20 maart 1627 door een gemachtigde verkopen. De opbrengst ƒ2700,- kreeg hij echter niet in handen, maar moest door de koper aan zijn schuldeisers worden voldaan. Zijn echtgenote kwam daarvoor over naar Breda en liet op 22 mei 1627 een akte opstellen, waarbij precies bepaald werd aan wie en hoeveel aan ieder betaald moest worden. Nadat Breda in 1637 wederom in handen van Prins Frederik Hendrik gevallen was, kwam Jan direkt terug en werd door de Prins op 26 oktober van dat jaar opnieuw tot auditeur-militair aangesteld. Hij behield deze functie tot aan zijn dood. Op 18 december 1637 kocht hij een huis in de Nieuwstraat 4 (thans 3), en vestigde zich hierin. Het beroep van apotheker oefende hij echter niet meer uit. In hetzelfde jaar werd hij nog benoemd tot kerkmeester van de Grote kerk te Breda, hij bleef dit tot in 1645. Reeds in die tijd werd ook aan de kerk gerepareerd en werden er nieuwe huisjes daarbij gebouwd. Hij had hiervoor uit eigen middelen ƒ 2100,- voorgeschoten en verkreeg daarvoor op zijn verzoek 3 jaar rente uitbetaald. Hij overleed te Breda en werd op 9 november 1654 in de Grote kerk begraven. Voor zover na te gaan had het echtpaar d'Assignies zes kinderen, waarvan er drie op jeugdige leeftijd overleden. De drie anderen waren : Maria, die huwde met de genoemde schoolmeester van Looveren; Gideon, medicinae doctor en apotheker te 's-Gravenhage en Noe?, notaris en auditeur-militair te Breda. [ Overgenomen uit de Brabantse Leeuw 8e jaargang 1959; blz 134 artikel "DE BREDASE APOTHEKERS van de 15e tot het begin van de 19e eeuw door. J G REHM] | D'Assegnies, Jan Gideon (I22350)
|
| 1649 | Jan Gijsbrechtssen Lakenbereyder van tsHertogenbosch Neeltgen Worr Sijbrecht Cornelisdr van Dordrecht getrouwt den 7. jan 1601 | Gezin F223749171
|
| 1650 | Jan Harms en Geesjen Lamberts vestigen zich rond 1738 op de hoeve de Gast (ook bekend als Moniksgast of Munnekegarst) en al hun kinderen worden daar geboren en gedoopt in Staphorst. Op 20 april 1660 wordt ene Lubbert zoon van Frerix Tijs en Trijntje Jans geboren op de Munnekengarst. In de jaren daarna zien we dopen van de kinderen van Lubbert Thijs en ook nog enkele kinderen van ene Hendrik. Het lijkt er dus op dat noch Jan Harms noch Geesjen Lamberts op de Hoeve zijn geboren. Er is geen huwelijksinschrijving in Staphorst gevonden voor dit echtpaar waaruit kan worden afgeleid dat zij van elders zijn gekomen. Hun herkomst blijft vooralsnog onbekend. De locatie van de hoeve is redelijk exact te bepalen aan de hand van de kadastrale kaarten van 1832. https://www.google.nl/maps/place/52%C2%B040'49.7%22N+6%C2%B009'45.0%22E/@52.6804684,6.1608591,728m/data=!3m2!1e3!4b1!4m14!1m7!3m6!1s0x47c87345932e1e1d:0x53746207f27cbed5!2sStaphorst!3b1!8m2!3d52.6429144!4d6.1994944!3m5!1s0x0:0x0!7e2!8m2!3d52.6804661!4d6.1624992 Zijn dochter Jentjen blijft met haar man op de Gast wonen en krijgt daar een 3 tal kinderen. Daarna lijken de nakomelingen van Jan Harms en Geesjen Lamberts niet meer op de Hoeve te wonen. | Gezin F223746489
|