Startpagina | Wat is er nieuw | Foto's | (Levens)verhalen | Bronnen | Rapporten | Kalender | Begraafplaatsen | Grafstenen | Statistieken | Familienamen
Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Stamboom:  

Treffers 501 t/m 550 van 5,456

      «Vorige «1 ... 7 8 9 10 11 12 13 14 15 ... 110» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
501 Begraafplaats Vredehof, Ridderkerk Ambachtsheer, Paulus (I14557)
 
502 Begraafplaats Westermeer te Joure; nr 1335 Zijlstra, Cecilia Bouke (I13585)
 
503 Begraven in Rotterdam S. Laurens Hoogkoor; graf 98 Breuwers, Anna (I5370)
 
504 Begraven in de Hillegondakerk in Hillegersberg. Grafsteen is bij de restauratie in 1997 blootgelegd nr 45a Ambachtsheer, Pieter Maertensz (I5403)
 
505 Begraven in familiegraf te Aartswoud van Aalderen, Gezina Aleida (I13391)
 
506 Begraven op Crooswijk; vak P eregraf van Aalderen, Assuerus Gerardus Johannus (I12447)
 
507 Begraven op Zorgvlied in Amsterdam nr 1179; 3.3 13-III-0185 Ambagtsheer, Jan (I15773)
 
508 Begraven op begraafplaats Westermeer nr 1335 te Joure van Aalderen, Albert (I40)
 
509 Begraven te Buurkerk, Egmond Binnen Wouter I (de kwade) van Egmont (I2357)
 
510 Behalve de Friese graafschappen Oostergo, Zuidergo en Westergo, was hij ook graaf van Braunschweig (stad) en de Derlingau. Liudolf stierf in 1038, toen het gevolg van Koenraad in Italië door ziekten werd geteisterd.
[wikipedia] 
van Brunswijk, Liudolf (I20916)
 
511 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Levend (I15713)
 
512 Bekent van een parenteel uit 1650 (zie OV 1983 blz 197) Lijsbet Jan Gillise (I2447)
 
513 Belastinglijst Hedel 1750; Arie Ambagtsheer en zijn vrouw Boerderij

Uit de archiefstukken van streekarchief Bommelerwaard: Stukken betreffende onroerende goederen, financiële transacties en rechtszaken in Zaltbommel, de Bommeler- en Tielerwaard
20/1175 «tab»Eigendomsbewijs van een morgen land, genaamd het Dwarsland, in het Hamblok onder Aalst, voor Cornelis Cortier, afkomstig van Arien Ambagtsheer en Jantje Leuvestein, echtelieden, 1769, 1 charter
[ http://www.streekarchiefbommelerwaard.nl/db/zoeken/inventaris/inventaristotaal.php?a_n=20 ] 
Ambagtsheer, Arien (I5394)
 
514 Berent s. van Gerrit Morre en Grietie Janssen Morre, Berent Gerrits (I17791)
 
515 Berent s. van Gerrit Morren en Grietie Jans Morren, Berent Gerrits (I17789)
 
516 Bernard was graaf van Haldensleben en werd in 1009 markgraaf van de Noordmark, na de afzetting van Werner van Walbeck. In 1011 werd hij ook graaf van de Morazeni (op de rechteroever van de Elbe, tegenover Magdeburg). In 1014 moest hij Werner van Walbeck voor het gerecht van de koning brengen. Volgens bisschop Thietmar van Merseburg was Bernard onbekwaam en oorlogszuchtig. Hij vocht tegen de Polen, het huis Walbeck en de bisschop van Haldensleben. Na een aanval op aartsbisschop Gero van Magdeburg in 1016, deed die hem in de ban. De koning dwong Bernhard om barrevoets om vergeving te smeken en om een schadevergoeding van 500 zilveren ponden te betalen. Het is onduidelijk of alles toen in de minne is geschikt, want toen de koning op 19 februari 1017 hof hield te Magdeburg, werd er nog gevochten tussen mannen van Bernard en Gero. Op 14 augustus 1018 kwam het tot een definitieve verzoening in Wanzleben.
[wikipedia] 
van Brandenburg, Bernard I (I20933)
 
517 Bernhard was een van de Saksische edelen die op 30 april 1002 de troonpretendent Ekhard I van Meißen doodde.
[wikipedia] 
van Northeim, Bernhard (I20920)
 
518 Betrokken bij de stichting van de abdij Mariënweerd in 1129 van Hochstaden, Alveradis (I1838)
 
519 Beulake of Beulaeke was een dorp dat bestond van ca. 1360 tot 1776 in de kop van Overijssel, ongeveer ten noordoosten van Sint Jansklooster en ten noordwesten van Ronduite.

Het dorp is verdronken, in wat nu de Beulakerwijde heet, door stormvloeden in 1775 en 1776. Twee jaar achter elkaar braken de dijken van de Zuiderzee door. Door de lokaal te ver doorgevoerde turfwinning kreeg het water de kans om het dorp geheel te overspoelen. Sinds 2014 herinnert een kunstwerk van Alphons ter Avest aan de locatie van de ramp. Het gaat om een kerktorenvormig kunstwerk dat uitsteekt boven het water, dat de locatie in de Beulakerwijde markeert waar het dorp zich exact bevonden moet hebben.

Hering schreef het volgende over de waternoodsramp van 1776:

‘In de Beulake was het byzonder ellendig gesteld. Dit Dorp door zyne nabyheid aan den Zeedyk, en dus voor den eersten aanval des waters blood liggende, en meest bestaande uit groote veenplassen, streckte het eerst en meest ter woede van de Zee: de huizen en turfschuuren, van de ingezetenen, werden ylings door de baren vernield; derzelver turf (welker koopmanschap aldaar ter plaatse, het eenig middel van der inwoonderen bestaan uitmaakt) ja groote stukken Veenlands dreven weg.’

De naam van het dorp is een verbastering van het vroegere 'Bodelaecke', waarvan 'bode' verwant is met het Duitse 'Bude' (stal), het Friese 'bode' (schuur) en Nedersaksische 'boô', een hut voor koeien of schapen. Een 'laecke' of 'lake' is een moerassig gebied of een watertje ter afgrenzing van een dorpsgebied.

De inwoners van Beulake waren gezinnen van zowel Nederlandse als Duitse afkomst. Zij leefden van de turfwinning, en leden een armoedig bestaan. Dit blijkt onder andere uit de fragmenten van Beulaker huisraad, die uit de Beulakerwiede zijn opgedoken.
[bron Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Beulake] 
van Egten, Philip Jans (I22986)
 
520 Bevolking Bevelanden Garde Nationale 1813 vermeldt 4 kinderen woning D45 met 1 bediende Harinck, Cornelis Hubertuszn (I87)
 
521 Bevorderd: bij het wapen der genie tot majoor, de kapiteit W. R. H. van Aalderen
[30 sep 1922; https://resolver.kb.nl/resolve?urn=dts:2974057:mpeg21:0016  
van Aalderen, Willem Rutger Henri (I12419)
 
522 Bezat boerderij aan de Reyerwaartsen Droogendijk. Teunis Pleunen (I19810)
 
523 Bezat leen van de Grafelijkheid van Holland Noortdijck, Ariaantje Bastiaensdr (I4129)
 
524 Bgm wdnr van Dorothea Johanna Gemst. Gezin F223748456
 
525 Bgm wdnr van Florentina de Rechter, brd wed van Jan de Blok. Gezin F223747740
 
526 Bgm wdnr van Joanna Vogelaare. Gezin F229
 
527 Bgm wdnr van Maria Anna Kap, brd wed van Joos Verdonck Gezin F225
 
528 Bij Acte, den 29sten December 1800 vijf en vijftig, ten overstaan van den Notaris Pieter Louwerse , te Amsterdam verleden, hebben de Ondergeteekenden , Pieter Ambagtsheer en Johannes Hendrikus van der Meulen Leendert-Corneliszoon, Kooplieden, wonende te Amsterdam , de tusschen hen bestaande Vennootschap, ter zake van eenen handel in Houtwaren, zoo voor eigen rekening als in commissie, onder de Firma van Ambagtsheer en van der Meulen , gevestigd te Amsterdam , ontbonden, te rekenen van den eersten Januarij 1800zes en vijftig; en wijders daarby bepaald : dat deLiquidatie der openstaande zaken door den tweeden ondergeteekende, onder de bestaande firma, zal worden gedaan en by* het regt zal hebben om de firma van Ambagtsheer en van der Meulen te blyven voeren, edoch zonder eenige aansprakelijkheid deswege voor den eerstondergeteekende.

P. Ambagtsheer.
J. H, van der Meulen L. C-v
[Staatscourant 1 januari 1856]

Beschrijft in 1859 in een schrift een genealogie van zijn ouders en verdere familie. Het schrift wordt van generatie op generatie doorgegeven en bevindt zich sinds enige jaren weer bij een directe afstammeling van zijn vader. 
Ambagtsheer, Pieter (I3347)
 
529 Bij aangifte kind in BS 1799 wordt Jacques Verschoren en Isabella van Duffel als ouders genoemd Gezin F223748646
 
530 Bij bestudering van de doopindex wordt duidelijk dat Jan de Cock getrouwt was met Margretha Verberckmoes. Zij wordt bij 2 van zijn kinderen als moeder genoemd. De timing maakt ook duidelijk dat Hans de Cock en Jan de Cock de zelfde persoon moeten zijn waardoor de vermelding van Hans de Cock in de Huwelijksindex als man van Margretha Verberckmoes ook is verklaart. De staten van goed akte van het sterfhuis van Jan de Cock geeft een definitief uitsluitsel omdat alle kinderen hierin worden genoemd.

Huwelijksverwijzing met Jan de Cocq komt van CD staten van Goed Kemzeke en St. Pauwels; No 832 reg. 378 fol 65 pg 128-133 dd 21 dec 1634.

In 1627 mag Jan de Cock 2 tobbekens en een emmer maken en leveren voor 't wachthuis en de school kosten 5sch.5gr.
In 1628 moet kuiper Jan de Cock 2 tonnen leveren om de papieren der parochie opnieuw in te pakken als deze voor de veiligheid naar Dendermonde worden overgebracht. Uit de staten van goed akte van het sterfhuis van Jan de Cock wordt een hoeveelheid lijnzaad vermeld die op zolder lag en ook worden enkele velden genoemd waarop lijnzaad wordt verbouwd. Dit is de enige aanwijzing dat Jan de Cock misschien kuiper was. Lijnzaadolie wordt namelijk gebruikt voor het afdichten van de tonnen zodat deze waterdicht werden. Het kan natuurlijk ook dat Jan het vak van kuiper slechts partime uitvoerde. Sint-Pauwels was geen grote plaats. Echter gelegen aan de Potterstraat, een doorgaande weg tussen Hulst en Sint-Niklaas, zal een kuiper genoeg werk van de passerende handelaars kunnen hebben. Het is echter ook niet ondenkbaar dat er twee verschillende Jan de Cocks waren, de ene kuiper en de ander getrouwd met Margriete.
[Mijn Dorp; Geschiedenis van Sint-Pauwels, Werner van Mele]

dd. 21-12-1634
Staet van goede die bij desen overgeeft margriete verberckmoest weduwe wijlent jan de cocq met de voochden van voorschreven weesen jan de cocq s.m. van alle de goeden huijsen en landen en meublen gelijck men ten voorschreven sterfhuijse bevindt en dat inder manieren soo hier naer volcht,
[Staten van Goed Sint-Pauwels; Register: 378 Folio: 65 pagina.128-133]

In deze SvG akte wordt ook verwezen naar een Pieter en Maria Westelinc op basis waarvan is aangenomen dat de ouders van Jan, Joannes de Cock en Maeij Westelinc zijn. In de Hoofdcijns is dit huwelijk terug te vinden als zijnde Jan en Cecilia Westelinc. Hieruit blijkt dat er een broer Petrus was. De akte spreekt van 2 wezen. In de Hoofdcijns wordt slechts 1 kind Elisabeth vermeldt. Jan zou dus het tweede kind zijn. Het is niet ongebruikelijk dat niet alle kinderen in het Hoofdcijns worden vermeld. Dit koste immers geld dus dit werd vaker alleen voor de meisjes gedaan en dan soms ook alleen nog als er een huwelijkskandidaat was die voor de registratie en de bijbehorende status wilde betalen. 
de Cock, Jan (I21486)
 
531 Bij de afhandeling van de nalatenschap hoort deze aankondiging van enkele panden van Hermannus van Aalderen. De lange lijst geeft aan dat Hermannus van goede doen was. Hij woonde zelf aan de Bitterstraat nr 146. van Aalderen, Hermannus (I11862)
 
532 Bij de boedelinventaris opgemaakt na het overlijden van Micbiel worden de volgende kinderen genoemd: Catharina (getrouwd met Johannes de Bruijn) en Joost beide meerderjarig; Jan Francies (19); Florentina (15); Judoca (11) en Anthony (9).
Johannes de Bruijn treedt op als voogd over de minderjarige kinderen. 
Gezin F168
 
533 Bij de boedelinventaris van het sterfhuis van Michael wordt een huiske vermeldt in den Dullaart polder. Thorens, Michel (I364)
 
534 Bij de doop van dochter Susanne wordt Joseph Keller (Luthers) genoemt. In
Archief Gewestelijke Besturen inv.nr 257 wordt Joseph Keller oud 72 jaar, arbeider genoemt als inwoner van Hoedekenskerke.
Het licht voor de hand te veronderstelen dat Joseph Keller de vader van Janis is of anders een oom. Mogelijk is de andere doopgetuige Susanne Sleiser zijn moeder of tante. De vernoemingen van de kinderen passen ook bij Joseph en Susanne als ouders van Janis
 
Kelder, Janis (I21576)
 
535 Bij de meeste dopen wordt vermeld "Bij schoolmeester van Luttenbroek" Gezin F697
 
536 Bij dit huwelijk erkend: Pieter Kijzer, Echtscheidingsvonnis van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage van 20-01-1855 Gezin F223746502
 
537 Bij doop geen voornaam, pas bij begraven dochter Dirckje duikt de familienaam LAGERWERF op. Bij 1e en 2e huwelijk patroniem en 3e huwelijk van der WAEL. Testament 30 Okt 1669. Lagerwerf, Jan Teunis (I19815)
 
538 Bij geboorte akte staat in de kantlijn geschreven: Beschikking arrondisements rechtbank te ordians 25 juni 1930 ..dat spelling van de achternaam van de vader Jan Ambagtsheer in plaats van Ambagsheer zal zijn Ambagtsheer .. 9 september 1930
Gek genoeg tekent de vader latere geboorteaktes met de naam Jan Ambachtsheer

vertrekt na overlijden van zijn eerste vrouw op 5 dec 1896 naar Transwaal (via South Hampton). Zijn 2 kinderen laat hij achter bij Adriaan van der Pot en Anthony Wijnands (de vader van zijn tweede vrouw Ariaantje die hij op 14 sept 1899 trouwt te Amsterdam). Op 31 okt 1899 vestigt hij zich opnieuw in Amsterdam met zijn tweede vrouw. 
Ambagtsheer, Klaas (I10852)
 
539 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F2186
 
540 Bij hun huwelijk op 05-05-1880 te Nieuwer Amstel hebben Jan Hubregtse en Grietje Kuil dit kind als het hunne erkend Hubregtse, Catharina (I18312)
 
541 Bij huwelijk wordt Albert als Albert Lensen van Dingstee vermeld. Bij doop als Albert zoon van Lersch Everts. Bij de doopvermeldingen van zijn kinderen echter stevast als Albert Karsten van Dingstee, Albert Karsten (I16975)
 
542 Bij nadere beschouwing is dit niet de zelfde persoon. In de archieven van Brugge komt veelvuldig een houthandelaar voor met de naam Jan van Durdrecht rond het jaar 1294. Deze zou in 1301 zijn overleden [Geschiedenis van Dordrecht deel 1]
Ook in de regesten van Brugge vinden we Jan van Dordrecht veelvuldig terug in het jaar 1294.
[Regesten op de oorkonden van het stadsbestuur van Brugge deel 1 1089-1300; Albert Schouteet] 
van den Worde, Jan Florence (I24026)
 
543 Bij overlijden is vermeldt leeftijd 74 (dus geboren in 1773) met vermelde geboortedatum 30-11-1771 dit kan echter niet kloppen want dan was ze 59 toen haar jongste zoon (1830) is geboren.
Volgens de naamsaannemingsakte van haar vader uit 1812 was ze toen 27 dus geboren in 1785 dat klinkt aannemerlijk. Een doopakte is nog niet gevonden. 
van der Heide, Jeltje Sjoerds (I24793)
 
544 Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gorinchem d.d. 02-05-1838 is de voornaam van de overledene veranderd in Hendrika (van Neeltje)
Akte van naamswijziging. Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gorinchem d.d. 02-05-1838, de voornaam van de overledene Neeltje Tromp geboren op 23-12-1834 te Hardinxveld word verbeterd in Hendrika 
Tromp, Hendrika (I19096)
 
545 Bijgenaamd naar het Ambacht van Kijfhoek door zijn ouders bedijkt. Vermeld in een belending 1345. Rentmeester van Heusden 1364/68. Samen met zijn broer vermeld in een charter van 24.07.1370. Zegelde met het wapen v. Arkel 1354, 1370 (zonder teken van bastaardij). Floris voerde het Arkel-wapen met een barensteel. In het randschrift van het wapenzegel staat van Dael(em?) te lezen. Floris Lourensz (I1723)
 
546 Bijwijsbare stamvader van het bekende geslacht, overl. 1208 en in de kerk te Egmond begraven. Hij speelde een rol in den loonschen oorlog (1204-1205), doordat hij, als partijgenoot van graaf Willem I, met Banjaert aan het hoofd der Kennemers stond. In die jaren werd zijn slot "op den Hoef" verwoest. Wegens zijn voortdurende twisten met de abij, wier zaakgelastigde (advocatus) hij was, zou men hem den bijnaam "Kwaden Wouter" gegeven hebben. Het is onbewezen , of hij een zoon was van Allardus, die in 1168 bij Schagen tegen de Friezen sneuvelde.
[uit Nieuwe Nederlandsch Biografisch Woordenboek; www.historici.nl] 
Wouter I (de kwade) van Egmont (I2357)
 
547 Bleskensgraaf Wk nr 1/f33 3-3-1641 Aert Cornelisz stadhouder, Adriaen Jansz Cort en Huijch Jansz heemraden. Neeltgen Goossen, won. dorp Bleskensgraaf, wed. van Pieter Cornelisz alias Ambachtsheer, geass. met Goossen Theunisz haar vader, ter eenre en Hendrick Cornelisz won. Bleskensgraaf als gerechte bloedvoogd van het weeskind Cornelis Pietersz oud 20 weken. Uit vaders versterf 3 mrg land in Nieuw Lekkerland in een weer van 12 mrg ten oosten Lauwen Hoff, ten westen Phillips Pietersz; nog een ½ mrg in Nieuw Lekker-land in een weer van 10 mrg gen. Maet lant, ten oosten Jan Cornelisz, ten westen Vop Jansz. Een obligatie op Cornelis Gielen tot Ridderkerck 300 gld. Neeltgen Goossen houdt de boedel met huis hof en erve en overig land, paerden, koeien, rentebrieven enz. Zij zal het kind opvoeden. Pieter Cornelisz alias Ambachtsheer (I11060)
 
548 Blijkens het kohier van de 100e penning van Ridderkerk van ca. 1575/157930 gebruikte Fop Aryensz. Koemen in 'Aryen Beyssen (Beyssoen) 9 maerghen vyer hondt' 3 mergen huurland. Het restant werd in huur gebruikt door Aryen Gherytss. Koen(m)en, in wie zijn vader gezien zou kunnen worden. In het ervoor (omstreeks 1570/1575) opgemaakte kohier van de 6e penning werd het stuk land van Fop door ene Gherrit Willemss. (zijn grootvader misschien?) en het restant door Adriaen Gheeritsz. Cooman gebruikt. In de diverse tot in 1581 lopende kohieren werd Fop steeds als huurder van dit land aangemerkt. Daarnaast had Fop Adriaensz. Koenen blijkens het kohier van de 50e penning over ca. 1575 in 'De 20 mergen' in Nieuw-Reyerwaard ook nog een perceel van 6 mergen in huur,30 waarvan blijkens het kohier van de 6e penning over 1570/1575" 3 mergen door (zijn grootvader?) Gheerit Willem Gheeritss. in huur werd gehouden. Nog tot zeker in 1581" hield Fop deze 6 mergen in huur.
In de jaren 1591, 1593-1595 stond Fop Adriaens te Ridderkerk op nominatie bij de verkiezing tot diaken, doch werd geen enkele maal verkozen.
In een akte van 20-5-1592 te Ridderkerk trad Fop Ariaenss. alias Deckert op als voogd voor (zijn moeder?) Mariken Jans, weduwe van (zijn vader?) Ariaen Geritss.
Op 28-12-1604 was Fop Adryaens te Ridderkerk aanwezig op de hofstede van zijn zuster Gerygen Adryaensdr., weduwe van Dirck Jorys (Van Driel), bij het opmaken van een akte van vertichting met haar kinderen. 
Fop Aryensz Koenen (I23292)
 
549 Boneventura van Grevenbroek, beleend met het schoutambacht van Mierlo 1532. Hij was in 1527 reeds gehuwd met Maria Snoex, overl. na 20 aug. 1552, dr.v. Willem Snoex en Engelken Verhoeven. Van Bokhoven, blz. 14-15.
Waarschijnlijk is ca. 1500 voldoende aangezien hij in of kort voor 1527 huwde. Zijn kinderen huwden in de jaren '50-'60. Boneventura's is van dezelfde generatie als Barbara Martens (c. 1501/02). Hij heeft derhalve een andere moeder. In 1529 had hij een geschil met de pastoor van Mierlo waarna hij de huisraad van de pastorie kort en klein sloeg en pastoor Jan Moens bijna zou hebben doorstoken als men hem niet had tegengehouden. Van Sasse van Ysselt 1901, blz. 108-109.
Barbara Martens was overigens op 7 mei 1535 al 'hertrouwd' met Gerard Valx. Van Bokhoven blz. 16
(website Karel de Grote; reeks 97) 
van Grevenbroeck, Bonaventura (I17733)
 
550 Boso werd door het huwelijk van zijn zuster Richildis met Karel de Kale een belangrijke hoveling. In 870 werd hij graaf van Troyes, Lyon en Vienne, en lekenabt van de abdij van Sint-Mauritius. In 872 werd hij benoemd tot graaf van Berry en tot kamerheer van Lodewijk de Stamelaar, die onder zijn vader koning van Aquitanië was. Boso werd een belangrijke raadgever en bestuurder onder Lodewijk. In 876 volgde hij Karel de Kale naar Italië, waar die tot koning werd gekozen en tot keizer werd gekroond. In Pavia werd Boso tot aartsminister en stadhouder van Italië, en tot hertog van de Provence benoemd. Boso nam Ermengarde, dochter van de overleden koning Lodewijk II van Italië, en haar moeder Engelberga van Parma, gevangen. Al snel kwamen Boso, Ermengarde en Engelberga tot zaken en Boso trouwde met Ermengarde. In 877 werd Boso benoemd tot graaf van Mâcon en Chalon-sur-Saône, hij verzette zich tegen een tweede veldtocht van Karel in Italië. Na het overlijden van Karel behoort Boso tot de edelen die bij Lodewijk de Stamelaar de bevestiging van diens toezeggingen afdwingen.

In 878 vergezelde Boso paus Johannes VIII naar Troyes om steun tegen de Saracenen en de Italiaanse edelen te vragen. Boso werd met een klein leger naar Pavia gestuurd en de paus adopteerde Boso als zoon. Samen wilden ze Boso tot koning van Italië laten uitroepen maar de Italiaanse bisschoppen en edelen verzetten zich hiertegen en Boso keerde terug naar huis. In 879 werd Boso nog benoemd tot graaf van Autun.
Na het overlijden van Lodewijk de Stamelaar in 879, werd zijn koninkrijk gedeeld tussen zijn twee oudste zoons. Boso was een tegenstander van deze deling. Toen dat jaar ook nog een inval door de Oost-Franken plaatsvond, maakte Boso gebruik van de verwarring en riep zich uit tot een zelfstandige koning in ongeveer het gebied tussen de Rhône, de Alpen en de Middellandse Zee. Dit was het gebied waar hij al een groot aantal functies en bezittingen had. Hij maakte Arles tot zijn hoofdstad. Zijn vrouw en zijn schoonmoeder zouden zijn ambitie nog hebben versterkt. De paus was daarentegen teleurgesteld dat Boso's ambitie bij de Alpen ophield en daardoor geen nuttige bondgenoot meer voor hem was. Ter gelegenheid van zijn kroning stichtte hij de abdij van Charlieu. In hoog tempo creëerde hij een regering en een feodale organisatie.
Boso's koningschap werd niet door de andere koningen van de Frankische koninkrijken geaccepteerd. Hij was namelijk de eerste koning die niet van Karel de Grote afstamde (zijn vrouw wel) en zijn koningschap was daardoor een onacceptabel precedent omdat het inbreuk maakte op hun exclusieve rechten op de koningstitels. Ze sloten een bondgenootschap tegen Boso en belegerden in 880 Vienne. Boso liet de verdediging van de stad over aan zijn vrouw en trok zich zelf met een leger terug in de bergen. Door onderlinge conflicten werd het beleg na enige tijd opgeheven. Vienne werd opnieuw belegerd door Karloman van Frankrijk die echter in 882 weg trok na het nieuws van het overlijden van zijn broer Lodewijk III van Frankrijk. Hetzelfde jaar werd Vienne echter veroverd door Karel III de Dikke. Ermengarde en haar kinderen werden gevangengenomen en door Boso's broer Richard I van Bourgondië in Autun opgesloten. In 884 werd Karel de Dikke koning van alle Frankische koninkrijken. In ruil voor een huldiging door Boso en de opgave van Wallis, Aosta en Savoije erkende Karel zijn koningstitel en sloot vrede.
De laatste jaren van zijn leven verliepen rustig. Boso werd begraven in de kathedraal van Vienne.
[wikipedia] 
van Provence, Bosso (I20883)
 

      «Vorige «1 ... 7 8 9 10 11 12 13 14 15 ... 110» Volgende»